De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een meisje van net dertien jaar. De minderjarige vertoont zelfbepalend gedrag en er zijn zorgen over de relatie met haar vader, die controlerend is en waarbij sprake lijkt van agressie binnen het gezin. De minderjarige liep vaak weg van haar woonplek en heeft in het verleden een suïcidepoging gedaan.
De minderjarige verbleef in korte tijd op drie verschillende woongroepen, wat de kinderrechter niet passend acht voor haar leeftijd en ontwikkeling. Hoewel de zorgen groot zijn, is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing niet noodzakelijk is voor haar verzorging en opvoeding. De periode dat de minderjarige thuis woonde, bracht geen acute veiligheidszorgen met zich mee.
De kinderrechter benadrukt dat de gecertificeerde instelling goed moet onderzoeken waar het gedrag van de minderjarige vandaan komt en of een ondertoezichtstelling met strakke kaders de ontwikkelingsbedreiging kan wegnemen. De minderjarige en haar ouders krijgen de kans om te laten zien dat zij veilig thuis kan wonen met passende hulpverlening. Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom afgewezen, maar de beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.