Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
€ 50,00;
Rechtbank Noord-Holland
In dit kort geding vordert een verhuurder dat een huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van een woning. De verhuurder stelt dat de huur van woonruimte naar zijn aard slechts van korte duur is, waardoor de huurder geen wettelijke huurbescherming zou hebben. De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming af, oordelend dat er geen sprake is van huur die naar zijn aard van korte duur is. De huurder heeft recht op huurbescherming en hoeft de woning niet te ontruimen. De procedure begon met een dagvaarding van de verhuurder op 11 december 2025, waarna op 30 december 2025 een zitting plaatsvond. De kantonrechter concludeert dat de huurovereenkomst niet kan worden beëindigd zonder geldige redenen en dat de belangen van de minderjarige kinderen van de huurder ook in de weg staan aan de ontruiming. De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, terwijl de vordering tot ontruiming wordt afgewezen.