ECLI:NL:RBNHO:2026:1987

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/15/25/174 R
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 onder e FwArt. 350 lid 3 onder f Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens paulianeuze handelingen en niet-naleving informatieplicht

Schuldenaar is toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) op 28 oktober 2025. De bewindvoerder stelt dat schuldenaar zich niet aan de verplichtingen heeft gehouden en zijn schuldeisers heeft benadeeld door paulianeuze handelingen.

Kort voor toelating ontving schuldenaar smartengeld en betaalde hiervan €7.000,- aan zijn ex-vrouw, tevens verhuurder, waarmee hij haar bevoordeelde ten opzichte van andere schuldeisers. Tevens heeft hij een auto met een waarde van ruim €5.000,- onttrokken aan de boedel door deze op naam van zijn zoon te zetten, terwijl hij de kosten bleef betalen.

Daarnaast huurt schuldenaar een kamer van zijn ex-vrouw voor een te hoge huur van €1.000,-, terwijl de ex-vrouw zelf minder dan €700,- betaalt voor de gehele woning. Ook heeft schuldenaar gokinkomsten van €4.335,95 niet gemeld. De rechtbank acht deze feiten voldoende reden om de wsnp te beëindigen.

De wsnp wordt per 3 maart 2026 beëindigd, waardoor schuldenaar geen schone lei krijgt en schuldeisers hem weer tot betaling kunnen dwingen. De rechtbank stelt tevens het salaris van de bewindvoerder vast en wijst op de mogelijkheid tot beroep binnen acht dagen.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de wettelijke schuldsaneringsregeling van schuldenaar wegens bevoordeling van schuldeisers en niet-naleving van verplichtingen.

Uitspraak

VONNIS TUSSENTIJDSE BEËINDIGING

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Haarlem
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
insolventienummer: C15/25/174
rechter: mr. A.J. Wolfs
uitspraakdatum: 3 maart 2026
in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar)
geboren op: [geboortedatum] 1964 te [plaats 1]
wonende te: [plaats 2]

1.Samenvatting

Schuldenaar heeft zich volgens de bewindvoerder niet gehouden aan de verplichtingen van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of dit reden is om de regeling nu te beëindigen.

2.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank beëindigt de wsnp van schuldenaar op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro e en onder f van de Faillissementswet (Fw).

3.Gevolgen voor schuldenaar

  • De wsnp van schuldenaar stopt per 3 maart 2026.
  • Schuldenaar krijgt geen schone lei. De schuldeisers kunnen hem weer tot betaling dwingen.

