Op 8 maart 2023 vond in een supermarkt te Heemskerk een incident plaats waarbij de aangever werd verdacht van het niet afrekenen van producten. Meerdere winkelmedewerkers, waaronder de verdachte, probeerden de aangever mee te nemen naar het kantoor van de winkel. De aangever verzette zich hevig en werd uiteindelijk op de grond gebracht en vastgehouden.
De verdachte heeft toegegeven de aangever twee keer met zijn vuist op het achterhoofd te hebben geslagen terwijl deze al op de grond lag en onder controle werd gehouden. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen en verwierp het beroep op noodweer, noodweerexces en putatief noodweer(exces), omdat er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of een onmiddellijk dreigend gevaar.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte strafbaar is voor mishandeling en legde een voorwaardelijke geldboete van 700 euro op met een proeftijd van één jaar. De overschrijding van de redelijke termijn van zes maanden werd in de strafmaat meegenomen. De vordering van de benadeelde partij tot immateriële schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland op 26 januari 2026, waarbij de verdachte werd veroordeeld en de benadeelde partij niet-ontvankelijk werd verklaard in haar vordering.