ECLI:NL:RBNHO:2026:1690
Rechtbank Noord-Holland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten bestuursrechtelijke en civiele procedures naast strafzaak
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 16 februari 2026 een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro tot vergoeding van advocaatkosten door een verzoekster die verdachte was in een strafzaak. De officier van justitie had besloten de verzoekster niet verder te vervolgen. De verzoekster vorderde vergoeding van kosten voor haar raadsman, zowel voor de strafzaak als voor bestuursrechtelijke en civiele procedures.
De rechtbank oordeelde dat alleen kosten die in rechtstreeks verband staan met de strafzaak voor vergoeding in aanmerking komen. De bestuursrechtelijke procedure met de gemeente en de civiele procedure met de verhuurder van het pand, waar een drugslab was aangetroffen, staan niet in rechtstreeks verband met de strafzaak maar met het feit dat de verzoekster huurder was van het pand. Deze procedures kennen een eigen kostenvergoedingssysteem, waardoor vergoeding in deze strafrechtelijke procedure niet passend is.
De rechtbank kende daarom een gedeeltelijke vergoeding toe van € 2.120,24, bestaande uit kosten voor communicatie met politie en OM en een standaardvergoeding voor het indienen van het verzoekschrift. Het overige werd afgewezen. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten bestuursrechtelijke en civiele procedures afgewezen; gedeeltelijke vergoeding voor strafzaakkosten toegekend.