ECLI:NL:RBNHO:2026:1627
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens gebrek aan belanghebbenschap bij omgevingsvergunning
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 24 februari 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening tegen de verlening van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen. De vergunning betrof de wijziging van de bestemming van een recreatiewoning naar een woonbestemming op een locatie in Dirkshorn.
Verzoeker, wonende op ongeveer 220 meter afstand en zonder zicht op de betreffende woning, maakte bezwaar tegen de vergunning en diende een verzoek om voorlopige voorziening in. Het college stelde dat verzoeker geen belanghebbende was en het bezwaar niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen rechtstreeks, persoonlijk en actueel belang had bij het besluit, mede vanwege de afstand, het ontbreken van zicht en de aanwezigheid van andere woningen en beplanting tussen de percelen.
Daarnaast voerde verzoeker aan dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde door de vergunning te verlenen, omdat hij zelf geen wijziging van bestemming had kunnen verkrijgen. De voorzieningenrechter verwierp dit betoog omdat dit geen direct belang bij de vergunning oplevert en een gegrond bezwaar tegen de vergunning niet automatisch leidt tot een woonbestemming voor het perceel van verzoeker.
Gelet op het ontbreken van een voldoende belang werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker geen belanghebbende is bij de verleende omgevingsvergunning.