Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.Het verzoek en het verweer
3.De beoordeling
4.De beslissing
mr. M. Bouwen, en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026.
Rechtbank Noord-Holland
Een gepensioneerde verzocht de rechtbank om Stichting Pensioenfonds ABP te bevelen zijn persoonsgegevens en pensioenberekeningen te verstrekken, met name berekeningen van zijn huidige en toekomstige pensioen in het kader van de Wet toekomst pensioenen.
De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat de verzoeker niet eerst een inzageverzoek bij ABP had ingediend zoals vereist op grond van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG). Zonder een beslissing van ABP op een dergelijk inzageverzoek kan de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk beoordelen.
Zelfs als het verzoek wel ontvankelijk zou zijn geweest, had de rechtbank het afgewezen omdat pensioenberekeningen geen persoonsgegevens zijn zoals bedoeld in de AVG en UAVG. De verzoeker had bovendien al alle relevante persoonsgegevens ontvangen via het Uniform pensioenoverzicht (UPO).
De rechtbank oordeelde dat de procedure op grond van artikel 35 UAVG Pro niet bedoeld is voor vorderingen op basis van de Pensioenwet en dat ABP aan haar informatieverplichtingen voldoet. De verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten van ABP ter hoogte van € 2.120,00.
De uitspraak werd gedaan door rechter P.J. Jansen op 8 januari 2026 te Alkmaar.
Uitkomst: Verzoek tot verstrekking pensioenberekeningen afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en proceskostenveroordeling.