ECLI:NL:RBNHO:2026:1666

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
11439397 \ CV EXPL 24-4037
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming parkeerplaats met veroordeling tot betaling

De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Hoorn en een gedaagde partij over een huurovereenkomst van een parkeerplaats. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De eisende partij heeft haar vordering verminderd, waardoor geen bedingen uit de algemene voorwaarden meer ter toetsing stonden.

De kantonrechter oordeelt dat de verminderde vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. Vanwege de ingrijpende gevolgen voor de gedaagde wordt een ontruimingstermijn van veertien dagen na betekening van het vonnis vastgesteld.

De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst, veroordeelt de gedaagde tot ontruiming van de parkeerplaats binnen de gestelde termijn met sleuteloverdracht, tot betaling van een hoofdsom van €1.650,03 en een kwartaalbedrag van €188,89 voor gebruik na het derde kwartaal van 2024. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van de eisende partij toegewezen, met uitzondering van kosten van bepaalde aktes die voor rekening van de eisende partij blijven.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en tot betaling van de gevorderde bedragen en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11439397 \ CV EXPL 24-4037
Uitspraakdatum: 18 februari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Gemeente Hoorn
te Hoorn
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 3 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om haar eerdere akte inhoudende een vermeerdering van eis aan de gedaagde partij te betekenen en om zich bij (een tweede) akte uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van een rente- en een incassobeding in haar algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.
1.2.
In de akte heeft de eisende partij haar eerdere vermeerdering van eis ingetrokken. Daarnaast heeft zij haar eis verminderd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij akte van 1 oktober 2025 heeft de eisende partij haar vordering verminderd met de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Als gevolg hiervan staan in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden (verder) geen bedingen die verband houden met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter deze bedingen niet toetsen op (on)eerlijkheid.
2.2.
De (verminderde) vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
2.3.
Gelet op de ingrijpende gevolgen voor de gedaagde partij wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
2.4.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen aktes blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat de eerste akte uit eigen beweging is genomen, maar niet is betekend en de tweede akte aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij om de parkeerplaats met nummer [nummer], gelegen op het terrein ten zuiden van het [naam] op het [adres] te [plaats], binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen, met afgifte van de sleutels van de beugel aan de eisende partij;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.650,03;
3.4.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen van € 188,89 per kwartaal, voor iedere maand dat de gedaagde partij het gehuurde in gebruik heeft na de vervaltermijn van het derde kwartaal van 2024;
3.5.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 136,72;
griffierecht € 372,00;
salaris gemachtigde € 217,00;
3.6.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter