Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
- het vorderingsformulier (formulier A);
- het verweerschrift.
2.De feiten
3.Het geschil
- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
Rechtbank Noord-Holland
De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Kopenhagen naar Amsterdam op 24 augustus 2023, die werd geannuleerd. De passagier verzocht compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden en dat alle redelijke maatregelen waren getroffen. De rechtbank oordeelde echter dat de vervoerder onvoldoende had onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen had genomen, met name omdat geen alternatieve vlucht aan de passagier was aangeboden en geen uitleg was gegeven waarom dat niet mogelijk was.
De rechtbank stelde vast dat de passagier op eigen initiatief alternatief vervoer had geregeld. Hierdoor werd de vervoerder veroordeeld tot betaling van €250 compensatie vermeerderd met wettelijke rente, €40 aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De vervoerder werd tevens veroordeeld tot betaling van griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten.
De uitspraak benadrukt dat het niet voldoende is om alleen te stellen dat buitengewone omstandigheden aan de basis liggen; de vervoerder moet ook aantonen dat alle redelijke maatregelen zijn getroffen om de passagier te compenseren of om te boeken.
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €250 compensatie plus rente en incassokosten wegens onvoldoende maatregelen bij vluchtannulering.