ECLI:NL:RBNHO:2026:1954

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
11575068 \ CV EXPL 25-1497
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatiepassage wegens annulering vlucht door buitengewone weersomstandigheden

De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam naar Istanboel op 8 februari 2023, die door de vervoerder werd geannuleerd. De passagier vorderde compensatie van €400,- op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens deze annulering.

De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk voorspelde sneeuwbuien, slecht zicht en stormachtige wind, en dat hij op advies van een meteorologische commissie het aantal vluchten had verminderd om grote vertragingen te voorkomen. De vervoerder bood de passagier via sms de keuze tussen omboeking en terugbetaling.

De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende had onderbouwd dat de annulering buiten de normale bedrijfsrisico's viel en dat hij alle redelijke maatregelen had getroffen. De passagier had onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij de keuze via sms had gekregen. Daarom werd de vordering afgewezen en werd de passagier veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens annulering van de vlucht wordt afgewezen omdat de annulering het gevolg was van buitengewone weersomstandigheden en de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11575068 \ CV EXPL 25-1497
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O. (Turkish Airlines)
gevestigd te Istanboel, Turkije
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink (LVH Advocaten)
De zaak in het kort
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een voorspelling van slechte weersomstandigheden en de noodzaak om daarvoor bij voorbaat vluchten te annuleren. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vordering wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de akte eiser.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 8 februari 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Istanboel, Turkije, met vlucht TK7769 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van annulering van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,-. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. [2]

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. [3]
4.3.
Volgens de vervoerder werden er een aantal dagen voor de vlucht sneeuwbuien, slecht zicht en stormachtige wind voorspeld. Een meteorologische commissie heeft de vervoerder daarom uit voorzorg verzocht om het aantal vluchten op de vluchtdatum met een kwart te verminderen. Hiermee zouden grote vertragingen of meerdere annuleringen voorkomen kunnen worden. Ter onderbouwing verwijst hij onder meer naar een vluchtrapport, weersvoorspellingen en een bericht van de meteorologische commissie.
4.4.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Hij heeft met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vlucht uit voorzorg geannuleerd moest worden vanwege verwachte weersomstandigheden en een verzoek van de commissie. De enkele omstandigheid dat geen beëdigde vertaling van het bericht van de commissie is overgelegd, zoals de passagier aanvoert, maakt dit niet anders. De passagier heeft immers niet betwist dat ook uit het vluchtrapport en de weersvoorspellingen volgt dat dit de reden voor de annulering van de vlucht was. Dergelijke weersomstandigheden zijn niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarmee was de annulering het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.5.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de annulering niet kon voorkomen maar dat hij de passagier per sms de keuze heeft geboden tussen omboeking en terugbetaling van de ticketprijs. Er waren stoelen op twee verschillende vluchten beschikbaar waarmee de passagier binnen een dag op de eindbestemming zou aankomen.
4.6.
Het verweer slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de passagier onvoldoende gemotiveerd betwist dat hij na de annulering via de toegezonden sms de keuze heeft gekregen tussen omboeking en terugbetaling. De enkele omstandigheid dat hij daarbij op een link moest klikken, betekent niet dat de alternatieven niet door de vervoerder zijn aangeboden. Voor zover hij beoogde aan te voeren dat de link technisch niet functioneerde of dat het daarmee anderszins niet mogelijk was om een alternatieve vlucht te boeken, had het op zijn weg gelegen om dit concreet te maken. Omdat hij dit heeft nagelaten, moet het ervoor gehouden worden dat de passagier via sms de keuze heeft gekregen tussen omboeking en terugbetaling, waarbij hij zelf heeft gekozen voor terugbetaling. Hiermee kan de discussie tussen partijen of dit (kennelijk) ook via de e-mail heeft plaatsgevonden, in het midden blijven. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. De passagier heeft daar ook niets anders over aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering zal worden afgewezen.
4.7.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,
en veroordeelt de passagier tot betaling van € 43,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.