6.3Het oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie en de maatregel die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging doodslag. Hij heeft de aangever, door hakkende bewegingen te maken met een mes van 20 tot 25 centimeter in zijn linkerborst geraakt. Door de verwonding is een klaplong ontstaan en bloed in de longholte terecht gekomen. Het leven is het meest kostbare dat een mens heeft. De verdachte heeft hiervoor geen enkel respect getoond. Uit de toelichting op de vordering tot schadevergoeding en het uitgeoefende spreekrecht blijkt ook hoe groot de impact van het steekincident op de aangever is geweest en nog steeds is. Hij heeft het gevoel dat als hij niet zijn woning in was gevlucht, hij door de verdachte zou zijn vermoord. Hij zal waarschijnlijk blijvende beperkingen – namelijk het missen van kracht – in zijn linkerarm houden en ook geestelijk heeft het voorval nog steeds impact. Daarnaast brengt een dergelijke uitbarsting van geweld op straat in een woonwijk in het algemeen gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
De persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van 14 januari 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van:
- het Pro Justitia rapport van 24 en 27 november 2025, opgesteld door [psycholoog], GZ-psycholoog en [psychiater], psychiater.
- een reclasseringsrapport tbs-voorwaarden van 15 januari 2026, opgesteld door [reclasseringswerker], reclasseringswerker.
Het Pro Justitia rapport
De deskundigen hebben vastgesteld dat bij de verdachte sprake is van een waanstoornis en autismespectrumstoornis, die ook aanwezig waren ten tijde van het ten laste gelegde feit. Door de pathologische achterdocht en woede van de verdachte lijkt zijn inschatting van het actuele gevaar met betrekking tot zijn onderbuurman negatief te zijn beïnvloed. Hierdoor betrok de verdachte gebeurtenissen die niets met hem te maken hadden op zichzelf en ervaarde die als tegen hem gerichte pesterijen, waardoor hij in de waan verkeerde dat zijn onderbuurman het bewust en langdurig op hem had gemunt. De deskundigen adviseren het ten laste gelegde vanwege deze stoornissen in sterk verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. Als er geen behandeling volgt, wordt het risico op een ernstig gewelddelict als matig tot hoog ingeschat. De deskundigen achten behandeling in een klinische setting passend. De verdachte kan zo passende medicatie en psycho-educatie krijgen en vaardigheden aanleren om met spanningen om te gaan. Gezien de chronische aard van zijn psychiatrische problemen en ook omdat het wellicht een langere periode duurt voordat opnieuw risico’s ontstaan, is het zinvol langdurig een vinger aan de pols te houden in de vorm van woonbegeleiding en behandeling door bijvoorbeeld een FACT-team.
De deskundigen vinden tbs met voorwaarden het meest passende kader voor bovengenoemde interventies. De verdachte is welwillend om hulp te accepteren en de inschatting is dat hij zich aan behandelvoorwaarden kan en wil houden. Tbs met voorwaarden biedt volgens de deskundigen dan ook voldoende mogelijkheden om de verdachte effectief te behandelen en de maatschappij te beschermen.
De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde conclusies op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en dat de adviezen over de toerekenbaarheid worden gedragen door een deugdelijk en inzichtelijk gemotiveerde onderbouwing. De rechtbank neemt dan ook de conclusie over, dat het bewezenverklaarde de verdachte in sterk verminderde mate kan worden toegerekend. De rechtbank houdt hier rekening mee in de strafoplegging.
Het reclasseringsadvies
Het reclasseringsadvies houdt – kort gezegd – in dat de reclassering zich aansluit bij het advies vanuit de Pro Justitia rapportage en mogelijkheden ziet de verdachte te begeleiden in het kader van tbs met voorwaarden. Bij een onbehandelde terugkeer in de maatschappij schat ook de reclassering het risico op recidive in op matig tot hoog. De reclassering adviseert de hieronder opgenomen voorwaarden. De verdachte heeft zich bereid verklaard hieraan mee te werken.
- geen strafbare feiten plegen;
- meewerken aan reclasseringstoezicht;
- meewerken aan een time-out;
- niet naar het buitenland vertrekken;
- opneming in een zorginstelling;
- ambulante behandeling;
- verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- verbod verdovende middelen;
- alcoholverbod;
- contactverbod;
- locatieverbod (zonder elektronisch toezicht);
- aflossing schulden;
- dagbesteding.
