Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
Het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland, WerkSaam
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het besluit
€ 20.000,- naar de aannemer overgemaakt. Er is vervolgens wisselend verklaard over wat er met dit geld is gebeurd. Er zijn geen documenten waaruit volgt dat de aannemer het geld heeft teruggestort. De rapporteur concludeert dat dit bedrag aan verzoekster toebehoort en niet aan de vader. Zij heeft vervolgens geen pogingen gedaan dit terug te krijgen. Daarbij komt dat er onduidelijkheid bestaat over de bestemming van andere contante geldopnames. Verzoekster heeft verklaard € 20.000,- contant aan haar vader te hebben betaald. Zij heeft hierover dus kunnen beschikken. Verzoekster heeft ook veel in het buitenland verbleven. Het document van 7 augustus 2025 waarin te lezen is dat verzoekster geen onroerend goed op haar naam heeft staan is geen origineel stuk. Bovendien betekent dit ook niet dat zij voor die tijd geen onroerend goed op haar naam heeft gehad. Het vermogen van verzoekster is gelet op al het voorgaande onduidelijk.
Bezwaarschrift
Verzoek om voorlopige voorziening
€ 1.938,61 en aankondiging van afsluiting overgelegd. Zij heeft verder ook nog een achterstand van betaling van haar zorgverzekering. Zij heeft drie inwonende kinderen waarvan de twee meerderjarige kinderen met hun bijbaantjes de ontruiming van de woning tot op heden hebben kunnen voorkomen. Ter zitting is hieraan toegevoegd dat er ook een bedrag is geleend van een familielid om ontruiming te voorkomen, maar dat de situatie niet meer houdbaar is. De getroffen betalingsregelingen kunnen ook niet (meer) worden nagekomen.
Standpunt WerkSaam
Beoordeling voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
- draagt WerkSaam op om aan verzoekster vanaf 29 december 2025 tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar voorschotten te verstrekken ter hoogte van 95% van de voor verzoekster geldende bijstandsnorm;
- wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.