De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 25 augustus 2025 om een voorlopige ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing bij hun gezaghebbende vader. Dit verzoek werd gedaan naar aanleiding van ernstige zorgen over de thuissituatie bij de moeder, waaronder middelengebruik, huiselijk geweld en een dreiging met een vuurwapen, en het aanzienlijke schoolverzuim van de kinderen.
De kinderen verbleven sinds mei 2025 hoofdzakelijk bij hun vader, die met zijn partner een samengesteld gezin vormt. De moeder weigerde mee te werken aan de inschrijving van de kinderen op een school in de woonplaats van de vader, waardoor de kinderen op de eerste schooldag niet verschenen en opnieuw een schooljaar met veel verzuim dreigden te krijgen.
De kinderrechter oordeelde dat de dreiging van herhaald schoolverzuim en de onveilige thuissituatie een ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van de kinderen vormt. Daarom werd de voorlopige ondertoezichtstelling voor drie maanden toegewezen en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing voor vier weken verleend, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad. De verdere beslissing over de machtiging tot uithuisplaatsing voor de volledige duur van drie maanden werd aangehouden voor een zitting waarbij alle belanghebbenden worden gehoord.