De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleegzorgvoorziening. De minderjarige verblijft sinds februari 2025 onder toezicht en met een machtiging tot uithuisplaatsing, die meerdere malen is verlengd. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de vader heeft de minderjarige erkend.
De GI rapporteert dat de omgang tussen de moeder en de minderjarige sinds december 2025 niet is voortgezet vanwege het ontbreken van begeleiders, terwijl het begeleid contact op 4 december 2025 goed verliep. De moeder stelt dat zij meewerkt en dat de GI de omgang moet hervatten. De vader wenst ook contact met de minderjarige, maar er is onduidelijkheid over de omgang met hem.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de minderjarige, die niet bij de ouders kan wonen vanwege onopgeloste zorgen en het ontbreken van een stabiel perspectief. Het is van belang dat de omgang met de moeder snel wordt hervat en uitgebreid, mede om hechtingsproblemen te voorkomen. De GI wordt verwacht zich hiervoor in te zetten en te zorgen voor een bestendige woonplek. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.