In deze civiele zaak vordert eiser een contractuele boete van €100.000 wegens overtreding van een relatiebeding door gedaagde, die uit de vennootschap onder firma (vof) is getreden en werkzaamheden verrichtte voor een relatie die op de lijst van het relatiebeding stond.
Gedaagde stelde dat het relatiebeding tot stand was gekomen door misbruik van omstandigheden en dat het daarom vernietigd moest worden. De rechtbank oordeelde dat dit beroep niet slaagt omdat de gestelde omstandigheden onvoldoende gemotiveerd waren en het relatiebeding rechtsgeldig tot stand was gekomen.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde het relatiebeding heeft geschonden door werkzaamheden uit te voeren voor een particuliere relatie die onder het beding viel. De boete werd echter gematigd tot €1.857,17, het factuurbedrag van de uitgevoerde werkzaamheden, omdat de gevorderde boete van €100.000 buitensporig was.
Daarnaast wees de rechtbank buitengerechtelijke incassokosten en beslagkosten toe, maar matigde deze eveneens in verhouding tot de gematigde boete. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt. De vorderingen van gedaagde tot vernietiging van het beding werden afgewezen.