ECLI:NL:RBNHO:2025:9380
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens niet aannemelijke diefstal uit kas
Eiseres, exploitant van een schoenherstelbedrijf, heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2018 die is vastgesteld op een belastbare winst van €114.930. Verweerder heeft correcties op de aangifte aangebracht, waaronder een omzetcorrectie en een kostencorrectie, en stelt dat de bewijslast omgekeerd en verzwaard is vanwege gebreken in de aangifte.
Eiseres betoogt dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met een diefstal uit de kas, die volgens haar een bedrag van €42.844 betreft. Zij baseert dit op een incident met een persoon die geld zou hebben gestolen en deels heeft terugbetaald. Verweerder stelt dat eiseres de diefstal niet voldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van aftrekbare kosten door diefstal. Er is geen onderbouwing gegeven over de omvang, het moment van ontdekking of de aangifte bij de politie. Ook acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat een diefstal van deze omvang pas na vijf jaar aan het licht komt, terwijl er dagelijks kasafslagen werden gemaakt.
Daarom is de navorderingsaanslag terecht vastgesteld zonder rekening te houden met de gestelde diefstal. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2018 wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de gestelde diefstal uit de kas.