4.Redenen voor deze beslissing

4.1.
Verwijten aan de schuldenaar
  • Er zijn feiten en omstandigheden bekend geworden die aan toelating tot de wsnp in de weg hadden gestaan. Ook heeft schuldenaar zich niet gehouden aan de informatieplicht. Schuldenaar heeft zijn schuldeisers getracht te benadelen. Samengevat gaat het om het volgende.
  • Schuldenaar heeft kort voor toelating tot de wnsp een bedrag aan smartengeld ontvangen en heeft daarvan € 7.000,- betaald aan zijn ex-vrouw, tevens verhuurder. Hiermee heeft hij zijn ex-vrouw ten opzichte van de overige schuldeisers bevoordeeld.
  • Tot 22 oktober 2025, 6 dagen voor toelating tot de wsnp, heeft schuldenaar een auto met kenteken [kenteken] op zijn naam gehad die nu op naam van zijn zoon staat. Uit de bankafschriften blijkt dat schuldenaar nog steeds alle kosten met betrekking tot de auto betaalt. De auto had in de zomer van 2025 een aanschafwaarde van ruim
  • Schuldenaar verstrekt volgens de bewindvoerder onjuiste dan wel tegenstrijdige informatie over zijn woonsituatie. Schuldenaar huurt een kamer bij zijn ex-vrouw. Op de kostgangersovereenkomst is de eerder ingevulde huurprijs van € 750,- doorgestreept en veranderd in € 1.000,-, terwijl de ex-vrouw zelf een veel lager bedrag aan huur betaalt voor de gehele woning (nog geen € 700,-). Het huurbedrag is volgens schuldenaar alleen bedoeld voor huur en zo hoog omdat hij ook gebruik maakt van alle voorzieningen, zoals de wasmachine, waar hij niet voor betaalt, maar de bankafschriften schetsen een ander beeld: ook reparaties aan het witgoed heeft hij betaald. Ook heeft hij meermaals de kosten van stadsverwarming voor die woning betaald. Met een dergelijk hoog bedrag aan huur, naast alle andere uitgaven voor deze huisvesting, benadeelt hij de gezamenlijke schuldeisers.
  • Op de bankafschriften staan ook veel (onverklaarbare) transacties tussen onder meer schuldenaar enerzijds en zijn ex-partner en zijn zoon anderzijds. De ontvangen bedragen worden ingezet voor gokken en ook heeft schuldenaar sinds juli 2025 in totaal € 4.335,95 ontvangen aan gokinkomsten. Dit heeft hij niet gemeld.
4.2.
Reactie van de schuldenaar
 Schuldenaar heeft op de zitting verweer gevoerd. Hieronder zal daar nader op worden ingegaan.
4.3.
Afweging van de argumenten van partijen door de rechtbank
  • Op 28 oktober 2025 is schuldenaar toegelaten tot de wsnp. Na toelating tot de wsnp heeft schuldenaar aan de bewindvoerder verklaard dat hij een bedrag aan smartengeld heeft ontvangen en daarmee een bedrag van € 7.000,- heeft betaald aan zijn ex-vrouw in verband met een huurschuld van zeven maanden. De rechtbank constateert aan de hand van bankafschriften dat schuldenaar op 5 juni 2025 een bedrag van € 9.000,- heeft ontvangen. Desgevraagd heeft schuldenaar gezegd dat dit het smartengeld van de gemeente is dat hij heeft ontvangen in verband met een val op straat. De rechtbank concludeert dat schuldenaar daarvan het leeuwendeel tijdens het minnelijk traject heeft overgemaakt aan zijn ex-vrouw, zogezegd om een gestelde huurachterstand aan haar te voldoen. Wat daar verder ook van zij, op deze manier heeft hij er tijdens het minnelijk traject voor gekozen zijn ex-vrouw ten opzichte van de (andere) schuldeisers te bevoordelen. De rechtbank kwalificeert deze handeling als paulianeus. Schuldenaar wist of behoorde te weten dat hij met deze betaling zijn overige schuldeisers heeft benadeeld. Schuldeisers dienen immers ook in het minnelijk traject gelijkwaardig te worden behandeld. Als de rechtbank dit bij de toelatingszitting had geweten, was schuldenaar niet toegelaten tot de wsnp. Dit verwijt is zo ernstig dat de rechtbank hierin al voldoende reden ziet om de wsnp te beëindigen.
  • Daarnaast heeft schuldenaar tot vijf dagen voor toelating tot de wsnp een auto op zijn naam gehad, die een waarde vertegenwoordigt van ruim € 5.000,-. Het verweer van schuldenaar dat deze auto door zijn zoon is gekocht op 16 juni 2025 en schuldenaar de auto pas op naam van deze zoon heeft gezet zodra ‘de tijd daarvoor rijp was’, acht de rechtbank niet aannemelijk. Uit de bankafschriften blijkt dat schuldenaar nog steeds alle autokosten zoals wegenbelasting, brandstof en boetes betaalt: dat strookt niet met de stelling dat de auto van zijn zoon is. Dit vermogensbestandsdeel is door schuldenaar onttrokken aan de boedel. Ook dat is paulianeus.
  • Over de hoge kamerhuur van € 1.000,- heeft schuldenaar expliciet gezegd dat dit enkel voor de huur is. Het huurbedrag is verhoogd omdat zijn ex-vrouw door de inwoning van schuldenaar geen recht meer had op zorg- en huurtoeslag. Daarnaast betaalt zij alle (gemeentelijke) belastingen en vervangt zij spullen indien nodig, terwijl schuldenaar alle overige spullen en ruimtes mag gebruiken. Schuldenaar stelt eenmaal de stadsverwarming te hebben betaald. Geconfronteerd met de bankafschriften heeft schuldenaar daarna toegegeven meerdere keren de stadsverwarming te hebben betaald. Ook heeft hij een reparatie laten uitvoeren aan een droger. Onder deze omstandigheden is de kale huur te hoog. Ook daarmee benadeelt hij de gezamenlijke schuldeisers.
  • Voor wat betreft de transacties tussen schuldenaar en zijn zoon in samenhang met het gokken heeft schuldenaar gezegd dat zijn zoon, die psychotisch is, zijn telefoon gebruikt om te gokken. Schuldenaar ontkent zelf te gokken. Schuldenaar heeft overigens niet ontkend dat er gokinkomsten zijn binnengekomen op zijn rekening die hij niet heeft gemeld aan de bewindvoerder. Ook dat is een reden de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
  • De rechtbank is van oordeel dat de gemaakte verwijten terecht zijn en beëindigt de wsnp op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro e en onder f Fw.

5.Stukken waarop deze beslissing is gebaseerd

  • verzoekschrift van de bewindvoerder met bijlagen;
  • de behandeling ter zitting van 17 februari 2026, waarbij aanwezig waren schuldenaar en de bewindvoerder [bewindvoerder].

6.Andere gevolgen van deze beslissing

 De rechtbank stelt het salaris van de bewindvoerder (inclusief onkosten en omzetbelasting) vast op het totaal van het aanwezige actief van € 0,00, te vermeerderen tot ten hoogste € 3.166,50,- met de door de bewindvoerder mogelijk nog (te) ontvangen inkomsten op de boedelrekening.

7.Mogelijkheden om deze beslissing aan te vechten

Deze beslissing kan binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.
De griffier De rechter