Ten aanzien van de klinische opname heeft de reclassering toegelicht dat de verdachte een intakegesprek heeft gehad bij FPK De Boog. De afdeling waar de verdachte geplaatst zou worden kampt echter met een wachttijd tot één jaar, zodat nog niet bekend is wanneer hij in de kliniek kan worden opgenomen. Mocht de geïndiceerde kliniek geen plaats hebben op de datum einde detentie, dan zal de Divisie Individuele Zaken zorgdragen voor een overbruggingsplek in een kliniek die een gepaste behandeling aanbiedt en hetzelfde beveiligingsniveau heeft.
De reclassering heeft verder geadviseerd de tbs met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren in combinatie met een schorsing van de voorlopige hechtenis onder dezelfde voorwaarden als hierboven geformuleerd. De reclassering acht dit nodig voor een effectief toezicht op naleving van de voorwaarden, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1729). Ten slotte heeft de reclassering geadviseerd een GVM op te leggen, zodat zij bij de beëindiging van de tbs-maatregel nog langdurig met de verdachte in contact kunnen blijven om een vinger aan de pols te houden. De straf
Alles afwegende en rekening houdende met de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie recht doet aan zowel de ernst van het feit als de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank acht dus een gevangenisstraf van 21 maanden passend en geboden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
TBS met voorwaarden
De rechtbank is het daarnaast eens met de conclusie van de deskundigen dat hulpverlening en toezicht – in de vorm van tbs met voorwaarden – noodzakelijk is. De verdachte heeft op de zitting ten overstaan van de rechtbank ook verklaard dat hij inziet dat hij hulp en begeleiding nodig heeft en zich bereid verklaard aan de geadviseerde voorwaarden te houden.
Aan de wettelijke voorwaarden voor het opleggen van tbs met voorwaarden is voldaan. Tijdens het begaan van het feit bestond bij de verdachte een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, het bewezen verklaarde feit is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en de algemene veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van deze maatregel. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van de verdachte dringend noodzakelijk is met het oog op het terugdringen van het als matig tot hoog ingeschatte recidivegevaar. De rechtbank zal dan ook de terbeschikkingstelling van de verdachte gelasten en daaraan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden verbinden.
De rechtbank kan, op vordering van het Openbaar Ministerie, bevelen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, indien hij de voorwaarden niet zou naleven. Het bewezen verklaarde feit is een misdrijf dat gericht is tegen dan wel gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zodat een termijn van een eventuele maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging niet is beperkt tot vier jaren.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Omdat de rechtbank het, gelet op de noodzaak van behandeling en vanwege het gevaar voor recidive, van belang acht dat de behandeling van de verdachte direct aansluitend aan zijn detentie zal aanvangen, zal zij bepalen dat de tbs met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM)De rechtbank acht het ter bescherming van de algemene veiligheid van personen of goederen noodzakelijk naast de tbs-maatregel een GVM ex artikel 38z Sr aan de verdachte op te leggen. Aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van deze maatregel is voldaan.
De rechtbank leidt uit de deskundigenrapportages af dat de psychische problematiek van de verdachte ernstig is en dat het – met die problematiek verband houdende – recidiverisico op nieuwe geweldsdelicten matig tot hoog is. Gelet daarop dient er naar het oordeel van de rechtbank rekening mee te worden gehouden dat ook na beëindiging van de tbs met voorwaarden nog toezicht noodzakelijk is om het op een aanvaardbaar niveau te houden.
Hiertoe kan de rechtbank, nadat de tbs-maatregel is beëindigd, op vordering van de officier van justitie en na beoordeling van de op dat moment actuele situatie, de tenuitvoerlegging van de GVM bevelen en de inhoud en de duur daarvan bepalen ex artikel 6:6:23b van het Wetboek van Strafvordering.
Voorlopige hechtenis
Gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf (21 maanden) en het na aftrek resterende deel van ongeveer elf maanden detentie, ziet de rechtbank geen aanleiding een beslissing te nemen over een schorsing van de voorlopige hechtenis. Indien hoger beroep wordt ingesteld tegen deze uitspraak, kan het gerechtshof beslissen over het voortduren of schorsen van de voorlopige hechtenis.