Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
1.3. Ter zitting zijn verschenen en gehoord:
- de betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De betrokkene, zwanger en onder verplichte zorg met dwangmedicatie (aripiprazol), klaagde over de voortzetting van deze medicatie vanwege mogelijke risico's voor haar ongeboren baby. De rechtbank beoordeelde of de zorgverantwoordelijke het toedienen van dwangmedicatie mocht voortzetten onder de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit, doelmatigheid en veiligheid zoals voorgeschreven in artikel 2:1 Wvggz Pro.
De zorgverantwoordelijke stelde dat het staken van de medicatie een groot risico (circa 80%) op een psychose of manie voor de betrokkene en ernstige schade voor de baby met zich meebrengt. Dit werd onderbouwd met medische richtlijnen en overleg met specialisten. De rechtbank oordeelde dat deze risico’s zwaarder wegen dan het wilsbekwame verzet van betrokkene, gelet op de uitzonderingssituatie in artikel 2:1 lid 6 sub b Wvggz Pro.
Hoewel betrokkene alternatieven voorstelde, vond de rechtbank deze onvoldoende om een terugval te voorkomen. De zorgverantwoordelijke had voldoende rekening gehouden met de bijzondere situatie van zwangerschap en de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. De klacht werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen voortzetting van dwangmedicatie tijdens zwangerschap wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.