ECLI:NL:RBNHO:2026:1514

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
373551
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uittredende maat handelt onrechtmatig bij voortzetting merkenbureau en klantenwerving

De zaak betreft een geschil tussen twee maten van een merkenbureau dat als maatschap werd geëxploiteerd. De uittredende maat heeft de maatschap opgezegd en is een eigen onderneming gestart, waarbij zij klanten en bedrijfsgegevens van de maatschap heeft meegenomen en benaderd.

De voortzettende maat heeft een kort geding aangespannen wegens onrechtmatig handelen van de uittredende maat, met vorderingen tot het staken van onrechtmatige gedragingen, het respecteren van het voortzettingsbeding, het verbod op gebruik van bedrijfsgegevens en klantenbenadering, en het verstrekken van informatie.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de klanten en het opgebouwde klantenbestand tot het maatschapsvermogen behoren en dat de uittredende maat in strijd met de maatschapsovereenkomst heeft gehandeld door klanten te benaderen en bedrijfsgegevens te gebruiken. De vorderingen tot voortzetting van de onderneming en het verbod op gebruik van gegevens worden toegewezen, met uitzondering van enkele vorderingen die te onbepaald zijn of onvoldoende belang tonen.

De uittredende maat wordt veroordeeld tot het verstrekken van uitgebreide informatie over de bedrijfsgegevens en klanten, het verzenden van een rectificatie aan benaderde klanten, het verwijderen van bedrijfsinformatie, en het medewerken aan de overdracht van bankrekeningen. De vorderingen in reconventie van de uittredende maat worden afgewezen. De uittredende maat wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De uittredende maat handelt onrechtmatig en wordt veroordeeld tot het staken van gebruik van bedrijfsgegevens en klantenbenadering, met toewijzing van vorderingen van de voortzettende maat.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/373551 / KG ZA 26-11
Vonnis in kort geding van 6 februari 2026
in de zaak van
[eiser]h.o.d.n.
[bedrijf 1],
te [plaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. P.A. Dijkstra,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. J.P.F.R. Bugter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 januari 2026 met 20 producties
- de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie van 21 januari 2026 met 15 producties
- nagekomen productie 21 van de kant van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 21 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [gedaagde]
- de aanhouding van de zaak
- het verzoek van partijen om vonnis te wijzen.
1.2.
Onmiddellijk na sluiting van de mondelinge behandeling is aangezegd dat als partijen daarom verzoeken, het vonnis binnen twee dagen na uitlaten zal worden uitgesproken en aan partijen zal worden verstrekt in kop-staart vorm. Het onderstaande vormt hiervan een nadere schriftelijke uitwerking die is opgemaakt op 20 februari 2026.

2.De feiten

2.1.
[eiser] en [gedaagde] zijn met ingang van 4 februari 2013 een maatschapsovereenkomst aangegaan onder de naam ‘[bedrijf 1]’ met als doel het voor gezamenlijke rekening exploiteren van een merkenbureau in de ruimste zin van het woord (hierna: de maatschapsovereenkomst). De vanuit de maatschap gedreven onderneming hierna te noemen: [bedrijf 1].
2.2.
Volgens artikel 4 lid 1 van Pro de maatschapsovereenkomst hebben [eiser] en [gedaagde] als maat in de maatschap ingebracht (onderstreping voorzieningenrechter):
zijn kennis, arbeid, vlijt,relatiesen vergunningen voor zover die betrekking hebben op de door de maatschap te drijven onderneming.
2.3.
[gedaagde] heeft de maatschap conform artikel 3 van Pro de maatschapsovereenkomst eind september 2025 opgezegd met inachtneming van een termijn van drie maanden, zodat de maatschap per 31 december 2025 is beëindigd.
2.4.
Partijen zijn in overleg getreden over de afwikkeling van de maatschap.
2.5.
[eiser] heeft bij brief van 24 oktober 2025 een beroep gedaan op het voorzettingsbeding van artikel 15 van Pro de maatschapsovereenkomst. Dat geeft haar volgens artikel 15 lid 1 sub a van Pro de maatschapsovereenkomst het recht om het bedrijf van de maatschap voort te zetten. In artikel 15 lid 3 wordt Pro als volgt uitgewerkt wat dit recht inhoudt:
Het recht van voortzetting houdt in om alleen of met anderen de activiteit van de maatschap onder de handelsnaam en het merk [bedrijf 1] voort te zetten onder
verplichting (tevens een recht) alle tot het maatschapsvermogen behorende
vermogensbestanddelen over te nemen, zich te laten toedelen of, wat de schulden
betreft voor zijn rekening te nemen en aan de andere maat of diens rechtsopvolgers in
geld uit te keren de waarde van diens aandeel in dit vermogen.
2.6.
[eiser] heeft in de brief van 24 oktober 2025 aangegeven dat zij alle vermogensdelen overneemt die in economische of juridische zin zijn ingebracht. [eiser] vraagt om een overzicht en toelichting van zaken die [gedaagde] graag wil behouden, zodat partijen het daar over kunnen hebben. Ook vraagt [eiser] een lijst op te stellen van relaties en dossiers die [gedaagde] zou willen blijven bedienen, waarbij zij aantekent dat alle relaties en dossiers in beginsel tot het aan haar verblijvende en voortgezette maatschapsvermogen behoren. Ten slotte wijst zij [gedaagde] erop dat er een concurrentiebeding geldt zolang de maatschap voortduurt.
2.7.
Het concurrentiebeding van artikel 16 lid 1 van Pro de maatschapsovereenkomst luidt:
Het is ieder der maten verboden tijdens de duur van de maatschap bij een andere onderneming werkzaam te zijn of daarbij rechtstreeks of zijdelings betrokken
te zijn, behoudens schriftelijke toestemming van de andere maat.
2.8.
[gedaagde] heeft op 3 november 2025 via haar advocaat aan [eiser] een overzicht gestuurd van de materiële en immateriële activa die [gedaagde] mee wil nemen. Die laatste zijn kort gezegd alle door [gedaagde] aangebrachte en bediende klanten, dossiers, data en informatie als ook de klanten die werden bediend door een bepaalde medewerker van [bedrijf 1] met bijbehorende dossiers en data.
2.9.
Partijen hebben daarna met hun advocaten geprobeerd om tot een minnelijke regeling te komen, maar dat is niet gelukt.
2.10.
[gedaagde] heeft haar werkzaamheden in het kader van een merkenbureau voortgezet onder de naam van haar eenmanszaak ‘[bedrijf 2]’. De eenmanszaak is op 25 november 2026 - met als ingangsdatum 17 november 2025 - ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
2.11.
[gedaagde] heeft op 2 januari 2026 de volgende e-mail gestuurd aan een deel van de relaties van de maatschap:
Allereerst wens ik je een heel goed, gezond en inspirerend 2026. Ik hoop dat het nieuwe jaar veel groei, ontwikkeling en mooie resultaten brengt voor jouw merk of onderneming.
Misschien hebben we al een tijdje geen contact gehad, maar dat maakt jou als klant niet minder belangrijk. Wij staan aangetekend als beheerder van jouw merkregistraties en monitoren alle termijnen. Je kunt altijd bij ons terecht met vragen op het gebied van merken-, model- en auteursrecht.
Na dertien jaar met veel plezier en toewijding te hebben gebouwd aan [bedrijf 1], start ik per 1 januari 2026 een nieuw onderneming: [bedrijf 2]. Vanuit [bedrijf 2] ga ik, samen met een team, verder met wat je van mij gewend bent. We begeleiden creatieve, innovatieve en duurzame merken over strategische merkopbouw en (internationale) bescherming. We bieden heldere, praktische advisering met persoonlijke aandacht en focus op wat voor jouw merk en onderneming echt belangrijk is.
We hebben altijd met veel plezier voor je gewerkt en zetten dat graag met dezelfde betrokkenheid voort via [bedrijf 2]. Uiteraard staat het je vrij om bij [bedrijf 1] te blijven. In dat geval danken we je oprecht voor het vertrouwen en het fijne contact dat we hebben gehad.
Kies je ervoor bij ons te blijven? Dan is het belangrijk dat je [bedrijf 1] kort laat weten dat je met ons meegaat. Zo kan de overdracht van jouw dossiers en gegevens netjes en zonder vertraging plaatsvinden. Op deze manier kunnen we jouw zaken goed blijven behandelen.
Hieronder hebben we een korte voorbeeldtekst opgenomen die je daarvoor kunt gebruiken. Deze kun je het beste sturen naar [e-mailadres 1].
Mocht er onduidelijkheid ontstaan over kosten, bijvoorbeeld rondom merkbewaking of lopende diensten, laat het ons dan meteen weten. In alle gevallen zorgen we ervoor dat jij hier financieel geen nadeel van ondervindt. We vangen dit waar nodig op.
Ook bij [bedrijf 2] blijven jouw dossiers, merken, termijnen en lopende zaken voor ons prioriteit. De samenwerking en het vertrouwen dat we hebben opgebouwd, zetten we graag met dezelfde zorg en betrokkenheid voort.
Heb je vragen, wil je even sparren of samen vooruitkijken naar 2026? Neem gerust contact met ons op. We denken graag met je mee. Laat je me weten of je bij ons blijft?
Hartelijke groet,
[gedaagde]
Founder & European Trademark Attorney
(…)
Onderwerp: Overdracht dossiers aan [bedrijf 2]
Beste team [bedrijf 1],
Hierbij laat ik jullie weten dat[jouw organisatie naam/namen]haar intellectuele eigendomsrechten per 1 januari 2026 door [bedrijf 2] wil laten beheren, bewaken en beschermen.
Ik verzoek jullie vriendelijk om zonder vertraging alle bijbehorende (elektronische) dossiers, merkbewakingen, gegevens, termijnen en systeemtoegang compleet aan [bedrijf 2] over te dragen en wel voor 9 januari 2026 in een door [bedrijf 2] aangegeven elektronisch bestandsformaat.
Wij gaan er vanuit dat [bedrijf 1] snel en doeltreffend meewerkt aan een soepele overdracht.
Het e-mailadres waar je deze informatie naar toe kan sturen is [e-mailadres 2]. Mocht hierover afstemming nodig zijn met [bedrijf 2] dan geef ik bij deze ook toestemming dat jullie informatie rondom de overdracht uitwisselen met [bedrijf 2].
Met vriendelijke groet,
[Jouw naam]
2.12.
[eiser] heeft vanaf dat moment opzeggingen van diverse klanten ontvangen.
2.13.
