Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De feiten
“hierbij de aangepaste offerte”. Bij die e-mail is gevoegd een begroting voor een dakopbouw met een aanneemsom van € 269.464,56 inclusief btw. Punt 1.10.0. van de offerte vermeldt:
GELDENDE VOORWAARDENVAN TOEPASSING ZIJNDEAlgemene voorwaarden [eiser] Bouwbedrijf B.V. van 13-4-2022.
“Ik ga inhoudelijk akkoord met je offerte van 7 juli 2023 conform de omschrijving. Echter, onder de voorwaarde dat je uiterlijk in week 35 2023 een aanvang maakt met de werkzaamheden en binnen 8 weken oplevert. Uiteraard houden wij rekening met onmacht en onvoorziene omstandigheden.”
”
“Pleisterplaten (…) droog opslaan, (…) beschermd tegen weersinvloeden (…)”en
“Niet verwerken beneden een ondergrond- en luchttemperatuur van +5º C of te verwachten vorst.”
- Kunnen/mogen de platen worden verwerkt onder de 5º C
- Kunnen/mogen de platen nog verwerkt worden wanneer deze door regen en vorst vochtbelast zijn geweest
- De platen zijn gemonteerd echter in het voorjaar van 2024 middels aanbrengen van een stucsysteem worden deze afgewerkt. Is dat mogelijk?
- In het productinformatieblad staat omschreven dat de platen niet verwerkt mogen worden beneden een ondergrond- en luchttemperatuur van + 5º C of te verwachten vorst. Deze vermelding is echter een standaard waarschuwing die wij bij al onze materialen die buiten worden toegepast vermelden. Dit heeft dan ook meer betrekking op onze mortels en pleisters die gevoeliger zijn bij verwerking onder de 5º C. De Omniclad O2 pleisterplaat is zoals ook staat vermeld zeer dampopen, buigzaam en schimmelwerend. De platen kunnen zeker blootgesteld worden aan vocht en vorst echter niet langdurig, hierbij denkend aan een maand of zelfs maanden. In de situatie zoals op dit project is ontstaan verwachten wij geen enkel probleem en zal hierdoor de kwaliteit van de platen hetzelfde zijn en blijven
- De Omniclad O2 pleisterplaat zal in het voorjaar van 2024 worden afgewerkt met een Strikotherm stucsysteem. Ter bescherming van de platen en ter voorkoming van verontreinigen adviseren wij de platen te beschermen middels het plaatsen van een afdekfolie. Indien de platen nog teveel aan vocht bevatten adviseren wij deze bescherming ventilerend aan te brengen zodat het vocht wat nog in de platen aanwezig is op een normale wijze kan verdampen. Wel is het belangrijk dat na het monteren van de afdekfolie er geen vocht achter het hsb systeem kan treden. Bij het langdurig nat worden van de achterliggende constructie kan dit spanningen veroorzaken”
“omzettingsverklaring”:
3.Het geschil
- 29 januari 2024: € 40.419,69,
- 23 februari 2024: € 1.856,40,
- 27 februari 2024: € 20.000,00
- 4 april 2024: € 20.419,69.
4.De beoordeling
Algemene voorwaarden [eiser] Bouwbedrijf B.V. van 13-4-2022van toepassing zijn. [gedaagde] heeft deze offerte geaccepteerd zonder op dit punt een voorbehoud te maken. Dit betekent dat de algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst tussen partijen. Op grond van artikel 6:232 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) is [gedaagde] ook aan de voorwaarden gebonden indien hij de inhoud daarvan niet kende.
€ 20.419,69 was niet afdoende om dit verzuim te repareren. De conclusie is dan ook dat [gedaagde] op 28 maart 2024 in verzuim verkeerde, tenzij zijn verweer slaagt dat op dat moment sprake was van gebreken die een beroep op opschorting van zijn betalingsverplichting rechtvaardigden. In dat kader overweegt de rechtbank als volgt.
“De kozijnentekening d.d. 12-05-2023 is dus niet gewijzigd, behoudens de wijziging in de breedte van merk E (…)”niet plaatsen en gaat zij daaraan voorbij.
€ 46.279,24 = € 140.591,81 toewijzen, waarvan € 132.928,38 te vermeerderen met wettelijke handelsrente met ingang van 4 mei 2024 en € 7.663,43 te vermeerderen met wettelijke handelsrente met ingang van 24 augustus 2024. De rechtbank merkt de overeenkomst aan als een handelsovereenkomst: de huurappartementen waren bestemd voor de commerciële verhuur, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat [gedaagde] bedrijfsmatig heeft gehandeld. Voor de verschillende eerdere ingangsdata van de rente zoals door [eiser] primair gevorderd ziet de rechtbank geen grond. [eiser] mocht bij de facturering niet uitgaan van het betaalschema zoals opgenomen in de niet getekende opdrachtbevestiging, en de rechtbank zijn onvoldoende aanknopingspunten geboden om te kunnen bepalen wanneer de stand van het werk welk gefactureerd bedrag rechtvaardigde. Daardoor is toewijzing van rente zoals door [eiser] primair gevorderd niet aan de orde. De subsidiair gevorderde ingangsdatum wordt toegewezen, met dien verstande dat de rente voor het meerwerk van € 7.663,43 is verschuldigd vanaf 30 dagen na de factuurdatum. Er is namelijk geen fatale betalingstermijn overeengekomen. [gedaagde] heeft zich gerechtvaardigd beroepen op vernietiging van de algemene voorwaarden en de op de factuur vermelde betalingstermijn van veertien dagen heeft zonder nadere onderbouwing niet als zodanig te gelden.
€ 148,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
1 november 2023.
€ 148,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
5.De beslissing
€ 132.928,38 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW met ingang van 4 mei 2024 en € 7.663,43 te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW met ingang van 24 augustus 2024, steeds tot de dag van volledige betaling,