Eiser vordert ontruiming van een gehuurde woning wegens ernstige en stelselmatige overlast veroorzaakt door gedaagde, die sinds februari 2025 voortduurt. Daarnaast vordert eiser betaling van huurachterstand, lopende huur, herstel van schade en proceskosten. Gedaagde verschijnt niet op de zitting en kan zijn verweer niet toelichten.
De kantonrechter stelt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden toegewezen als het zeer waarschijnlijk is dat de bodemrechter dit ook zal doen en als er sprake is van spoedeisend belang. Uit verklaringen van eiser, zijn gezin en omwonenden blijkt dat gedaagde zich schuldig maakt aan bonken, schreeuwen, schelden, ongepaste seksueel getinte opmerkingen, doodsbedreigingen en agressief gedrag. Gedaagde erkent enkele gedragingen, maar ontkent overlast van eiser en diens gezin.
De kantonrechter oordeelt dat het woonbelang van eiser en zijn gezin prevaleert boven dat van gedaagde en dat gedaagde ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen als huurder. Daarom wordt de ontruiming toegewezen met een termijn van zeven dagen. De vorderingen tot betaling van huurachterstand, lopende huur en herstel van schade worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en bewijs. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.