Op 2 januari 2026 is ook de IT-leverancier van [bedrijf 1] namens [gedaagde] benaderd en gesommeerd om [gedaagde] toegang te verlenen tot het op haar naam geregistreerde e-mailadres en -account van [bedrijf 1] en toegang te geven tot de (Microsoft)-werkomgeving van [bedrijf 1]. Op 6 januari 2026 heeft de advocaat van [gedaagde] de IT-leverancier aansprakelijk gesteld en per e-mail aan hem geschreven:
Op 2 januari 2026 heb ik u ten behoeve van cliënte, [gedaagde], een sommatie gezonden om drie door u uitgevoerde informatieblokkades op te heffen omdat deze jegens cliënte onrechtmatig zijn en schade veroorzaken.
Inmiddels werd vastgesteld dat u niet aan de sommatie heeft voldaan, de blokkades zijn nog steeds niet opgeheven. Enige reactie uwerzijds mocht ik bovendien niet ontvangen, u heeft de juistheid van het in de sommatie gestelde op geen enkele wijze betwist.
Uw stilzitten is onacceptabel, mede gezien het feit dat de door uw toedoen ontstane schade aan de zijde van cliënte verder oploopt. Zij acht zich nu dan ook vrij zonder nadere aankondiging alle nodige (rechts)maatregelen te treffen om de onrechtmatige blokkades op te (doen) heffen en alle door u veroorzaakte schade integraal op uw bedrijf dan wel op u in privé te verhalen.
2.14.
[eiser] heeft namens [bedrijf 1] aan de opzeggende klanten de volgende e-mail gestuurd:
Dank voor jouw bericht.
We vinden het jammer dat je hebt aangegeven je merkenportefeuille over te willen brengen naar [gedaagde], maar zullen jouw beslissing uiteraard respecteren. Jouw belang en wens staat altijd voorop, ook als je overstapt!
We willen je er wel op wijzen dat de mail die je van [gedaagde] hebt ontvangen mogelijk een onjuist beeld schept.
[bedrijf 1] beheert de dossiers en is aangetekend als gemachtigde en blijft dat in principe voor alle klanten doen, behalve bij een opzegging. Alleen [gedaagde] heeft [bedrijf 1] verlaten: de rest van het team blijft dus gewoon intact en voor [bedrijf 1] is het "business as usual".
Ons team en onze systemen spelen een belangrijke rol bij het beheer van de dossiers en dat zal wegvallen bij een overstap.
Mocht je door deze informatie twijfelen over de beslissing, dan staan we je graag te woord.
Als je bevestigt jouw portefeuille inderdaad te willen onderbrengen bij [gedaagde], dan zullen we zorgdragen voor overdracht van de dossiers en zullen overgaan tot sluiting van de dossiers.
Vanaf dat moment ligt de verantwoordelijkheid en beroepsaansprakelijkheid volledig bij [gedaagde]/ [bedrijf 2].
Mochten we je in de toekomst weer van dienst kunnen zijn, dan weet je ons te vinden. Rest ons jou veel succes te wensen!

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser] vordert
Te bevelen
I. omgaand de in het lichaam van deze dagvaarding genoemde onrechtmatige gedragingen te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per nieuwe onrechtmatige gedraging dan wel per dag dat een onrechtmatige gedraging voortduurt, zulks met een maximum van € 500.000,-;
II. te gehengen en gedogen dat [eiser] de onderneming van [bedrijf 1] exclusief, vrij te gehengen en gedogen dat [eiser] de onderneming van [bedrijf 1] exclusief, vrij en ongehinderd zelfstandig voortzet, met alle ten tijde van het eindigen van de samenwerking op 31 december 2025 daartoe behorende (immateriële) activa waaronder klanten, bedrijfssystemen, bedrijfs- en klantinformatie en dossiers;
III. op eerste verzoek van [eiser] ([bedrijf 1]) steeds haar onvoorwaardelijke en volledige medewerking te verlenen aan de in de maatschapsovereenkomst opgenomen (wijze van) afwikkeling van de samenwerking;
IV. zich te onthouden van het doen van negatieve uitlatingen over de onderneming, medewerkers en dienstverlening van [bedrijf 1] en [eiser] in de ruimste zin des woords, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per overtreding, zulks met een maximum van € 100.000,-;
te verbieden:
V. de bedrijfsgegevens van [bedrijf 1], waaronder klant- en dossierinformatie, te (doen) gebruiken of (in kopie dan wel gedeeltelijk of geanonimiseerd) beschikbaar, verwerkt of voorhanden te houden voor raadpleging;
VI. klanten van [bedrijf 1] te (doen) benaderen, in het bijzonder met een acquisitief oogmerk dan wel vanuit of gericht op, dan wel concurrerend met, de bedrijfsvoering van de onderneming van [bedrijf 1];
VII. (toe)leveranciers van [bedrijf 1] te (doen) benaderen of (juridisch) onder druk te (doen) zetten in verband met de afwikkeling van de samenwerking;
te gebieden:
VIII. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] een deugdelijke en integrale schriftelijke opgave te verstrekken van alle bedrijfsinformatie en - gegevens van [bedrijf 1] waarover [gedaagde] in kopie of afschrift dan wel anderszins beschikt, zoals klant- en dossiergegevens, templates, documenten, dan wel andere stukken en informatie; alsmede een integrale opsomming te geven van alle systemen en accounts van [bedrijf 1] waartoe zij thans nog toegang heeft, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, zulks met een maximum van € 250.000,-;
