Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:9950

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 augustus 2025
Publicatiedatum
28 augustus 2025
Zaaknummer
10810994 \ CV EXPL 23-3889
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing oneerlijk rentebeding in aanvullende voorwaarden Keurmerk Private Lease

De zaak betreft een civiele procedure tussen Volkswagen Pon Financial Services B.V. en een gedaagde partij over een vordering uit hoofde van een private leaseovereenkomst. De kantonrechter heeft ambtshalve het rentebeding in de aanvullende voorwaarden Keurmerk Private Lease (versie 10-06-2020) getoetst op eerlijkheid.

De eisende partij stelde dat het rentebeding gerechtvaardigd is vanwege de complexiteit van autohuur, de hoge kosten van bijzonder beheer en het bovengemiddelde betalingsrisico. De kantonrechter verwierp dit betoog en oordeelde dat de bedongen rente niet alleen hoger was dan de wettelijke rente, maar ook hoger dan de wettelijke handelsrente, waardoor het beding oneerlijk is en vernietigd wordt.

De vordering van de eisende partij bestond uit hoofdsom, incassokosten en rente. Een deel van de hoofdsom betrof onverschuldigde incassokosten en werd afgewezen. Na verrekening van een deelbetaling resteerde een toewijsbare hoofdsom van €786,68, met buitengerechtelijke incassokosten tot €118,00. De wettelijke rente werd afgewezen. De kantonrechter veroordeelde de gedaagde tot betaling van €904,68 plus proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €904,68 en proceskosten, rentebeding wordt vernietigd wegens oneerlijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10810994 \ CV EXPL 23-3889
Uitspraakdatum: 28 augustus 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap
Volkswagen Pon Financial Services B.V.
gevestigd te Amersfoort
de eisende partij
gemachtigde: Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 11 januari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van een beding uit de toepasselijke algemene voorwaarden van de eisende partij. Dit heeft zij gedaan bij akte van 1 februari 2024 (hierna: de akte).

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij betoogt in de akte dat het rentebeding in de
Aanvullende voorwaarden op de Algemene voorwaarden Keurmerk Private Lease – versie 10-06-2020 [1] niet oneerlijk is. Zij stelt dat autohuur een veel complexer product is dan het enkel verstrekken van geld of financiering, waarbij zij niet alleen te maken krijgt met de wanbetaling zelf, maar ook met voortijdig ingeleverde huurvoertuigen, inleverschades, verzekeringskwesties, kilometerafrekeningen, de inname van brandstofpassen, gedwongen inname via politie of recherchebureau, huurauto’s die zoek zijn of in beslag worden genomen, calculatie van kosten in verband met voortijdige beëindiging. Door deze complexiteit is volgens de eisende partij noodzakelijk om een grote afdeling bijzonder beheer in te richten met daarin (tientallen) gespecialiseerde medewerkers, waarmee hoge kosten gemoeid zijn. Daarnaast stelt de eisende partij dat wegens het ontbreken van zekerheden (zoals de vestiging van een pandrecht of het vragen van een forse waarborgsom) het betalingsrisico bovengemiddeld hoog is. Gelet hierop vindt de eisende partij dat een hogere rente gerechtvaardigd is.
2.2.
De kantonrechter volgt de eisende partij niet in haar betoog. Vertragingsrente is een vorm van schadevergoeding om de nadelen die de schuldeiser ondervindt door de te late betaling door de schuldenaar te compenseren, niet om andere kosten en risico’s aan gedaagde partij door te belasten. Het door de eisende partij gestelde vormt dan ook geen rechtvaardiging voor de bedongen rente die niet alleen vele malen hoger is dan de wettelijke rente ten tijde van het sluiten van de overeenkomst maar ook hoger dan de wettelijke handelsrente. De kantonrechter blijft daarom bij wat in het tussenvonnis is overwogen en vernietigt het beding. Dit betekent dat de eisende partij ook geen recht heeft op de gevorderde wettelijke rente (zie r.o. 2.7 van het tussenvonnis).
Wat is toewijsbaar?
2.3.
De vordering van de eisende partij bestaat uit een bedrag van € 1.613,54 aan hoofdsom, € 169,32 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 16,25 aan rente, waarop een deelbetaling van € 486,33 in mindering strekt.
2.4.
Van de gevorderde hoofdsom is een bedrag van € 340,53 niet toewijsbaar. Uit de factuur van 22 juli 2023 (productie 3) blijkt namelijk dat in de hoofdsom een bedrag van € 340,53 aan incassokosten is opgenomen. De gedaagde partij was op die datum echter (nog) geen incassokosten verschuldigd en deze kosten behoren ook geen deel uit te maken van de hoofdsom.
2.5.
Omdat de deelbetaling van € 486,33 heeft plaatsgevonden binnen de termijn van de bij de dagvaarding gevoegde 14-dagenbrief van 15 augustus 2023 zal de deelbetaling volledig in mindering worden gebracht op de hoofdsom.
2.6.
Gelet op het voorgaande resteert een hoofdsom van € 786,68. De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 118,00. De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen (zie hiervoor onder r.o. 2.2.).
Conclusie en proceskosten
2.7.
De vordering wordt grotendeels toegewezen.
2.8.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 904,68;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 107,84
griffierecht € 322,00
salaris gemachtigde € 135,00 ;
3.3.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Als aanvulling op artikel 20 van Pro de Algemene voorwaarde Keurmerk Private Lease.