Eiseres diende twee aanvragen in bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor een tegemoetkoming wegens psychisch letsel als gevolg van huiselijk geweld. De commissie voegde deze aanvragen samen en kende een tegemoetkoming toe op basis van letselcategorie 5, met een bedrag van €20.000. Eiseres was het niet eens met deze samenvoeging en vond dat haar letsel in letselcategorie 6 viel, wat een hogere vergoeding van €35.000 zou rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat de samenvoeging van de aanvragen terecht was, omdat het letsel voortkomt uit dezelfde thuissituatie en niet duidelijk te onderscheiden is welk deel van het letsel aan welke specifieke gebeurtenis is toe te schrijven. Ook werd overwogen dat de aanvraag als naaste niet tot een hogere vergoeding zou leiden, omdat het geweld plaatsvond vóór de invoering van de naastenregeling in 2019.
Wat betreft de letselcategorie concludeerde de rechtbank dat de commissie zich terecht baseerde op een medisch advies waarin werd vastgesteld dat het letsel van eiseres niet leidde tot volledige en blijvende afhankelijkheid, maar tot gedeeltelijke afhankelijkheid, passend bij categorie 5. De rechtbank volgde de motivering van de commissie dat ondanks arbeidsongeschiktheid en zorgindicaties, eiseres op verschillende leefgebieden zelfstandig kan functioneren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen recht heeft op een hogere tegemoetkoming, geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.