IX. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] een afschrift te verstrekken van alle klanten van [bedrijf 1] die tijdens of na het eindigen van de samenwerking door, namens of ten behoeve van [gedaagde] dan wel de door haar gedreven onderneming [bedrijf 2] zijn benaderd, zowel schriftelijk, telefonisch of anderszins, waaronder de klanten die een soortgelijk bericht hebben ontvangen zoals het e-mailbericht dat is opgenomen als Productie 013 bij deze dagvaarding;
X. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] schriftelijk opgave te doen van alle klanten van [bedrijf 1] die aan [gedaagde] hebben kenbaar gemaakt met betrekking tot de dienstverlening over te zullen stappen van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2] dan wel voortaan bij laatstgenoemde diensten zullen afnemen;
XI. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] opgave toe doen van alle klanten, relaties en opdrachten die [gedaagde] heeft opgedaan gedurende de samenwerking binnen [bedrijf 1], alsmede daarbij te vermelden welke van die klanten en opdrachten zij thans reeds heeft bediend vanuit haar onderneming [bedrijf 2] en wat die dienstverlening specifiek inhoudt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven en per klant die niet wordt opgegeven, zulks met een maximum van € 250.000,- ;
XII. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan alle klanten van [bedrijf 1] die tijdens of na het eindigen van de samenwerking door, namens of ten behoeve van [gedaagde] dan wel de door haar gedreven onderneming [bedrijf 2] zijn benaderd zoals vermeld in nummer IX. van dit petitum per e-mailbericht een rectificatie te versturen met de navolgende dan wel door uw voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen (andere) tekst met als onderwerp in de onderwerpregel: “Rectificatie namens [gedaagde] ([bedrijf 2]) ter uitvoering van vonnis van de voorzieningenrechter” en met in het lichaam van het e-mailbericht de tekst (met gebruikelijk lettertype en lettergrootte: “Rectificatie namens [gedaagde] ([bedrijf 2]) ter uitvoering van vonnis van de voorzieningenrechter
Geachte heer, mevrouw,
Recent heb ik u een e-mailbericht gestuurd waarin ik u de beste wensen heb gedaan voor 2026. Het e-mailbericht is voornamelijk acquisitief van aard en daarin is ten onrechte de suggestie gewekt dat mijn onderneming [bedrijf 2] is aangetekend als de beheerder van uw merkregistraties en tevens alle termijnen monitort. Dat is niet het geval, omdat merkenbureau [bedrijf 1] dit voor u doet.
Het e-mailbericht suggereert daarnaast ten onrechte dat ik per 1 januari 2026 onder de handelsnaam [bedrijf 2] verder ga met dienstverlening met een team. Dat is onjuist. Ik werk vanaf 1 januari 2026 weliswaar niet meer voor [bedrijf 1], maar van een team is bij [bedrijf 2] vooralsnog geen sprake.
Het team van [bedrijf 1] en haar bedrijfsvoering zijn na mijn vertrek ongewijzigd gebleven. Uw contact- en e-mailgegevens heb ik zonder toestemming van [bedrijf 1] gebruikt om aan de klanten van [bedrijf 1] acquisitieve e- mailberichten te versturen, met daarbij een concept opzegging voor de dienstverlening van [bedrijf 1]. Daardoor is bij [bedrijf 1] in strijd met de geldende wettelijke privacyregels zoals de AVG een datalek ontstaan. Uit de reacties van verschillende klanten van [bedrijf 1] aan [bedrijf 1] is gebleken dat mijn e-mailbericht onduidelijk en suggestief van aard was en tot verwarring heeft geleid. Daarnaast hebben sommige relaties ten onrechte de indruk gekregen dat mijn voormalig zakenpartner [eiser], onrechtmatig en onjuist zou handelen richting mij. Daarvan is geen sprake, aangezien zij uit hoofde van onze maatschapsovereenkomst gerechtigd is de onderneming voor te zetten en zij daar ook een beroep op heeft gedaan.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland heeft in haar/zijn vonnis van (datum vonnis) geoordeeld dat ik hierdoor onrechtmatig jegens [bedrijf 1] heb gehandeld. De voorzieningenrechter heeft mij daarom veroordeeld om deze rectificatietekst per e-mailbericht aan u toe te zenden. [gedaagde] [bedrijf 2]”
XIII. in verband met de uitvoering van het gebod onder nummer XII. van dit petitum in ieder e-mailbericht [bedrijf 1] ([eiser]) in bcc op te nemen, door gebruikmaking daartoe van het navolgende e-mailadres van [bedrijf 1]: [e-mailadres 1];
XIV. na het binnen 48 uur na het te dezen te wijzen vonnis verstrekken aan [bedrijf 1] van een overzicht, afschrift en retournering van de bedrijfsinformatie waar [gedaagde] over beschikt, de overige (digitale) informatie van [bedrijf 1] op vertrouwelijke wijze te (doen) verwijderen dan wel vernietigen en daarvan aan [eiser] een deugdelijk bewijs toe te zenden;
XV. binnen 48 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] een afschrift te sturen van alle in Equinox ontbrekende klant- en dossiergegevens waarover [gedaagde] beschikt, waaronder agendapunten en taken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, zulks met een maximum van € 250.000,-.
XVI. haar voortdurende en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het op eerste verzoek van [eiser] overdragen van de (tenaamstelling(en) van) de bankrekening(en) van [bedrijf 1] bij Rabobank aan [eiser] en daartoe op eerste verzoek al hetgeen te doen dat daartoe is vereist, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per keer dat aan een dergelijk verzoek niet onverwijld gevolg wordt gegeven dan wel iedere dag of gedeelte daarvan dat geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek, zulks met een maximum van € 250.000,-;
XVII. binnen 24 uur na het te dezen te wijzen vonnis aan [eiser] alle sleutels en alarm-tags te verstrekken van het door [bedrijf 1] gehuurde pand, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat daarmee in gebreke wordt gebleven, zulks met een maximum van € 5.000,-.
en voorts:
XVIII. een zodanige andere beslissing te nemen als uw Voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren, alsmede gedaagde bij wijze van tijdelijke ordemaatregel specifieke gedragsaanwijzingen te geven die en zoals uw Voorzieningenrechter die in goede justitie vermeent te behoren.
XIX. gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder salaris advocaat en de nakosten, één en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
[gedaagde] vordert
1. [eiser] te veroordelen en te bevelen om binnen 24 uur na het in dezen te wijze vonnis aan [gedaagde] te verstrekken en over te dragen alle informatie, documenten, klantendossiers waarvan de dossiers staan op naam staan van [gedaagde], alsmede een kopie van [gedaagde]'s e-mail inbox met mailadres [e-mailadres 3] tot en met 31 december 2025, die zij onder zich heeft al dan niet in Equinox, . dan wel in andere tot haar beschikking staande (digitale) systemen, die betrekking hebben op de klanten van [gedaagde] (hiervoor gedefinieerd als [gedaagde] Klanten), althans klanten die hebben aangeven door [gedaagde] te worden bediend, althans [gedaagde] op eerste schriftelijke verzoek binnen 24 uur volledige toegang te verlenen tot voornoemde informatie, documenten, klantendossiers en e-mail bestanden, zulks onder verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000 per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, met een maximum van EUR 250.000, althans een door U E.A. in goede justitie te bepalen dwangsom;
2. [eiser] te veroordelen en te verbieden om zich negatief en op onrechtmatige wijze uit te laten over [gedaagde] jegens medewerkers van [bedrijf 1] en [eiser], jegens klanten van [bedrijf 1] en [gedaagde] en jegens derden over haar vertrek uit de maatschap, haar nieuwe onderneming en (de wijze van uitvoering van) haar dienstverlening, zulks onder verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000 per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, met een maximum van
EUR 250.000, althans een door U E.A. in goede justitie te bepalen dwangsom;
3. Een zodanige andere beslissing te nemen als U E.A. Voorzieningenrechter meent te behoren, althans [eiser] bij wijze van tijdelijke ordemaatregel specifieke gedragsaanwijzingen te geven die U E.A. Voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren;
3.5.
[eiser] voert verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
Spoedeisend belang
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De Voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
4.2.
[eiser] heeft toegelicht dat de onrechtmatige gedragingen zich naar aard, inhoud en frequentie, steeds sneller, in grotere omvang en verder strekkend voordoen, ten gevolge waarvan [eiser] dagelijks steeds meer (bedrijfs)schade, waaronder reputatieschade, lijdt. De Voorzieningenrechter is van oordeel dat hiermee het spoedeisend belang is gegeven.
De klanten behoren tot het maatschapsvermogen
4.3.
Het belangrijkste onderliggende twistpunt tussen partijen is de vraag of de klanten die [eiser] en [gedaagde] gedurende de maatschap hebben bediend, tot het vermogen van de maatschap behoren. [gedaagde] meent van niet en [eiser] van wel.
4.4.
De Voorzieningenrechter stelt voorop dat artikel 4 lid 1 van Pro de maatschapsovereenkomst bepaalt dat [eiser] en [gedaagde] hun relaties in de maatschap hebben ingebracht voor zover die betrekking hebben op de door de maatschap te drijven onderneming. Dit betekent dat deze relaties tot het bedrijfsdebiet van de onderneming zijn gaan behoren. Dat geldt ook voor het klantenbestand dat tijdens de duur van de maatschap door gezamenlijke inspanningen is opgebouwd. De Voorzieningenrechter acht het daarom aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de ingebrachte klanten en het tijdens de maatschap opgebouwde klantenbestand tot het maatschapsvermogen behoren.
4.5.
Omdat [gedaagde] de maatschap heeft opgezegd en [eiser] tijdig een beroep heeft gedaan op het voorzettingsbeding, heeft [eiser] het recht om de onderneming van de maatschap voort te zetten onder de verplichting alle tot het maatschapsvermogen behorende
vermogensbestanddelen - waaronder het klantenbestand - over te nemen, de schulden
voor haar rekening te nemen en aan [gedaagde] in geld uit te keren de waarde van haar aandeel in dit vermogen. Dit zou alleen anders zijn als partijen overeenstemming hebben bereikt over een van dit uitgangspunt afwijkende regeling, maar daarvan is geen sprake. [eiser] heeft eind oktober 2025 weliswaar aan [gedaagde] gevraagd om een lijst op te stellen van relaties en dossiers die [gedaagde] zou willen blijven bedienen, maar partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de afwikkeling van het maatschapsvermogen en het meenemen van bepaalde relaties door [gedaagde]. [eiser] heeft [gedaagde] er in het bedoelde bericht ook op gewezen dat alle relaties en dossiers in beginsel tot het aan haar verblijvende en voortgezette maatschapsvermogen behoren.
[gedaagde] heeft in strijd met de maatschapsovereenkomst gehandeld
4.6.
