ECLI:NL:RBNHO:2026:1569
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke ISD-maatregel wegens niet-naleving voorwaarden
Op 22 mei 2025 legde de rechtbank aan de veroordeelde een voorwaardelijke ISD-maatregel op met een proeftijd van twee jaar en diverse bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht, behandeling en drugsverbod. De proeftijd begon op 6 juni 2025.
De officier van justitie vorderde op 22 oktober 2025 de tenuitvoerlegging van deze maatregel wegens overtreding van de voorwaarden. Tijdens de zitting van 4 februari 2026 werd vastgesteld dat de veroordeelde geen contact meer had met de reclassering, zorgmijdend gedrag vertoonde, afspraken niet nakwam en een hoog recidiverisico had.
De reclassering adviseerde over te gaan tot onvoorwaardelijke tenuitvoerlegging vanwege het maatschappelijke belang en de zorgbehoefte van de veroordeelde. De verdediging erkende de overtredingen en vroeg om een nieuwe kans binnen een langdurig klinisch traject.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde de voorwaarden heeft overtreden en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om de tenuitvoerlegging niet toe te wijzen. Gezien het zorgmijdende gedrag en de eerdere kansen, werd de vordering toegewezen en de voorwaardelijke ISD-maatregel onvoorwaardelijk ten uitvoer gelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke ISD-maatregel toe wegens overtreding van de voorwaarden en zorgmijdend gedrag.