Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Landsmeer om zijn inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) op een opgegeven adres te weigeren. Het college wees het verzoek af omdat het adres niet voorkomt in de BRP noch in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG).
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, mede omdat verzoeker wel staat ingeschreven op een briefadres in Amsterdam. Hierdoor kan hij basisvoorzieningen aanvragen en is er geen sprake van een evidente onrechtmatigheid van het besluit.
Verzoeker stelde dat hij in een noodsituatie verkeert en dat de weigering zijn bedrijfsvoering belemmert, maar zonder nadere toelichting en gezien zijn afwezigheid op de zitting blijft dit voor risico van verzoeker. De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar tegen het besluit kan worden afgewacht en dat het college niet verplicht is de adreswijziging voorlopig te registreren.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.H. Affourtit-Kramer en griffier E. Degen op 17 februari 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.