Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
kijk het is natuurlijk al een keer geweest, dat [slachtoffer] op tafel lag en dat hij in ene verschoof weet je.”
“Ja, ja toen lag hij op zijn rug”, zegt [betrokkene]. Moeder: “
maar toen schrokken jullie ook zo, weet je dat nog?” “dat hij in ene zo snel was, dat hij dat deed.”
1 subsidiairten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
1.subsidiair
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
niet bewezenwat aan de verdachte onder 1 primair, 2 primair en 2 subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
bewezendat de verdachte het onder
1 subsidiairten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
61 (eenenzestig dagen), met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
60 (zestig dagen),
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
60 (zestig )uren taakstrafdie bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Heft ophet reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.