ECLI:NL:RBNHO:2026:1946

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
10536868 \ CV EXPL 23-3462
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijke rente- en incassokostenbedingen in algemene voorwaarden

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft bij verstekvonnis van 25 februari 2026 geoordeeld over de oneerlijkheid van rente- en incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden van de eisende partij.

Na een tussenvonnis waarbij een voorlopig oordeel werd gegeven over de oneerlijkheid van deze bedingen, erkende de eisende partij in een akte dat het rentebeding oneerlijk is. De kantonrechter bevestigde dat het niet relevant is of het beding in de praktijk is toegepast, maar dat de beoordeling plaatsvindt op het moment van het aangaan van de overeenkomst.

Daarom vernietigde de kantonrechter artikel 13 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden en wees de gevorderde rente af. Ook het incassokostenbeding in artikel 13 lid Pro 2, 3 en 4 werd vernietigd voor zover het betrekking had op buitengerechtelijke incassokosten, waardoor de vordering tot vergoeding daarvan werd afgewezen.

De gevorderde hoofdsom werd wel toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond was. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van € 600,00 en de proceskosten, terwijl de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Oneerlijke rente- en incassokostenbedingen worden vernietigd en vordering incassokosten afgewezen, hoofdsom en proceskosten toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10536868 \ CV EXPL 23-3462
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser], handelende onder de naam
[bedrijf]
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: mr. P.L.J.M. Guinée
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 3 december 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van een aantal bedingen in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij heeft in de akte erkend dat het rentebeding in artikel 13 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden oneerlijk is. De kantonrechter ziet daarom geen reden om daar nu anders over te denken dan in het tussenvonnis overwogen. Dat de eisende partij, zoals zij stelt, nooit uitvoering heeft gegeven aan dit beding, doet aan het voorgaande niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is namelijk voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden niet relevant. Het beding moet immers worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast.
2.2.
Daarom vernietigt de kantonrechter artikel 13 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden. De gevorderde rente zal worden afgewezen.
2.3.
Hetzelfde geldt voor het incassokostenbeding in artikel 13 lid Pro 2, 3 en 4 van de algemene voorwaarden. De eisende partij stelt dat de in deze procedure gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet hoger zijn dan de wettelijke vergoeding. Dit doet echter – gelet op het voorgaande – niets af aan de oneerlijkheid van het beding. De kantonrechter ziet daarom geen reden om daar nu anders over te denken dan in het tussenvonnis overwogen en vernietigt dit beding, voor zover dit ziet op de buitengerechtelijke incassokosten. Dit betekent dat de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen.
2.4.
De gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
2.5.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 600,00;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 108,36;
griffierecht € 214,00;
salaris gemachtigde € 144,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter