ECLI:NL:RBNHO:2026:126

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11639227 \ CV EXPL 25-1030
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis inzake prijsbeding in zorgovereenkomst

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 8 januari 2026 een verstekvonnis uitgesproken in een civiele procedure tussen Mindler B.V. en een niet verschenen gedaagde partij. De eisende partij, vertegenwoordigd door mr. J.J.F. de Geus, had de gelegenheid gekregen om toe te lichten hoe de prijs van de overeenkomst tot stand was gekomen, na een tussenvonnis van 4 september 2025. De kantonrechter heeft beoordeeld of het prijsbeding in de algemene voorwaarden transparant was. Hoewel het prijsbeding niet transparant werd geacht, werd het niet als oneerlijk beschouwd, omdat de kosten werden berekend volgens de door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vastgestelde tarieven. De kantonrechter heeft de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen, omdat deze hoger waren dan toegestaan volgens de wet. De gevorderde hoofdsom en rente werden toegewezen, met inachtneming van een eerdere betaling door de gedaagde partij. De kantonrechter heeft de gedaagde partij grotendeels in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.148,09, vermeerderd met wettelijke rente, en de proceskosten. Het vonnis is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11639227 \ CV EXPL 25-1030
Uitspraakdatum: 8 januari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Mindler B.V.
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: mr. J.J.F. de Geus (Flanderijn)
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 4 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om toe te lichten hoe de prijs van de overeenkomst tot stand is gekomen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

Het prijsbeding
2.1.
Uit de toelichting van de eisende partij blijkt dat de kosten van de behandeling(en) door de eisende partij worden berekend overeenkomstig de geldende tarievenlijst, zoals deze door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is vastgesteld en gepubliceerd.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat het prijsbeding in de algemene voorwaarden niet transparant is, omdat daarin een vindplaats naar de toepasselijke tarievenlijst van de NZa ontbreekt. Weliswaar stelt de eisende partij dat de algemene voorwaarden een link bevatten
die verwijst naar een webpagina die weer doorlinkt naar de NZa-tarievenlijst, maar zonder nadere onderbouwing, zoals een schermafbeelding, blijkt dit niet zonder meer uit de door haar overgelegde producties. Bovendien is het maar de vraag of de patiënt in staat is om op basis van deze tarievenlijst de prijs voor de behandeling vast te stellen. Echter, omdat de eisende partij de behandelingskosten berekent aan de hand van de door de NZa [1] vastgestelde tarieven is naar het oordeel van de kantonrechter per definitie geen sprake van een oneerlijk beding. Het prijsbeding wordt dus in stand gelaten.
Wat is toewijsbaar?
2.3.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, omdat in de door de eisende partij verzonden aanmaning een hoger bedrag wordt genoemd dan op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is toegestaan.
2.4.
De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
2.5.
De gedaagde partij heeft reeds een bedrag van € 900,00 voldaan. Deze deelbetalingen strekken, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, eerst in mindering op de verschenen rente (€ 180,85) en de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 1.148,09 zal worden toegewezen
Conclusie en proceskosten
2.6.
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
2.7.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.148,09, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 april 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 146,14;
griffierecht € 340,00;
salaris gemachtigde € 135,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.De NZa heeft de wettelijke taak om prestaties en tarieven vast te stellen voor de zorg, die gebruikt worden voor de bekostiging van de zorg. Dit is vastgelegd in de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). De NZa stelt beleidsregels vast voor het vaststellen van prestaties en tarieven en voert kostprijsonderzoeken uit om de tarieven te bepalen, met uitzondering van sectoren met vrije tarieven. De NZa stelt jaarlijks tijden en tarieven voor prestatiecodes vast en beschrijft behandelingen (prestaties) die in contracten tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders worden vastgelegd. Voor bepaalde behandelingen gelden maximumtarieven. De NZa voert ook updates uit van bekostigingen en indexeert tarieven.