ECLI:NL:RBNHO:2026:191

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
11783736 VV EXPL 25-93
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbetering proceskostenveroordeling in civiele procedure tussen Woonopmaat en gedaagde

In deze civiele bodemzaak tussen Stichting Woonopmaat en gedaagde heeft de kantonrechter op verzoek van Woonopmaat het vonnis van 5 november 2025 verbeterd. Woonopmaat was in het oorspronkelijke vonnis veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde, inclusief een bedrag voor salaris van een gemachtigde. Omdat gedaagde echter in persoon heeft geprocedeerd en geen gemachtigde had, verzocht Woonopmaat om deze proceskosten te corrigeren.

Gedaagde maakte bezwaar tegen het verzoek en stelde dat zij veel tijd hadden besteed aan de procedure en dat het inschakelen van een gemachtigde extra kosten zou hebben veroorzaakt. De kantonrechter oordeelde echter dat het vonnis een kennelijke fout bevatte die eenvoudig te herstellen was, omdat de proceskostenvergoeding voor gedaagde alleen de noodzakelijke reis- en verletkosten mag omvatten.

De kantonrechter begrootte deze kosten op €50,00 en stelde de totale proceskosten inclusief nakosten vast op €185,00. Het vonnis van 5 november 2025 werd dienovereenkomstig aangepast, waarbij de eerdere proceskostenveroordeling van €678,00 werd verlaagd. Deze verbetering werd op 28 januari 2026 in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: Het vonnis van 5 november 2025 is verbeterd door de proceskosten van gedaagde te verlagen naar €185,00 omdat gedaagde in persoon heeft geprocedeerd.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11783736 \ VV EXPL 25-93
Verbetervonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
STICHTING WOONOPMAAT,
te Heemskerk,
eisende partij,
hierna te noemen: Woonopmaat,
gemachtigde: mr. G.P. Poiesz,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Op 12 november 2025 heeft mr. G.P. Poiesz namens Woonopmaat de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 5 november 2025 in deze zaak gewezen vonnis. Woonopmaat is in het vonnis veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [gedaagden], waaronder salaris gemachtigde. Woonopmaat heeft verzocht de proceskosten van [gedaagden] te begroten op nihil omdat [gedaagden] niet met een gemachtigde maar in persoon hebben geprocedeerd.
1.2.
Op 8 december 2025 hebben [gedaagden] aan de kantonrechter laten weten tegen toewijzing van dat verzoek het volgende bezwaar te hebben. Zij hebben aangegeven dat zij veel tijd hebben gestoken in (de voorbereiding van) de procedure en het laten bijstaan door een gemachtigde meer kosten met zich mee had gebracht.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 5 november 2025 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Omdat [gedaagden] in persoon hebben geprocedeerd, wordt bij een proceskostenveroordeling enkel een bedrag toegewezen als vergoeding van de noodzakelijk reis- en verletkosten voor het bijwonen van de mondelinge behandeling [1] . Omdat [gedaagden] daarover geen stellingen hebben ingenomen en eventuele kosten niet heeft onderbouwd, zullen deze kosten door de kantonrechter worden begroot op € 50,00.
2.3.
De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen in die zin dat de proceskosten van [gedaagden] wordt begroot op:
- reis- en verletkosten
50,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
185,00

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
bepaalt dat randnummer 4.5 van het op 5 november 2025 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:

Woonopmaat is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
678,00”
wordt gewijzigd in:

Woonopmaat is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [gedaagden] in persoon hebben geprocedeerd, worden de proceskosten van [gedaagden] begroot op:
- reis- en verletkosten
50,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
185,00”
3.2.
bepaalt dat randnummer 5.2. van het op 5 november 2025 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:

veroordeelt Woonopmaat in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Woonopmaat niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
wordt gewijzigd in:

veroordeelt Woonopmaat in de proceskosten van € 185,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Woonopmaat niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
3.3.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 28 januari 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 5 november 2025,
3.4.
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 5 november 2025 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 238 Rechtsvordering Pro