Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:1381

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
C/15/337634 / FA RK 23-1135
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Contactherstel tussen vader en dochter onder regie van het Omgangshuis

De zaak betreft een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige dochter, waarbij de vader inmiddels ruim zeventien maanden clean is na een intensieve verslavingsbehandeling. De moeder en de dochter verzetten zich echter tegen contact, waarbij de dochter vanwege haar leeftijd niet tot omgang kan worden gedwongen.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat het contact onder begeleiding moet plaatsvinden, zodat de dochter een eigen beeld kan vormen van haar vader en haar angst kan verminderen. De vader is stabieler en werkt aan zichzelf, maar het contact moet voorzichtig worden opgebouwd.

De rechtbank oordeelt dat het contactherstel onder regie van het Omgangshuis of een vergelijkbare instelling moet plaatsvinden, waarbij de aanvang, opbouw, duur en frequentie van het contact door deze instelling worden bepaald. De draagkracht van de minderjarige staat hierbij voorop. Er wordt geen concrete omgangsregeling vastgesteld, maar het contact wordt gemonitord en geëvalueerd.

De moeder zal de dochter aanmelden bij het Jeugdteam en ook de vader zal zich tot het Jeugdteam wenden, dat het Omgangshuis inschakelt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: Het contactherstel tussen vader en dochter vindt onder regie van het Omgangshuis plaats, waarbij de contactmomenten worden gemonitord en afgestemd op de draagkracht van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
omgang
zaak-/rekestnr.: C/15/337634 / FA RK 23-1135
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 13 februari 2026
in de zaak van:
[de vader],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. B. Bos, kantoorhoudende te Hoorn,
tegen
[de moeder],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. P.K. de Blieck-Willemsen, kantoorhoudende te Vaassen,
--betreffende--
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
hierna mede te noemen: [de minderjarige] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 12 februari 2024 van deze rechtbank en de daarin genoemde stukken;
- het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming van 5 augustus 2024;
- de beschikking van 14 november 2024 van deze rechtbank en de daarin genoemde stukken;
- het F-formulier, met bijlage, van de advocaat van de vader van 1 augustus 2025;
- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de moeder van 5 februari 2026.
1.2.
In voornoemde beschikking van 14 november 2024 is de beslissing over de omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] aangehouden. Aan de vader is de mogelijkheid gegeven om – conform het advies van de Raad – stabiel en clean te worden, zodat toegewerkt kan worden naar statusvoorlichting en (vervolgens) begeleide omgang van bijvoorbeeld initieel een uur per twee weken.
1.3.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 februari 2026 in aanwezigheid van partijen, hun advocaten en de maatschappelijk werker van de vader, [de maatschappelijk werker van de vader] (Route 100). Tevens was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).
1.4.
[de minderjarige] heeft een brief gestuurd aan de kinderrechter.

2.De nadere standpunten

2.1.
Door en namens de vader is nu naar voren gebracht dat de vader in september 2024 opgenomen is geweest bij [afkickkliniek] in [land] voor intensieve behandeling gericht op zijn verslaving. Dit traject heeft hij succesvol afgesloten en hij is tot op heden clean, nu dus zeventien maanden. Na terugkomst is de vader begonnen met dagbesteding (vijf dagen per week) en de vader gaat één of meerdere keren per week naar een meeting voor mensen met verslaving. De vader heeft zijn financiën op orde en oriënteert zich om opnieuw een bedrijf op te starten. De vader is dan ook stabiel genoeg om contact met [de minderjarige] te hebben. Het is belangrijk dat [de minderjarige] een eigen beeld kan vormen van de vader, ook voor haar gevoel van veiligheid. De vader refereert zich aan het eerdere advies van de Raad. Hij hoopt dat een uitbreiding van de omgang mogelijk is, maar het belangrijkste is dat het contact wordt hersteld en dat zo snel mogelijk wordt toegewerkt naar onbegeleide omgang.
1.3.
Door en namens de moeder is naar voren gebracht dat [de minderjarige] zich op dit moment hevig verzet tegen omgang met de vader. [de minderjarige] is gelet op haar leeftijd niet meer tot contact te dwingen en de leerkracht van [de minderjarige] heeft verklaard dat omgang met de vader op dit moment niet passend is. Bij het Omgangshuis is een vooraanmelding gedaan, maar deze is niet van de grond gekomen, omdat het Omgangshuis geen terugkoppeling heeft gehad of de vader nog clean is, terwijl dat een harde eis is voor een vorm van omgang. De moeder kampt met haar eigen angsten, maar houdt deze weg bij [de minderjarige] . Als [de minderjarige] omgang zou willen, staat de moeder daar achter.
1.4.
De Raad staat nog steeds achter het eerder gegeven advies. [de minderjarige] zal niet uit zichzelf nieuwsgierig worden naar haar vader. [de minderjarige] was nog geen jaar toen de ouders uit elkaar gingen en er is veel gebeurd waardoor bij de moeder angsten zijn. Daarom heeft het gedrag van de vader veel invloed gehad op [de minderjarige] , al heeft zij dat wellicht niet bewust meegemaakt. [de minderjarige] wil op dit moment geen contact en is een teruggetrokken kind. Intussen geeft het beeld wat zij van de vader heeft haar angst. Dat kan worden weggenomen doordat [de minderjarige] zelf een beeld kan vormen van de vader. De omgang moet gemonitord worden en hoe een opbouw eruit moet komen te zien is afhankelijk van de observaties die plaats zullen moeten vinden.

