ECLI:NL:RBNHO:2026:1285

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
AWB - 26 _778
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ParticipatiewetZorgverzekeringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bijzondere bijstand medische kosten wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoekster heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor medische kosten van digitale consulten bij de Hormoonpoli ter hoogte van €209,17. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer heeft deze aanvraag afgewezen omdat de behandelingen onder alternatieve geneeswijzen vallen en niet worden vergoed op grond van de Zorgverzekeringswet.

Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoekster beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening om de noodzakelijke consulten te kunnen voortzetten. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld, waarbij partijen niet zijn verschenen.

Verzoekster stelde dat haar gezondheid verslechterde door het ontbreken van de consulten en dat zij noodgedwongen zelf met medicatie experimenteerde. Het college stelde dat er geen spoedeisend belang was omdat het ging om vergoeding van reeds gemaakte kosten en verzoekster toegang heeft tot reguliere zorg via haar huisarts, wat werd ondersteund door een verwijsbrief.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang ontbrak, dat verzoekster niet in acute financiële nood verkeert en niet verstoken blijft van noodzakelijke medische zorg. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en voldoende toegang tot reguliere zorg.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 26/8
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 februari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,het college.

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoekster voor bijzondere bijstand voor medische kosten op grond van de Participatiewet. Verzoekster is het niet eens met de handhaving van de afwijzing van de aanvraag. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

3. Verzoekster heeft op 6 februari 2025 en aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor medische kosten. Het gaat om kosten voor digitale consulten bij de Hormoonpoli van in totaal € 209,17.
4. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 19 maart 2025 afgewezen. Als toelichting heeft het college aangegeven dat de behandelingen bij de Hormoonpoli vallen onder alternatieve geneeswijzen en niet worden vergoed op grond van de Zorgverzekeringswet. In beginsel is er dan ook geen mogelijkheid om daarvoor bijzondere bijstand te verstrekken.
5. Met het bestreden besluit van 30 juli 2025 op het bezwaar van verzoekster is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
6. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
6.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Partijen zijn zoals tevoren bericht niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

7. Verzoekster stelt dat zij, nadat de aanvraag is afgewezen, noodgedwongen zelf is gaan experimenteren met medicatie en doseringen en dat sindsdien haar gezondheid steeds verder verslechterd is. Zij verzoekt daarom een voorlopige voorziening te treffen, zodat de noodzakelijke consulten kunnen worden voortgezet.
8. Het college stelt dat een spoedeisend belang ontbreekt. Het college wijst er daarbij op dat het in wezen gaat om vergoeding van reeds gemaakte kosten. Het betreft daarom geen situatie waarin zonder onmiddellijke voorziening noodzakelijke zorg niet kan doorgaan. De stelling van verzoekster dat zij door de afwijzing van de aanvraag noodgedwongen is gaan experimenteren met medicijnen heeft zij niet onderbouwd. Het college wijst er daarbij op dat verzoekster, ook als zij bedlegerig is, toegang heeft tot reguliere zorg via haar huisarts. Dit blijkt ook uit de door haar overgelegde verwijsbrief van de huisarts van 9 december 2025.
9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het vereiste spoedeisend belang ontbreekt. De beroepszaak gaat om de vraag of het college op goede gronden geweigerd heeft bijzondere bijstand ter hoogte van € 209,17 toe te kennen. Dat verzoekster als gevolg van deze weigering in acute financiële nood komt te verkeren is niet gebleken. Daarnaast is niet gebleken dat verzoekster verstoken blijft van noodzakelijke medische zorg. De huisarts is blijkens de door verzoekster overgelegde verwijsbrief immers actief betrokken.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat dat er geen voorziening wordt getroffen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.