De vader, eigenaar van een woning, vordert in kort geding dat de bewindvoerder van zijn zoon wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en dat de zoon wordt verboden de woning of tuin zonder toestemming te betreden. De zoon verblijft al ruim vijftien jaar zonder recht of titel in de woning, nadat hij destijds uit detentie kwam en geen eigen woonruimte had. De vader ervaart het verblijf van de zoon als storend vanwege geluidsoverlast, vervuiling en agressief gedrag.
De vader heeft de zoon herhaaldelijk verzocht te vertrekken, maar deze weigert. De bewindvoerder heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank oordeelt dat de vader een spoedeisend belang heeft en dat de vordering tot ontruiming en het betredenverbod toewijsbaar zijn. De gevorderde machtiging tot ontruiming met behulp van de sterke arm en de dwangsom worden afgewezen als overbodig.
De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee dagen en tot betaling van de proceskosten van €983. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De vader kan hierdoor zijn woning weer vrij gebruiken en voorbereiden op verkoop, terwijl de zoon geen toegang meer heeft zonder toestemming.