ECLI:NL:RBNHO:2026:1117

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
HAA 25/5863 en HAA 25/5864
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.21 Wht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen

Verzoeksters, moeder en dochter, dienden aanvragen in voor brede ondersteuning op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het college van burgemeester en wethouders van Wormerland wees deze aanvragen deels af, waarna verzoeksters bezwaar maakten en beroep instelden. De voorzieningenrechter behandelde hun verzoek om voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het college zijn besluiten op redelijke gronden heeft genomen binnen de beleidsregels. De woning van verzoeksters verkeert in slechte staat, maar het onderhoud en noodzakelijke verbeteringen vallen primair onder de verantwoordelijkheid van de woningbouwvereniging. Verbouwingen en aanpassingen aan woning en tuin komen niet voor vergoeding in aanmerking volgens het beleid.

Verder is onvoldoende aangetoond dat de afgewezen voorzieningen, zoals een beugel, elektrische tandenborstel, reis naar Burundi en auto, noodzakelijk zijn voor een nieuwe start. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om het college op te dragen deze voorzieningen te vergoeden. De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen, met behoud van het recht op bodemprocedure.

Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat het college binnen beleidsregels heeft gehandeld en het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 25/5863 en HAA 25/5864
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 februari 2026 op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[verzoekster 1] en [verzoekster 2] , uit [plaats] , verzoeksters

(gemachtigden: mr. R.A.M. Koolen en D. de Haan),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland, het college
(gemachtigden: I. Speel en K. Wezel).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak op de verzoeken om voorlopige voorziening gaat over de gedeeltelijke afwijzing van de aanvragen van verzoeksters om brede ondersteuning in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspaak de verzoeken om voorlopige voorziening af. Bij de huidige stand van zaken heeft het bezwaar van verzoeksters vooralsnog geen redelijke kans van slagen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.

Procesverloop

2.
2.1.
[verzoekster 1] en [verzoekster 2] (moeder en dochter) hebben ieder een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning in het kader van de Wht. Het college heeft deze aanvragen met besluiten van 15 mei 2025 gedeeltelijk afgewezen.
2.2.
Met de bestreden besluiten van 1 december 2025 op hun bezwaren heeft het college (uit coulance) alsnog voor zwemlessen van [verzoekster 1] een vergoeding toegekend. Voor het overige zijn de besluiten gelijk gebleven.
2.3.
Verzoeksters hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
2.4.
Het college heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeksters met hun gemachtigden en mr. S. Rosman (kantoorgenoot van gemachtigde mr. R.A.M. Koolen), en de gemachtigden van het college.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3.
3.1.
[verzoekster 1] is 51 jaar oud. Zij woont samen met haar dochter [verzoekster 2] van 20 jaar oud en een tweeling van 13 jaar oud in [plaats] . Haar oudste zoon is op 27 jarige leeftijd overleden. Verzoeksters hebben zich op 10 februari 2023 aangemeld bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT). Vanaf eind maart 2025 is in dat kader meerdere keren met hen over hun situatie en behoefte aan hulp van de gemeente gesproken. Er zijn op 15 mei 2025 plannen van aanpak opgemaakt.
3.2.
Aan [verzoekster 2] is het volgende toegekend:
- Printer (maximaal bedrag € 150,-);
- Laptop (maximaal bedrag € 700,-);
- Tandartskosten gaatjes voor 1 jaar;
- Normale fiets (maximaal bedrag € 660,-);
- Woningnet inschrijving van 1 jaar;
- Paspoort voor de Nederlandse nationaliteit;
- Dansles voor 1 keer per week voor maximaal 1 jaar;
- Budgetcursus omgaan met geld;
- Traumatherapie voor twee jaar (het deel wat niet vergoed wordt uit de zorgverzekering).
Het volgende wordt afgewezen:
- De beugel wordt afgewezen omdat er sprake is van een wens en niet van (medische) noodzaak;
- De auto en het rijbewijs worden afgewezen omdat zij in het bezit is van een studenten OV en er reeds een fiets is toegekend. Met deze twee voorzieningen is zij voldoende in staat om te reizen.
3.3.
Aan [verzoekster 1] is het volgende toegekend:
- Inboedelbudget voor twee volwassenen en twee kinderen conform Nibud 140% (€ 20.512,80). Hieronder vallen bedden, kasten, matrassen, dekbedden, koelvrieskast, droger, wasmachine, servies, waterkoker, tafel, stoelen, tv-meubel, gasfornuis, oven, gordijnen, vloeren. Worden rechtstreeks aan de leverancier overgemaakt (IKEA);
- Legkosten van de vloer, ondervloer plinten en het in elkaar zetten van meubels (IKEA) wordt rechtstreeks aan de leverancier overgemaakt.;
- Muizenverdelger door een erkend bedrijf;
- Eenmalig grondige schoonmaak van het huis door een erkend schoonmaakteam;
- Verf en verfspullen zodat zij haar woning en deuren kan verven (max € 400,-);
- Drie normale fietsen (€ 660,- per stuk);
- Twee schuttingdelen en de poort inclusief plaatsen;
- Traumatherapie tot 1 januari 2027 (kinderen onder de 18 jaar kunnen aanspraak maken op hulp vanuit de Jeugdwet);
- Inzet anti pollen horren (max € 3.000,-)
- Laptops worden afgekocht;
- Haar gebit wordt nagekeken op gaatjes. Kosten worden vanuit de SPUK vergoed;
- Werk- leer traject, na traumatherapie;
- Gesprek met schuldhulp.
Het volgende wordt afgewezen:
- Beugel voor de kinderen. Zij kan een aanvullende tandartsverzekering nemen waardoor haar kinderen na twee jaar een beugel zouden kunnen nemen;
- Een elektrische fiets. Er is een gewone fiets toegekend omdat er geen sprake is van een medische noodzaak;
- Nieuwe deuren in de woning. Zij kan de deuren zelf schilderen;
- Aanrechtblad;
- Het vervangen van het behang in de woonkamer; Vanuit de beleidsregels worden er geen verbouwingen toegekend. Met als uitzondering het vervangen van de vloer.
4.
4.1.
De commissie bezwaarschriften Wormerland heeft – samengevat – geadviseerd om een vergoeding voor het volgen van zwemlessen voor het hele gezin toe te kennen, gelet op de wijze waarop de oudere broer/zoon om het leven is gekomen. Daarnaast is ten aanzien van de tandartskosten volgens de commissie voldoende aannemelijk dat het noodzakelijk is voor een nieuwe start dat het hele gezin eenmalig alle behandelingen kan laten uitvoeren aan het gebit die naar het oordeel van de tandarts redelijkerwijs noodzakelijk zijn om het gebit weer in gezonde staat te brengen. Voor het overige wordt geadviseerd de bezwaren ongegrond te verklaren en de afwijzingen in stand te laten.
4.2.
Het college heeft het bezwaar van verzoeksters bij afzonderlijke besluiten ongegrond verklaard. Volgens het college is op goede gronden en in redelijkheid gekomen tot de primaire besluiten.
Van een medische noodzaak voor de beugel van [verzoekster 2] is volgens het college niet gebleken. Ook voor vergoeding van kleedgeld is verder geen aanleiding nu niet is onderbouwd dat zij over onvoldoende kleding beschikt en niet kan worden aangenomen dat dit noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start. Kleedgeld dat zij in het verleden zou hebben gemist, kan zij als schadepost opgeven bij CWS, Gelijkwaardig Herstel of Mijn Herstelroute. Voor vergoeding van autorijlessen en een auto is gelet op de Beleidsregels Brede Ondersteuning Hersteloperatie Toeslagen van de gemeente Wormerland (de beleidsregels) ook geen aanleiding. Zij heeft bovendien zelf een auto aangeschaft en haar rijbewijs gehaald, en reeds gemaakte kosten worden niet met terugwerkende kracht vergoed. Daarbij geldt dat zij een fiets en een OV heeft en dus in staat wordt geacht om te kunnen reizen.
Ten aanzien van de woning overweegt het college dat niet is gemotiveerd dat een aanvullende vergoeding voor onder andere herstel van de muren, de keuken en de tuin nodig is om een nieuwe start te kunnen maken. De hoogte van de toegekende vergoeding is volgens het college op goede gronden en in redelijkheid bepaald. Dit geldt ook voor de andere in dat kader toegekende zaken.
Ten aanzien van het zwemabonnement heeft de bezwaarcommissie overwogen dat het voorstelbaar is dat het verlies van haar zoon eraan in de weg staat om een nieuwe start te maken. Uit coulance is daarom besloten de reguliere kosten voor het halen van diploma A voor [verzoekster 1] te vergoeden.
Voor vergoeding van een reis naar Burundi is geen aanleiding. Vakanties komen op grond van het beleid niet voor vergoeding in aanmerking. Ook vanuit de VNG wordt aangegeven dat een herenigingsreis als wenselijk en niet als noodzakelijk moet worden aangemerkt.
Dat [verzoekster 1] met haar gezin nog nooit een tandarts heeft bezocht staat volgens het college los van de toeslagenaffaire. Toch kan het college zich voorstellen dat een gezond gebit kan meehelpen aan het maken van een nieuwe start. Het besluit om eenmalig de kosten van een tandartsbezoek en het vullen van gaatjes te vergoeden handhaaft het college. Mocht de tandarts vaststellen dat een andere tandkundige ingreep noodzakelijk is, dan kan deze contact opnemen met het college en zal over vergoeding van deze ingreep worden beslist.
Het aanschaffen van een elektrische tandenborstel acht het college niet noodzakelijk voor het behalen van de doelen en het maken van een nieuwe start.
Het college stelt vast dat [verzoekster 1] steevast heeft aangegeven dat eventuele kosten voor haar minderjarige kinderen niet betrokken hoefden te worden in het plan van aanpak. Evenwel is het college nog steeds bereid een huurcontract van de laptop af te kopen zodat zij hierover kunnen beschikken.
De afwijzing van de medische behandeling voor de huisdieren houdt het college ook in stand omdat het om gebruikelijke medische kosten gaat.

Beroepsgronden en verzoek om voorlopige voorziening

5.1.
Verzoeksters stellen zich in beroep – samengevat – op het standpunt dat er te weinig is toegekend om een nieuwe start te kunnen maken. De woning dient te worden opgeknapt en aangepast. Onder meer dienen de deuren te worden opgeknapt, de muren en plafonds te worden gestuct, geverfd en/of behangen, de keukenmuur te worden doorgebroken, het aanrechtblad en keukenblok te worden vervangen en de tuin te worden opgehoogd. Het inboedelbudget is hiervoor niet bedoeld en het voor het schilderwerk toegekende budget is volgens verzoeksters niet toereikend.
Verder zijn volgens verzoeksters ten onrechte geen elektrische tandenborstels toegekend, is de vergoeding voor de beugel van [verzoekster 2] ten onrechte afgewezen, had een vergoeding voor de reis naar Burundi, de auto en het rijbewijs en het kleedgeld moeten worden toegekend en is een toegekende laptop nog niet afgekocht. Er is volgens verzoeksters geen sprake van wensen, maar van noodzaak voor deze voorzieningen. Voor zover het college zich heeft gebaseerd op zijn beleid, dient hij daarvan volgens verzoeksters gelet op hun omstandigheden af te wijken.
5.2.
Volgens verzoeksters is aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Zij wachten al drie jaar op brede ondersteuning. De woning verkeert in een onveilige en ongezonde staat. Ondanks toekenning van bepaalde zaken vindt uitvoering nog niet plaats. Verzilvering van enkele toegekende zaken is zonder het opknappen van de woning en dergelijke nu niet zinvol. Er zijn daarbij nog lopende schulden van de rijlessen en de auto, de jongste zoon zit nog zonder laptop, terwijl die noodzakelijk is voor zijn school en het hele gezin heeft onvoldoende (passende) kleding. Al deze omstandigheden leiden tot aanhoudende stress, gezondheidsklachten en een onverantwoorde situatie. Verzocht is om een voorlopige voorziening toe te kennen gericht op het verbeteren/oplossen van de woonsituatie, uitvoeren van de toegekende voorzieningen en het toekennen van de afgewezen voorzieningen.

