Eiseres heeft voor haar zoon een beroep gedaan op vrijstelling van de leerplicht voor de schooljaren 2022-2023 en 2023-2024. Zij verstrekte een kennisgeving en een toelichting met een lijst van scholen waartegen zij overwegende bedenkingen had. Op grond van de AVG verzocht zij in 2024 om verwijdering van deze toelichting uit de systemen, wat door het college werd afgewezen. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit.
De rechtbank stelt vast dat de zoon van eiseres een leerplichtige jongere is en dat de Leerplichtwet 1969 van toepassing is. De wet vereist dat een kennisgeving een eigen verklaring bevat over overwegende bedenkingen tegen de richting van het onderwijs op scholen binnen redelijke afstand. De rechtbank oordeelt dat het college de toelichting als eigen verklaring mag gebruiken en dat toetsing van de vrijstelling niet aan het college maar aan de strafrechter toekomt.
Verder is het college op grond van de Wet register onderwijsdeelnemers en de Archiefwet verplicht de gegevens te bewaren. Ook is verwerking noodzakelijk voor het toezicht door leerplichtambtenaren. De rechtbank weegt het privacybelang af tegen het belang van registratie en toezicht en concludeert dat het bewaren van de gegevens proportioneel en evenwichtig is.
Daarom wordt het verzoek tot wissen afgewezen, het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiseres geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.