ECLI:NL:RBNHO:2026:1587
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging gemeentelijke opvang
De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland behandelde op 18 februari 2026 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal om de opvang van verzoeker in de gemeentelijke opvang te beëindigen per 18 februari 2026.
Het college stelde dat verzoeker, een derdelander, niet langer onder de Richtlijn tijdelijke bescherming valt en daarom geen recht meer heeft op gemeentelijke opvang. Verzoeker kan zich aanmelden voor opvang bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in Ter Apel, waar plek beschikbaar is. De kinderen van verzoeker en diens partner vallen nog wel onder de Richtlijn en kunnen in de gemeentelijke opvang verblijven.
Verzoeker wilde met zijn kinderen in de gemeentelijke opvang blijven tot minimaal zes weken na de beslissing op bezwaar, stellende dat hij de primair verzorgende ouder is en betwistte dat de kinderen bij de partner kunnen verblijven. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang is voor een voorlopige voorziening, omdat onderdak in Ter Apel beschikbaar is en de kinderen met de partner in de opvang kunnen verblijven.
Het verzoek werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van de gemeentelijke opvang is afgewezen omdat onderdak in Ter Apel beschikbaar is en de kinderen met de partner kunnen verblijven.