De rechtbank Noord-Holland heeft op 29 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van mensensmokkel. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het helpen van een persoon, het slachtoffer, bij het verkrijgen van wederrechtelijke toegang tot Nederland via Schiphol in de periode van 22 juni tot en met 2 juli 2023.
De bewijsvoering bestond uit onder meer chatberichten, vliegtickets, getuigenverklaringen en documenten die bij de verdachte werden aangetroffen. De verdachte reisde samen met het slachtoffer en had documenten van het slachtoffer bij zich. Ook was er contact met een medeverdachte die tickets had geregeld. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dat de toegang van het slachtoffer wederrechtelijk was.
De rechtbank oordeelde dat mensensmokkel een ernstig delict is dat het illegale circuit in stand houdt en kwetsbare mensen uitbuit. Gezien de ernst van het feit en het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 80 dagen op, met aftrek van voorarrest. Tevens werd een geldbedrag van €590,- verbeurd verklaard dat vermoedelijk verband hield met de reis van het slachtoffer.
De rechtbank hield rekening met een overschrijding van de redelijke termijn van bijna zeven maanden en verlaagde de straf dienovereenkomstig. De verdachte werd vrijgesproken van wat hem meer of anders was ten laste gelegd dan bewezen verklaard.