ECLI:NL:RBNHO:2025:9272

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 juli 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
11091536 \ CV EXPL 24-2818
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve vernietiging oneerlijk incassokostenbeding en toewijzing hoofdsom

In deze bodemzaak tussen Boothville B.V. en de gedaagde heeft de kantonrechter ambtshalve een oordeel gegeven over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. Na een tussenvonnis waarbij de eisende partij de gelegenheid kreeg zich uit te laten, heeft de kantonrechter artikel 14.4 van de algemene voorwaarden vernietigd voor zover het betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten.

De kantonrechter heeft vervolgens de hoofdsom vastgesteld op €195,60, gebaseerd op 40% van het oorspronkelijk gevorderde bedrag van €489,00, en de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. De rente is toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding, terwijl de vordering tot vergoeding van verschenen rente is afgewezen wegens een te hoog berekend bedrag.

De gedaagde is overwegend in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en proceskosten, die de kantonrechter heeft vastgesteld op een totaal van €480,99. De kosten voor de akte blijven voor rekening van de eisende partij omdat het op haar initiatief was dat deze akte werd genomen.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €195,60 en proceskosten, terwijl het incassokostenbeding wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11091536 \ CV EXPL 24-2818
Uitspraakdatum: 23 juli 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Boothville B.V.
te Maastricht
de eisende partij
gemachtigden: mr. J.N.C. de Kluijver, mr. A.L. Verzijl en mr. B.E. Revelman de Vries
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 28 mei 2025 (hierna: het tussenvonnis) is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft ter uitvoering van dat tussenvonnis een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij heeft aangegeven zich te refereren aan het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van artikel 14.4 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen dan in het tussenvonnis is overwogen. Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 14.4 van de algemene voorwaarden, voor zover dit beding betrekking heeft op de buitengerechtelijke incassokosten.
Wat is toewijsbaar?
2.2.
Gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen met betrekking tot de (pre)contractuele informatieplichten, is een bedrag van € 195,60 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 489,00 * 0,4). De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
2.3.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Proceskosten
2.4.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 195,60;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 112,99;
griffierecht € 328,00;
salaris gemachtigde € 40,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter