ECLI:NL:RBNHO:2026:1190

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/15/374337 / KG RK 26/83
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens procedurele beslissingen in civiele zaak

Verzoekers hebben tweemaal een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een civiele hoofdzaak, omdat zij het niet eens waren met het doorgaan van een mondelinge behandeling ondanks hun verzoek om uitstel wegens acute psychische decompensatie van een van hen.

De wrakingskamer overweegt dat wraking alleen mogelijk is bij aanwijzingen van vooringenomenheid en niet tegen procedurele beslissingen. De kamer oordeelt dat de rechter niet vooringenomen is en dat verzoekers en hun gemachtigde voldoende gelegenheid hadden om de zitting bij te wonen.

De wrakingskamer wijst het verzoek af en legt een wrakingsverbod op voor toekomstige verzoeken in deze zaak, omdat het wrakingsmiddel lichtzinnig wordt gebruikt. De procedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/374337 / KG RK 26/83
Beslissing van 9 februari 2026
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker 1], te Heerhugowaard,
[verzoeker 2].,te Noord- Scharwoude,
[verzoeker 3]., te Noord- Scharwoude,
gemachtigde; mr. Y. Moszkowicz,
verzoekers.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. I.H. Lips,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

1.1
Verzoekers hebben op 2 februari 2026 om 17:39 uur schriftelijk (wederom) de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Bewind, locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer 11408269 CV EXPL 24-3852, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2
De wrakingskamer heeft vervolgens op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2.De uitgangspunten

2.1.
De hoofdzaak is aanhangig tussen verzoekers als gedaagde partijen en [naam 1] en [naam 2] als eisende partijen. Bij tussenvonnis van 18 december 2024 heeft de rechter bepaald dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden. Bij brief van 9 september 2025 is aan verzoekers meegedeeld dat de mondelinge behandeling op 2 februari 2026 om 13:00 uur zal plaatsvinden.
2.2.
Op 2 februari 2026 om 11:20 uur hebben verzoekers bij monde van hun gemachtigde aan de rechter verzocht om de mondelinge behandeling uit te stellen. Kort gezegd hebben verzoekers daartoe aangevoerd dat verzoeker [verzoeker 1] “
op dit moment ernstig is ontwricht en niet in staat is om op adequate wijze zijn belangen – en die van zijn ondernemingen – ter zitting te behandelen.” Bij bericht van dezelfde datum om 11:32 uur heeft de griffier namens de rechter aan verzoekers meegedeeld dat de mondelinge behandeling op het aangekondigde tijdstip zal doorgaan.
2.3. .
Bij bericht van dezelfde datum om 11:52 uur hebben verzoekers, onder verwijzing naar de “
acute psychische decompensatie” van verzoeker [verzoeker 1] en de reden daarvoor, de rechter het volgende verzoek gedaan:
“Ik verzoek u dan ook vriendelijk doch met klem mij uiterlijk om 12:00 uur heden te berichten:
of de comparitie alsnog doorgaat, en zo ja
op welke gronden en belangenafweging de rechtbank heeft geoordeeld dat de zitting zonder de aanwezigheid en adequate vertegenwoordiging van cliënt kan plaatsvinden, ondanks de gemotiveerde en onderbouwde mededeling van zijn acute onvermogen daartoe.
Ik zie uw spoedige reactie met belangstelling tegemoet.”
2.4.
Om 12:06 heeft de griffier namens de rechter het volgende geantwoord:
“Geachte mr. Moszkowicz,
Het aanhoudingsverzoek wordt in het kader van hoor en wederhoor op zitting besproken, waarbij u en de wederpartij aanwezig zijn.
De zitting gaat daarom om 13:00 uur door.”
2.5.
Om 12:28 uur hebben verzoekers voor de eerste maal een wrakingsverzoek ingediend.
2.6.
Bij beslissing van 2 februari 2026 heeft de wrakingskamer het wrakingsverzoek afgewezen. Om 13:41 uur is de uitspraak van de wrakingskamer per e-mail aan de gemachtigde van verzoekers gestuurd. Uiterlijk 13:45 uur hebben verzoekers de e-mail met de afwijzende beslissing van de wrakingskamer ontvangen. [1]
2.7.
Direct daarna, althans binnen enkele minuten, ,heeft de griffier namens de rechter aan (de secretaresse van) de gemachtigde van verzoekers telefonisch doorgegeven dat de mondelinge behandeling in de hoofdzaak om 14:30 uur zou aanvangen.
2.8.
De mondelinge behandeling heeft op laatstgenoemd tijdstip plaatsgevonden. Verzoekers waren daarbij niet aanwezig. Hun gemachtigde ook niet. [naam 1], [naam 2] en hun gemachtigde waren wel aanwezig. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechter bepaald dat op 11 maart 2026 in de hoofdzaak uitspraak zal worden gedaan.
2.9.
Op 2 februari 2026 om 17:39 uur hebben verzoekers een tweede wrakingsverzoek ingediend.

3.Het standpunt van verzoeker

3.1.
Verzoekers hebben ter onderbouwing van het tweede wrakingsverzoek – kort gezegd – het volgende aangevoerd.
Verzoekers noch de gemachtigde konden redelijkerwijs bevroeden dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek zonder zitting en binnen een uur na indiening zou afwijzen. Verzoekers en gemachtigde hoefden daarom geen rekening te houden met aanvang van de zitting op het tijdstip waarop de zitting feitelijk al behoorde te zijn afgelopen.
Nadat het eerste wrakingsverzoek was afgewezen, heeft de rechter de mondelinge behandeling laten doorgaan buiten aanwezigheid van verzoekers en hun gemachtigde. Hierbij heeft de rechter verzuimd om (i) bij de gemachtigde van verzoekers na te vragen of deze in de gelegenheid was om de mondelinge behandeling bij te wonen, en (ii) verzoekers of hun gemachtigde na te bellen, of op andere wijze te informeren of (telefonische) aanwezigheid bij de mondelinge behandeling alsnog mogelijk was.
Voorts heeft de rechter op de mondelinge behandeling, zonder hoor en wederhoor toe te passen, negatief definitief beslist op het door verzoekers gedane aanhoudingsverzoek. Bij deze beslissing heeft de rechter geen acht geslagen op de bij haar bekende zwaarwegende belangen van verzoekers. Dit alles terwijl de rechter er van op de hoogte was dat verzoekers zich in een overmachtsitutie bevonden en uitdrukkelijk om uitstel hadden verzocht met de intentie zo spoedig mogelijk alsnog aanwezig te zijn op de mondelinge behandeling.
De handelwijze van de rechter is onbegrijpelijk en disproportioneel, zeker in het licht van de eerdere expliciete mededeling dat het aanhoudingsverzoek op zitting zou worden besproken. Dit alles aldus verzoekers.

4.De beoordeling

4.1
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan een partij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Beslissend daarvoor is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
4.2
In de kern komt de wrakingsgrond erop neer dat verzoekers het niet eens zijn met de beslissing van de rechter om de mondelinge behandeling in de hoofdzaak op 2 februari 2026 alsnog door te laten gaan en wel om 14:30 uur en het door verzoekers gedane aanhoudingsverzoek op de mondelinge behandeling definitief af te wijzen. Dit is een procedurele beslissing.
4.3. De wrakingskamer overweegt dat procedurele beslissingen geen grond kunnen vormen voor wraking. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat daaraan in de weg. Wraking is namelijk geen verkapt rechtsmiddel tegen – de verzoeker onwelgevallige – (procedurele) beslissingen van de rechter. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van de procedurele beslissing. Ook de motivering van een procedurele beslissing kan geen grond vormen voor wraking, ook niet als de wrakingskamer zou vinden dat het gaat om een onjuiste, onbegrijpelijke, gebrekkige of te summiere motivering of het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer oordeelt dat daarvan geen sprake is.
4.4.
In dat kader vindt de wrakingskamer van belang dat, bij gebrek aan andersluidend bericht, verzoekers en hun gemachtigde na de indiening van het eerste wrakingsverzoek rekening hadden moeten houden met de mogelijkheid dat de wrakingskamer nog diezelfde dag op het wrakingsverzoek zou beslissen en dat de in de hoofdzaak geplande mondelinge behandeling op diezelfde dag gewoon zou doorgaan. Daarbij komt dat de uitspraak van de wrakingskamer om 13:41 uur per e-mail aan (de gemachtigde van) verzoekers is verstuurd en de griffier direct daarna telefonisch aan (de secretaresse van) de gemachtigde van verzoekers heeft doorgegeven dat de mondelinge behandeling om 14:30 uur zou aanvangen. Aan verzoekers en hun gemachtigde is daarmee voldoende gelegenheid geboden om op de mondelinge behandeling aanwezig te zijn.
Dat verzoekers en/of hun gemachtigde niet aanwezig waren bij de mondelinge behandeling, alwaar het aanhoudingsverzoek van verzoekers, zoals aangekondigd, is besproken en vervolgens is afgewezen, komt onder de gegeven omstandigheden voor hun risico.
4.5.
De door verzoekers aangedragen gronden kunnen niet leiden tot wraking van de rechter. Er is daarom geen reden verzoekers en/of hun gemachtigde mondeling te horen. De wrakingskamer zal het verzoek afwijzen.
4.6.
De wrakingskamer ziet voorts aanleiding om toepassing te geven aan artikel 39, vierde lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat verzoekers nu al voor de tweede keer in deze zaak gebruik hebben van het wrakingsmiddel tegen wegens hen onwelgevallige procesuele beslissingen en zij aldus het wrakingsmiddel lichtzinnig hebben gebruikt dan wel daarvan misbruik maken.

5.Beslissing

De rechtbank
5.1
wijst het verzoek af,
5.2
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekers in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen,
5.3
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekers, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
5.4
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.H. Gisolf, voorzitter, mr. S.I.A.C. Angenent en mr. H. Bakker, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie pagina 1 van het verzoekschrift