Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- één of meerdere personen, te weten [slachtoffer A] en/of diens partner, door met een balletjes pistool te schieten op die [slachtoffer A] en/of diens partner en/of
- een persoon, te weten [slachtoffer B], door met een balletjes pistool in de richting van die [slachtoffer B] te schieten;
- dreigend de woorden toe te voegen "Stap uit, ik maak je af!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- (daarbij) die [slachtoffer D] bij zijn kraag vast te grijpen en/of
- (daarbij) een slaande beweging richting het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer D] te maken.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- [slachtoffer A] en haar partner, door met een balletjes pistool te schieten op die [slachtoffer A] en haar partner en
- [slachtoffer B], door met een balletjes pistool in de richting van die [slachtoffer B] te schieten;
- dreigend de woorden toe te voegen "Stap uit, ik maak je af!" en
- die [slachtoffer D] bij zijn kraag vast te grijpen en
- een slaande beweging richting het hoofd van die [slachtoffer D] te maken.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
- post 1: kosten fatbike ad € 1.000,-;
- post 2: tankkosten vervangend vervoer ad € 388,85;
- post 3: printkosten formulieren ad € 6,55;
- post 4: postzegels t.b.v. verzenden formulieren ad € 4,21.
8.Vorderingen tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
60 (zestig) dagen, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
100 (honderd) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
[slachtoffer D]geleden schade tot een bedrag van
€ 400,-als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer D], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer D]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 400,-bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
4 dagen gijzelingen bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer C]geleden schade tot een bedrag van
€ 1.210,76als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer C], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer C]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 1.210,76, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
12 dagen gijzelingen bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.