Uitspraak
RELAXED APARTMENTS,
In reconventie is de vordering tot betaling van een verhuis- en inrichtingskostenvergoeding op grond van artikel 7:297 BW Pro niet toewijsbaar, omdat in dit geval sprake is van huur van een 7:230a-bedrijfsruimte waarop die regel niet van toepassing is.
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 juni 2025
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie van 27 augustus 2025
- het tussenvonnis van 24 september 2025
- de aanvullende producties zijdens [eiser] die op 24 december 2025 zijn overgelegd
- de conclusie van antwoord in reconventie van 13 januari 2026
- de spreekaantekeningen die door [eiser] tijdens de mondelinge behandeling zijn overgelegd en voorgedragen.
2.De feiten
“(…)
Ik ervaar al jaren structureel overlast van “Relaxt Slapen” B&B-gsten. Gasten die foutief de toegangscode invoeren bellen bij mij aan of duwen tegen de poortdeuren. Dit leidt ook tot ontregeling en defecten aan het systeem die ik in mijn huis hoor en waardoor mijn woongenot en rust, ook ’s nachts, wordt verstoord.(…)
Voor Relaxed slapen ontbreekt lokaal beheer en wordt de bedrijfsvoering zonder lokaal toezicht voortgezet. (…)”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
De omvang van deze schadevergoeding dient te worden vastgesteld (…) door met elkaar in vergelijking te brengen, enerzijds, de hypothetische situatie waarin de schuldeiser zou hebben verkeerd bij een in alle opzichten onberispelijke wederzijdse nakoming en, anderzijds, de feitelijke situatie waarin de schuldeiser na ontbinding van de overeenkomst verkeert (in voorkomende gevallen: na afwikkeling van de, uit art. 6:271 BW Pro voortvloeiende, verbintenissen tot teruggave dan wel ongedaanmaking).” [4] . Het peilmoment voor de schade is dus het moment van ontbinding.
nietzijnde een woonruimte of bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro. Voor de toepasselijkheid van de bepalingen uit artikel 7:290 BW Pro e.v. moet komen vast te staan dat het gaat om een gebouwde onroerende zaak die op grond van de overeenkomst bestemd is om gebruikt te worden als
aeen kleinhandels- of cafebedrijf, een afhaal- en besteldienst of een ambachtsbedrijf,
been hotelbedrijf en
ceen kampeerbedrijf, een en ander (dus onder a t/m c) indien in de verhuurde ruimte een voor het publiek toegankelijk lokaal voor de rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening aanwezig is.