3.De verdere beoordeling

3.1.
De kinderrechter overweegt dat zowel de vader als de moeder ter zitting naar voren hebben gebracht dat zij een einduitspraak wensen. Ter zitting heeft de maatschappelijk werker van de vader bevestigd dat de vader inmiddels zeventien maanden clean is. De vader is er nog niet, maar hij werkt aan zichzelf en staat – anders dan voorheen – open voor tips en handvaten van de hulpverlening, die hij ook ter harte neemt. De vader heeft niet voor niets nog steeds begeleiding van een maatschappelijk werker, maar de vader is voldoende stabiel om veilig contact te hebben met [de minderjarige] , aldus de maatschappelijk werker. Hoewel de moeder geen vertrouwen heeft in de huidige stabiliteit van de vader, acht de kinderrechter de uitgebreide toelichting van de maatschappelijk werker – die de vader al geruime tijd begeleid – voldoende om ervan uit te kunnen gaan dat de vader de afgelopen periode flink is gegroeid en hij nu voldoet aan de door de Raad gestelde voorwaarden voor een veilige omgang met [de minderjarige] .
3.2.
Mede gelet op de persoon van [de minderjarige] , haar grote weerstand ten aanzien van haar vader en de omstandigheid dat de moeder geen vertrouwen in de vader heeft, zal de kinderrechter bepalen dat het Omgangshuis, of een vergelijkbare instelling, wordt ingezet. Zoals ter zitting is besproken en door de moeder is bevestigd, zal zij binnen één week na de zitting [de minderjarige] aanmelden bij het Jeugdteam. Ook de vader zal zich wenden tot het Jeugdteam. Het Jeugdteam zal dan het Omgangshuis, of een vergelijkbare instelling, inschakelen om hulp te bieden om voor [de minderjarige] een beeld te schetsen van de vader aan de hand van zijn levensverhaal. Onder regie en aanwijzing van het Omgangshuis zal worden bepaald of, hoe en wanneer contact tussen de vader en [de minderjarige] kan plaatsvinden. [de minderjarige] was ongeveer een jaar oud toen de vader voor het laatst contact met haar had. De kinderrechter begrijpt dat de vader zo snel mogelijk omgang met zijn dochter wil, maar hij zal reëel moeten zijn en moeten inzien dat dat – gelet op de reeds geschetste omstandigheden – tijd gaat kosten. De kinderrechter zal dan ook geen concrete omgangsregeling vaststellen. Het is aan de omgangsbegeleiders om de contactmomenten goed te monitoren, regelmatig te evalueren en indien passend uit te breiden, waarbij de draagkracht van [de minderjarige] telkens voorop blijft staan.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat het contact(herstel) tussen de vader en de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
onder regie en aanwijzing van het Omgangshuis, of vergelijkbare instelling, dient plaats te vinden, waarbij de aanvang, opbouw, de wijze, de duur en de frequentie van het contact door het Omgangshuis, of vergelijkbare instelling, zal worden bepaald;
4.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie als griffier en in het openbaar uitgesproken op
13 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.