ECLI:NL:RBNHO:2025:9855
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bepaling termijn voor indienen vorderingen schuldeisers in nalatenschap
De rechtbank Noord-Holland heeft op 26 augustus 2025 een beschikking gegeven in een zaak betreffende de nalatenschap van een overledene. De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Rijksvastgoedbedrijf, is benoemd tot vereffenaar van deze nalatenschap.
De vereffenaar verzocht de kantonrechter om een datum vast te stellen waartegen schuldeisers hun vorderingen kunnen indienen. De kantonrechter heeft het verzoek op grond van artikel 4:214 van Pro het Burgerlijk Wetboek gegrond verklaard en geen bezwaren gevonden tegen toewijzing.
De kantonrechter bepaalde dat een termijn van ongeveer twee maanden voldoende is voor schuldeisers om hun vorderingen in te dienen en stelde de uiterste datum vast op 31 oktober 2025. De vereffenaar wordt opgedragen de schuldeisers onverwijld via publicatie in de Staatscourant op te roepen hun vorderingen in te dienen.
De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door kantonrechter J.S. Reid in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Termijn vastgesteld tot 31 oktober 2025 voor schuldeisers om hun vorderingen in te dienen.