Uit het vorenstaande volgt dat [gedaagde] in strijd met de maatschapsovereenkomst heeft gehandeld door op 2 januari 2026 een deel van het klantenbestand van [bedrijf 1] per e-mail te benaderen met het voorstel om bij haar te blijven onder het toesturen van een voorbeeld opzegtekst aan ‘team [bedrijf 1]’. Datzelfde geldt voor het (doen) gebruiken van de bedrijfsgegevens van [bedrijf 1], waaronder klant- en dossierinformatie. [gedaagde] heeft daarnaast gelet op het voortzettingsbeding na 31 december 2025 geen recht meer op vermogensbestanddelen van de maatschap en dus geen toegang meer tot de (Microsoft)-werkomgeving van [bedrijf 1]. Door haar advocaat de IT-specialist van [bedrijf 1] aan te laten schrijven om haar toegang tot de werkomgeving te geven, heeft zij ook om die reden in strijd met de maatschapsovereenkomst gehandeld. Door in strijd te handelen met de maatschapsovereenkomst is sprake van onrechtmatig handelen tegenover [eiser].
Gevorderde bevelen
4.7.
Omdat het onder I gevorderde bevel tot het staken en gestaakt houden van onrechtmatige gedragingen te onbepaald is, zal de Voorzieningenrecht dat afwijzen. Daarbij speelt mee dat in de dagvaarding vele gedragingen van [gedaagde] worden genoemd en deze niet alle onrechtmatig zijn.
De vordering onder II zal wel worden toegewezen, omdat [eiser] recht heeft op voortzetting van de onderneming van [bedrijf 1] en op overname van alle ten tijde van het eindigen van de samenwerking op 31 december 2025 tot het maatschapsvermogen behorende (immateriële) activa.
De vordering onder III om [gedaagde] te bevelen onvoorwaardelijke en volledige medewerking aan de afwikkeling van het maatschapsvermogen te verlenen is te onbepaald en zal worden afgewezen.
Het gevorderde bevel onder IV om zich te onthouden van negatieve (onrechtmatige) uitlatingen, zal worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat [gedaagde] zich daar schuldig aan heeft gemaakt en [eiser] geen belang heeft bij die vordering.
Gevorderde verboden
4.8.
Hiervoor is overwogen dat het (doen) gebruiken van de bedrijfsgegevens van [bedrijf 1], waaronder klant- en dossierinformatie onrechtmatig is, zodat het gevorderde verbod onder V zal worden toegewezen, echter behoudens voor zover het klanten betreft die naar [bedrijf 2] zijn overgestapt en die hebben opgezegd bij [bedrijf 1] of waarvan [gedaagde] heeft aangetoond dat ze met [bedrijf 2] verder willen. Datzelfde geldt voor het onder VI gevorderde verbod om klanten van [bedrijf 1] te (doen) benaderen met een acquisitief oogmerk. Het gevorderde zal in die zin worden toegewezen behoudens voor zover het klanten betreft die naar [bedrijf 2] zijn overgestapt en die hebben opgezegd bij [bedrijf 1] of waarvan [gedaagde] heeft aangetoond dat ze met [bedrijf 2] verder willen.
Gelet op de e-mails die begin januari 2026 namens [gedaagde] aan de IT-leverancier van [bedrijf 1] zijn gestuurd zal het verbod zoals onder VII gevorderd worden toegewezen.
Gevorderde geboden
4.9.
Omdat [eiser] recht heeft op overname van alle ten tijde van het eindigen van de samenwerking op 31 december 2025 tot het maatschapsvermogen behorende (immateriële) activa, heeft zij er belang bij te weten welke (immateriële) activa [gedaagde] heeft meegenomen. Het gevorderde gebod onder VIII met betrekking tot het verstrekken van een overzicht van de bedrijfsinformatie en gegevens van [bedrijf 1] waar [gedaagde] over beschikt, zal daarom worden toegewezen, zoals in de beslissing vermeld. De termijn waarbinnen [gedaagde] daaraan moet voldoen zal op vijf werkdagen worden gesteld en de gevorderde dwangsom wordt beperkt tot € 500,- per dag en gemaximeerd op € 50.000,-.
Het gebod om een afschrift te verstrekken van alle klanten van [bedrijf 1] die door of namens [gedaagde] zijn benaderd zal om diezelfde reden worden toegewezen zoals gevorderd onder IX, waarbij de termijn waarbinnen [gedaagde] daaraan moet voldoen op vijf werkdagen zal worden gesteld.
Datzelfde geldt voor het onder X gevorderde gebod om een schriftelijke opgave te doen van alle klanten van [bedrijf 1] die aan [gedaagde] kenbaar hebben gemaakt naar haar over te zullen stappen.
Mede met het oog op het belang van [eiser] om schadebeperkend op te kunnen treden, zal ook het gebod onder XI gevorderd met betrekking tot een opgave van klanten, relaties en opdrachten die [gedaagde] heeft opgedaan gedurende de samenwerking binnen [bedrijf 1] en welke daarvan zij vanuit [bedrijf 2] heeft bediend en wat dat inhield, worden toegewezen. De gevorderde termijn waarbinnen [gedaagde] daaraan moet voldoen zal echter worden bepaald op vijf werkdagen en de gevorderde dwangsom wordt beperkt tot € 500,- per dag en gemaximeerd op € 50.000,-.
