Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:959

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
3 februari 2025
Zaaknummer
10799955 CV EXPL 23-5001
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijk incassokostenbeding en afwijzing buitengerechtelijke incassokosten

In deze civiele bodemzaak vordert N.V. Univé Schade betaling van een hoofdsom vermeerderd met incassokosten van de gedaagde partij. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of aan de informatieplichten is voldaan en concludeert dat de eisende partij aan deze verplichtingen heeft voldaan. Vervolgens is het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden getoetst op eerlijkheid. De rechtbank bevestigt het eerdere oordeel dat dit beding oneerlijk is en vernietigt het, waardoor buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

De rechtbank overweegt dat het niet relevant is of de incassokosten in de praktijk conform wettelijke normen worden toegepast; de toets vindt plaats op het moment van het aangaan van de overeenkomst en de mogelijke toepassing van het beding.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van €351,13 vermeerderd met wettelijke rente vanaf de vervaldag van de ingebrekestelling en tot betaling van proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom met wettelijke rente, terwijl de incassokosten worden afgewezen wegens een oneerlijk beding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10799955 \ CV ECPL 23-5001
Uitspraakdatum: 5 februari 2025
Verstekvonnis in de zaak van:
de naamloze vennootschap
N.V. Univé Schade
gevestigd te Assen,
de eisende partij
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Op 23 oktober 2024 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte ingediend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

Informatieplichten
2.1.
De kantonrechter heeft de eisende partij in het tussenvonnis van 23 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de informatieplichten. In de akte na dat tussenvonnis heeft de eisende partij toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de voorschriften met betrekking tot de informatieplichten. De kantonrechter is van oordeel dat uit de dagvaarding en de akte voldoende blijkt dat de eisende partij heeft voldaan aan de voorschriften zoals genoemd in r.o. 2.2. van het tussenvonnis.
Oneerlijk incassokostenbeding
2.2.
In een eerder tussenvonnis van 17 januari 2024 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel dat het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden oneerlijk is en zal worden vernietigd. Dat heeft zij bij akte gedaan.
2.3.
De kantonrechter blijft bij wat in dat tussenvonnis is overwogen over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding en overweegt als volgt.
2.4.
De stelling van de eisende partij bij akte dat het beding niet oneerlijk is, omdat de incassokosten geen onderdeel zijn van de onderhavige hoofdsom, volgt de kantonrechter niet. Het gaat erom dat incassokosten zijn gevorderd en het beding in de algemene voorwaarden dat daarmee verband houdt ambtshalve moet worden getoetst.
2.5.
Dat de eisende partij, zoals zij stelt, voor de berekening van de eventuele buitengerechtelijke incassokosten aansluiting zoekt bij de wet maakt het oordeel over de oneerlijkheid ook niet anders. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is namelijk voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden niet relevant. Het beding moet worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast.
2.6.
Tot slot volgt de kantonrechter de stelling van de eisende partij dat geen sprake is van strijd met de goede trouw, omdat ook indien afzonderlijk over het beding onderhandeld zou zijn dit niet tot een ander beding zou hebben geleid, niet. Niet valt immers in te zien waarom een consument zou instemmen met een beding waarbij de eisende partij (in ieder geval op papier) ongelimiteerd incassokosten in rekening kan brengen.
2.7.
De slotsom luidt dat de hoofdsom vermeerderd met de wettelijke rente zal worden toegewezen en de incassokosten zullen worden afgewezen.
2.8.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en wordt daarom in de proceskosten veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 351,13, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag van de ingebrekestelling tot aan de dag van volledige betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 130,48
griffierecht € 128,00
salaris gemachtigde € 80,00
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter