ECLI:NL:RBNHO:2026:1121
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor indicatie overbruggingswoning op grond van Wmo
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een indicatie overbruggingswoning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad heeft deze aanvraag op 23 december 2025 afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 28 januari 2026 het verzoek behandeld en geoordeeld dat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door problemen bij het zich handhaven in de samenleving niet in staat is zelf in onderdak te voorzien. Hoewel verzoekster sinds 6 januari 2026 geen huisvesting meer heeft, heeft zij opvang door het Leger des Heils geweigerd en zelf een plek gezocht. Er is geen sprake van lichamelijke of psychische problemen die haar zelfredzaamheid beperken.
De voorzieningenrechter concludeert dat het huisvestingsprobleem van verzoekster voortkomt uit een tekort aan betaalbare woonruimte en niet uit problemen bij het zich handhaven in de samenleving. De Wmo is niet bedoeld voor daklozen die voldoende zelfredzaam zijn. Ook de situatie van de meerderjarige dochter, die een MBO-opleiding volgt, leidt niet tot een ander oordeel. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een indicatie overbruggingswoning wordt afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.