De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam naar Berlijn op 5 augustus 2022, die werd geannuleerd. Zij vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder stelde dat de annulering noodzakelijk was vanwege vertragingen in voorafgaande vluchten, waardoor de vlucht de nachtsluiting van de luchthavens zou schenden.
De passagiers betwistten dit en stelden dat het mogelijk was om een 'night slot' aan te vragen om na de nachtsluiting te kunnen vliegen. De vervoerder erkende dat zo'n aanvraag mogelijk was, maar stelde dat het verkrijgen van een night slot complex en beperkt was, en alleen bij overmacht werd toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat de vervoerder onvoldoende had toegelicht waarom een night slot niet was aangevraagd of geweigerd, waardoor niet kon worden aangenomen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarom werd de vordering tot compensatie toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van € 1.000,00 aan passagiers, wettelijke rente en proceskosten.