Verweerschrift

6.
6.1.
Het college ziet geen aanleiding voor een ander standpunt. Voor opknappen/verbouwen van de woning dienen verzoeksters zich te wenden tot de woningbouwvereniging. Dit geldt ook voor de klachten over de schimmel, de vochtproblemen, ophogen van de bestrating, vervangen van het keukenblok en aanrechtblad en het doorbreken van de muur. Los hiervan zijn verbouwingen en/of aanpassingen van de woning/tuin op grond van de beleidsrelgels uitgezonderd. Hieronder valt ook het behangen van de muren. Volgens het college is het bovendien verstandiger om eerst de vocht en schimmelproblematiek aan te pakken. Daarbij komt dat sprake is van woonwensen en geen noodzakelijke aanpassingen.
6.2.
Het college blijft verder bij zijn standpunt dat de noodzaak van de afgewezen voorzieningen niet is aangetoond dan wel dat deze op grond van het beleid niet voor vergoeding in aanmerking komen. Dat er gemeenten zijn die sommige zaken wel vergoeden maakt niet dat het college zich niet aan zijn eigen beleid mag houden. De laptops zijn volgens het college afgekocht.

Toetsingskader

7.1.
Het college kan aan slachtoffers van het toeslagenschandaal brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg. De brede ondersteuning wordt verleend op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel. [1]
7.2.
In de toelichting van de wetgever [2] staat hierover:
“Het college inventariseert de hulpvraag of hulpvragen binnen het gezin en stelt in overleg met de aanvrager van de herstelmaatregel en diens gezin een plan van aanpak op de vijf leefgebieden op. Het plan van aanpak faciliteert het maken van een nieuwe start in het kader van herstel na de problemen die hij heeft ervaren door de toeslagenproblematiek. Als uitgangspunt voor de dienstverlening geldt dat gemeenten op grond van het overeengekomen plan van aanpak dienstverlening op de vijf leefgebieden inzetten waardoor betrokkene en zijn gezin zo snel mogelijk en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen.”
7.3.
In artikel 3.2, van de beleidsregels is het doel van de hulpverlening aan gedupeerden opgenomen. De hulpverlening ziet erop om drempels weg te nemen en brede ondersteuning te bieden op de vijf leefgebieden zodat de gedupeerde een start kan maken. Daarmee is de gemeente niet direct verantwoordelijk voor het herpositioneren van de economische status van de toeslagenouders en/of kinderen.
7.4.
In artikel 3.2.4. van de beleidsregels zijn zaken opgenomen die niet voor vergoeding in aanmerking komen. Dit betreffen: a. Verkeersboetes, b. Cosmetische ingrepen. c. Auto- en motorvoertuigen. d. Verbouwingen en/of aanpassingen aan de woning/tuin, e. Energiekosten, f. Vakanties, g. Nieuw gemaakte schulden na 1 juni 2021, h. Kosten die nodig zijn na onvoorziene gebeurtenissen (bijvoorbeeld schade door weersomstandigheden, lekkages e.d.), i. Sportabonnementen, k. Luxegoederen (denk aan iPad, smartwatches, spelcomputers, elektrische steps, smartphones, tuinsets), l. Wmo-voorzieningen en Jeugdarrangementen o.b.v. Jeugdwet. (er kan wel ondersteuning worden geboden bij het doorverwijzen en aanvragen), m. Advocaatkosten en n. Letselschade.
Deze lijst is niet limitatief. Bij het beoordelen van een aanvraag zullen per gedupeerde individuele omstandigheden worden afgewogen om tot een besluit te komen.
7.5.
Voor de afweging van het kunnen maken van een nieuwe start voor de al dan niet te verstrekken voorzieningen geldt verder een noodzaakcriterium [3] .
7.6.
Het voorgaande betekent dat het college bij het nemen van een besluit over brede ondersteuning beschikt over een aanzienlijke beleids- en beoordelingsruimte. Het is aan hem om per geval te bekijken of brede ondersteuning passend is en om maatwerk te leveren. De rechtbank beoordeelt in dit soort zaken of zij de redenering van het college om bepaalde ondersteuning niet te bieden kan volgen en dus niet of de rechtbank zélf de aanvraag voor die kosten zou afwijzen of toekennen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Hiertoe overweegt hij als volgt.
9. Allereerst ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat het college met voornoemde beleidsregels buiten de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is getreden. Het college heeft zijn besluitvorming hierop dan ook mogen baseren.
10. De voorzieningenrechter kan het college bij de huidige stand van zaken volgen in zijn standpunt dat voor (aanvullende) vergoeding van gevraagde voorzieningen met betrekking tot de woning en de tuin geen aanleiding is.
10.1.
Nog los van de omstandigheid dat verbouwingen en/of aanpassingen aan de woning/tuin op basis van de beleidsregels niet voor vergoeding in aanmerking komen acht de voorzieningenrechter het volgende van belang. Niet ter discussie staat dat de woning en bijbehorende tuin slecht onderhouden zijn en veel praktische gebreken kennen. Gelet op hetgeen namens verzoeksters ter zitting hierover is toegelicht kan als vaststaand worden aangenomen dat het hierbij gaat om achterstallig onderhoud van het hele complex van woningen waar die van verzoeksters onderdeel van is. Gebleken is dat de woningbouwvereniging samen met de bewoners ook bezig is met een plan van aanpak voor een noodzakelijke verbetering en verduurzaming van de woningen. Dit is ook primair de verantwoordelijkheid van de verhurende woningbouwvereniging en valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter daarom op zichzelf buiten de reikwijdte van wat van het college binnen de brede ondersteuning zou kunnen of mogen worden verwacht. Verzoeksters dienen – gelijk ook andere bewoners van het complex – primair de woningbouwvereniging aan te spreken op de gebreken van hun woning, te meer omdat het leggen van nieuwe vloeren en/of het verven en behangen van muren vooralsnog weinig zin lijkt te hebben als niet ook eerst de vochtproblemen, rotte vloeren en schimmels in de woning worden aangepakt.
11. De voorzieningenrechter acht verder op zichzelf door het college navolgbaar gemotiveerd waarom de overige gevraagde voorzieningen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Enerzijds komt een aantal daarvan op grond van de beleidsregels niet voor vergoeding in aanmerking. Anderzijds is van een noodzaak voor toewijzing van deze voorzieningen vooralsnog onvoldoende gebleken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de reis naar Burundi, maar ook voor de elektrische tandenborstels. Het was aan verzoeksters om hiervoor een toereikende onderbouwing te geven, bijvoorbeeld in de vorm van een verklaring van de tandarts of een advies van een therapeut. Bij gebreke hiervan ziet de voorzieningenrechter onvoldoende aanleiding om het college thans bij wege van voorlopige voorziening op te dragen tot vergoeding over te gaan.
12. Geheel ten overvloede merkt de voorzieningenrechter het volgende op. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter de indruk gekregen dat partijen in een communicatieve impasse zijn geraakt en dat mede als gevolg hiervan sommige wel toegekende zaken nog niet zijn gerealiseerd. Zo zijn er bijvoorbeeld nog geen goederen/meubels aangeschaft met het inboedelbudget, terwijl dit zonder meer zou kunnen leiden tot een verbetering van de woonsituatie van verzoeksters. De voorzieningenrechter wil meegeven dat beide partijen hierin een rol hebben, maar dat van het college hierbij een pro-actieve(re) rol mag worden verwacht.

Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af. Verzoeksters krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 2.21, eerste en vierde lid, van de Wht
2.Kamerstukken II 2021–2022, 36 151, nr. 3, p. 102
3.Artikel 2.21, lid 4a, van de Wht en de daarop in de nota van toelichting gegeven toelichting. (Kamerstukken II 2023–2024, 36 577, nr. 9, pag. 11).