Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit Haarlem, eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem
Samenvatting
ondergeschiktmoeten zijn aan het hoofdgebouw. Dit betekent dat de bestemming ‘Tuin – 3’ niet in de weg staat aan het realiseren van primaire woonfuncties of ander niet-ondergeschikt gebruik van bijbehorende bouwwerken. Het college heeft echter wel terecht strijd met het Parapluplan behoud omgevingskwaliteiten Haarlem aanwezig geacht, aangezien eiser bij zijn bouwplan niet heeft voorzien in een parkeeroplossing op eigen terrein. Wel moet het college nader beoordelen of er aanleiding is om af te wijken van het Parapluplan. Eiser krijgt dus deels gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
ten dienste vanhet hoofdgebouw. Volgens het college komt dit erop neer dat een bijbehorend bouwwerk op gronden met de bestemming ‘Tuin – 3’ ondergeschikt moet zijn aan het hoofdgebouw. Het college heeft hierbij verwezen naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 november 2007 [1] en (in het verweerschrift) 28 december 2011. [2] Dit betekent vervolgens dat het bijbehorende bouwwerk niet gebruikt mag worden voor
primaire woonfunctieszoals een woonkamer, keuken of slaapkamer. Aangezien eiser beoogt om het bijbehorende bouwwerk te gebruiken voor dergelijke primaire woonfuncties is er op dit punt volgens het college strijd met het bestemmingsplan. Verder stelt het college dat het voldoende heeft gemotiveerd waarom het in dit geval geen omgevingsvergunning wil verlenen in afwijking van het bestemmingsplan. Deze motivering komt er kort gezegd op neer dat de bestemming ‘Tuin – 3’ als doel heeft om naast bewoning ook bedrijfsvoering aantrekkelijk te maken binnen de aangrenzende bestemming ‘Gemengd – 3’. Het college vreest dat, op het moment dat primaire woonfuncties worden toegestaan op gronden met de bestemming ‘Tuin – 3’, dit als gevolg zal hebben dat alle panden met bestemmingen ‘Gemengd – 3’ en ‘Tuin – 3’ gebruikt zullen worden als woningen en dat het bedrijfsleven en de detailhandel uit de buurt zullen verdwijnen. Het college verwijst hierbij naar paragraaf 7.1 van de Omgevingsvisie Haarlem 2045.
ondergeschiktis aan het hoofdgebouw. Volgens eiser blijkt dit uit de in het bestemmingsplan opgenomen definities van ‘bijgebouwen’ en ‘bijbehorende bouwwerken’. Hierin staat namelijk dat een bijgebouw zowel in bouwkundige als in functionele zin ondergeschikt is aan
enten dienste staat van een hoofdgebouw. Hieruit volgt volgens eiser logischerwijs dat ‘ondergeschikt’ en ‘ten dienste van’ niet hetzelfde betekenen. Verder staat bij de definitie van bijbehorend bouwwerk dat het moet gaan om een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel om een bouwwerk dat functioneel verbonden is met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw. Hieruit volgt niet dat een bijbehorend bouwwerk ondergeschikt moet zijn aan het hoofdgebouw. Naar de mening van eiser betekent ‘ten dienste van’ enkel dat het bijbehorende bouwwerk functioneel verbonden moet zijn aan het hoofdgebouw.
ten dienste vanhet hoofdgebouw’. De zinsnede ‘ten dienste van’ is voorts niet nader gedefinieerd in het bestemmingsplan of de toelichting daarop. De rechtbank ziet daarom aanleiding om voor de betekenis van de zinsnede ‘ten dienste van’ aan te sluiten bij de systematiek van de planvoorschriften. De rechtbank komt tot de conclusie dat de uitleg van het college leidt tot een onjuiste toepassing van artikel 13.1 die niet strookt met de overige bepalingen van het bestemmingsplan of het door het college omschreven doel van de bestemming ‘Tuin – 3’. De rechtbank licht dit hieronder toe.
ondergeschiktis aan en ten dienste staat van een hoofdgebouw’. Voor zover de planmaker dus heeft bedoeld om de bestemming ‘Tuin – 3’ aan te wijzen voor ondergeschikte bebouwing, had het in de rede gelegen om in onderdeel b van artikel 13.1 te verwijzen naar ‘bijgebouwen’ in plaats van ‘bijbehorende bouwwerken’.