Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met de producties 1 tot en met 7
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie
- de mondelinge behandeling op 7 mei 2025.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen, voormalig partners met gezamenlijk ouderlijk gezag over hun minderjarige kind, hadden een voorlopige zorgregeling vastgesteld door de rechtbank in augustus 2024. In een spoedprocedure vorderen beiden dat de ander zich strikt aan deze regeling houdt. Tijdens een eerdere zitting maakten partijen afspraken en vroegen uitstel van vonnis, maar de vrouw verzocht later alsnog om vonnis wegens vermeende niet-nakoming door de man.
De rechtbank constateert dat de man zich niet altijd aan de zorgregeling hield en ook buiten de afgesproken tijden contact met het kind had, wat voor onrust zorgt bij de vrouw en het kind. De man betwist dit, maar de rechtbank acht het aannemelijk dat een dwangsom nodig is om naleving te stimuleren. Een marge van vijftien minuten wordt als redelijk beschouwd.
De vordering van de vrouw wordt toegewezen met een dwangsom van €100 per overtreding, met een maximum van €2.500. De vordering van de man wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Het vonnis is op 15 augustus 2025 gewezen door rechter A.J. Wolfs.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld de voorlopige zorgregeling strikt na te komen onder dwangsom, met een maximum van €2.500.