Gelet op het belang van [eiser] bij de continuïteit van de onderneming van [bedrijf 1], waarvan zij het recht heeft die voort te zetten, zal de vordering onder XII om een rectificatie e-mail te sturen aan alle klanten van [bedrijf 1] die door of namens [gedaagde] of [bedrijf 2] zijn benaderd als bedoeld in de vordering onder IX, worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.
De voorzieningenrechter acht de formulering in de mailing van 2 januari 2026 van [gedaagde] onrechtmatig tegenover [bedrijf 1]. Met zinnen als “
We hebben altijd met veel plezier voor je gewerkt en zetten dat graag met dezelfde betrokkenheid voort via [bedrijf 2]”en
“kies je ervoor om bij ons te blijven”wordt ten onrechte de indruk gewekt alsof de gebruikelijke dienstverlening wordt verlegd naar [bedrijf 2] en niet achterblijft in [bedrijf 1]. De termijn waarbinnen [gedaagde] de rectificatie moet sturen wordt gesteld op vijf werkdagen. Voor zover al sprake zou zijn van een eventuele schending van privacyregels zoals de AVG of een datalek, is het aan [eiser] om dat vanuit [bedrijf 1] conform de regelgeving te melden. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om [gedaagde] te bevelen dit in de rectificatie op te nemen.
[eiser] heeft er belang bij om te weten of en aan wie de rectificatie-email is gestuurd, zodat het gevorderde onder XIII zal worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld.
Het onder XIV gevorderde gebod tot het (doen) verwijderen of vernietigen van de bedrijfsinformatie en gegevens van [bedrijf 1] waar [gedaagde] over beschikt, zal worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld, omdat dit vermogensbestanddelen van [bedrijf 1] zijn waar alleen [eiser] recht op heeft.
Sprinter heeft in verband met de voortzetting van de onderneming van [bedrijf 1] belang bij het completeren van de klant- en dossiergegevens in Equinox waarover [gedaagde] beschikt, zodat de vordering onder XV zal worden toegewezen, met dien verstand dat de termijn op vijf werkdagen wordt gesteld en de gevorderde dwangsom wordt beperkt tot € 500,- per dag en gemaximeerd op € 50.000,-.
In verband met het recht van [eiser] op voortzetting van de onderneming van [bedrijf 1] zal ook de vordering onder XVI tot medewerken aan het op naam van [eiser] zetten van de bankrekeningen van [bedrijf 1], worden toegewezen. Ook hier zal de gevorderde dwangsom worden beperkt tot € 500,- per dag en gemaximeerd op € 50.000,-.
De onder XVII gevorderde afgifte van sleutels en alarm-tags zal worden afgewezen, omdat ter zitting is gebleken dat [eiser] daar geen belang meer bij heeft.
Proceskosten
4.10.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
341,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
139,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.740,02
4.11.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
4.12.
De vordering in reconventie zullen worden afgewezen. De Voorzieningenrechter verwijst naar de overwegingen hiervoor in 4.4 en 4.5. Daaruit volgt dat [gedaagde] geen recht heeft op enige (immateriële) activa van de onderneming van [bedrijf 1]. Zij kan slechts aanspraak maken op een bedrag in geld behoudens andere afspraken tussen partijen, maar daar is niet van gebleken. Daarnaast is niet, althans onvoldoende gebleken dat [eiser] zich (onrechtmatig) negatief over [gedaagde] heeft uitgelaten.
Proceskosten
4.13.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- salaris advocaat
357,50
(factor 0,5 × 715,00)
- nakosten
139,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
496,50

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
beveelt:
5.1.
[gedaagde] te gehengen en gedogen dat [eiser] de onderneming van [bedrijf 1] exclusief, vrij en ongehinderd zelfstandig voortzet, met alle ten tijde van het eindigen van de samenwerking op 31 december 2025 daartoe behorende (immateriële) activa waaronder klanten, bedrijfssystemen, bedrijfs- en klantinformatie en dossiers,
verbiedt:
5.2.
[gedaagde] de bedrijfsgegevens van [bedrijf 1], waaronder klant- en dossierinformatie, te (doen) gebruiken of (in kopie dan wel gedeeltelijk of geanonimiseerd) beschikbaar, verwerkt of voorhanden te houden voor raadpleging, behoudens voor zover het klanten betreft die naar [bedrijf 2] zijn overgestapt en die hebben opgezegd bij [bedrijf 1] of waarvan [gedaagde] heeft aangetoond dat ze met [bedrijf 2] verder willen,
5.3.
[gedaagde] klanten van [bedrijf 1] te (doen) benaderen met een acquisitief oogmerk, behoudens voor zover het klanten betreft die naar [bedrijf 2] zijn overgestapt en die hebben opgezegd bij [bedrijf 1] of waarvan [gedaagde] heeft aangetoond dat ze met [bedrijf 2] verder willen,
5.4.
[gedaagde] (toe)leveranciers van [bedrijf 1] te (doen) benaderen of (juridisch) onder druk te (doen) zetten in verband met de afwikkeling van de samenwerking,
gebiedt:
5.5.
[gedaagde] binnen vijf werkdagen uur na dit vonnis aan [eiser] een deugdelijke en integrale schriftelijke opgave te verstrekken van alle bedrijfsinformatie en - gegevens van [bedrijf 1] waarover [gedaagde] in kopie of afschrift dan wel anderszins beschikt, zoals klant- en dossiergegevens, templates, documenten, dan wel andere stukken en informatie van [bedrijf 1]; alsmede een integrale opsomming te geven van alle systemen en accounts van [bedrijf 1] waartoe zij thans nog toegang heeft, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, zulks met een maximum van € 50.000,-,
5.6.
[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] een afschrift te verstrekken van alle klanten van [bedrijf 1] die tijdens of na het eindigen van de samenwerking door, namens of ten behoeve van [gedaagde] dan wel de door haar gedreven onderneming [bedrijf 2] zijn benaderd, zowel schriftelijk, telefonisch of anderszins, waaronder de klanten die een soortgelijk bericht hebben ontvangen zoals het e-mailbericht dat is opgenomen als productie 013 bij de dagvaarding,
5.7.
[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] schriftelijk opgave te doen van alle klanten van [bedrijf 1] die aan [gedaagde] hebben kenbaar gemaakt met betrekking tot de dienstverlening over te zullen stappen van [bedrijf 1] naar [bedrijf 2].
5.8.
[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] opgave toe doen van alle klanten, relaties en opdrachten die [gedaagde] heeft opgedaan gedurende de samenwerking binnen [bedrijf 1], alsmede daarbij te vermelden welke van die klanten en opdrachten zij thans al heeft bediend vanuit haar onderneming [bedrijf 2] en wat die dienstverlening specifiek inhoudt, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven en per klant die niet wordt opgegeven, zulks met een maximum van € 50.000,-,
5.9.
[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan alle klanten van [bedrijf 1] die tijdens of na het eindigen van de samenwerking door, namens of ten behoeve van [gedaagde] dan wel de door haar gedreven onderneming [bedrijf 2] zijn benaderd zoals vermeld in 5.6 hiervoor per e-mailbericht een rectificatie te versturen met de navolgende tekst met als onderwerp in de onderwerpregel: "Rectificatie namens [gedaagde] ([bedrijf 2]) ter uitvoering van vonnis van de voorzieningenrechter" en met in het lichaam van het e-mailbericht de tekst (met gebruikelijk lettertype en lettergrootte):
"
Rectificatie namens [gedaagde] ([bedrijf 2]) ter uitvoering van vonnis van de voorzieningenrechter
Geachte heer, mevrouw,
Recent heb ik u een e-mailbericht gestuurd waarin ik u de beste wensen heb gedaan voor 2026. Het e-mailbericht is voornamelijk acquisitief van aard en daarin is ten onrechte de suggestie gewekt dat mijn onderneming [bedrijf 2] is
aangetekend als de beheerder van uw merkregistraties en tevens alle termijnen monitort. Dat is niet het geval, omdat merkenbureau [bedrijf 1] dit voor u doet.
Het team van [bedrijf 1] en haar bedrijfsvoering zijn na mijn vertrek ongewijzigd gebleven, behoudens mijn persoon.
Uw contact- en e-mailgegevens heb ik zonder toestemming van [bedrijf 1] bij mijn vertrek gekopieerd en gebruikt om aan de klanten van [bedrijf 1] acquisitieve e­mailberichten te versturen ten behoeve van mijn nieuwe onderneming, met daarbij een concept opzegging voor de dienstverlening van [bedrijf 1].
Uit de reacties van verschillende klanten van [bedrijf 1] aan [bedrijf 1] is gebleken dat mijn e-mailbericht onduidelijk en suggestief van aard was en tot verwarring heeft geleid.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland heeft in zijn vonnis van 6 februari 2026 geoordeeld dat ik hierdoor onrechtmatig jegens [bedrijf 1] heb gehandeld. De voorzieningenrechter heeft mij daarom veroordeeld om deze rectificatietekst per e-mailbericht aan u toe te zenden.
[gedaagde]
[bedrijf 2]";
5.10.
[gedaagde] in verband met de uitvoering van het gebod onder nummer 5.9 in ieder e-mailbericht met rectificatie [bedrijf 1] ([eiser]) in bcc op te nemen, door gebruikmaking daartoe van het navolgende e-mailadres van [bedrijf 1]: [e-mailadres 1],
5.11.
[gedaagde] na het verstrekken van de schriftelijke opgave als bedoeld in 5.5 de overige (digitale) informatie van [bedrijf 1] op vertrouwelijke wijze te (doen) verwijderen dan wel vernietigen en daarvan aan [eiser] een deugdelijk bewijs toe te zenden,
5.12.
[gedaagde] binnen vijf werkdagen na het wijzen van dit vonnis aan [eiser] een afschrift te sturen van alle in Equinox ontbrekende klant- en dossiergegevens waarover [gedaagde] beschikt, waaronder agendapunten en taken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat hieraan geen gevolg wordt gegeven, zulks met een maximum van € 50.000,-,
5.13.
[gedaagde] haar voortdurende en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan het op eerste verzoek van [eiser] overdragen van de (tenaamstelling(en) van) de bankrekening (en) van [bedrijf 1] bij Rabobank aan [eiser] en daartoe op eerste verzoek al hetgeen te doen dat daartoe is vereist, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per keer dat aan een dergelijk verzoek niet onverwijld gevolg wordt gegeven dan wel iedere dag of gedeelte daarvan dat geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek, zulks met een maximum van € 50.000,-,
5.14.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.740,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.15.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.16.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.17.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.18.
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
5.19.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 496,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.20.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in conventie en in reconventie
5.21.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.22.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.21 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026.
1621