ECLI:NL:RBNHO:2026:2040

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/15/374042 / KG ZA 26-34
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 196 RvArt. 197 lid 1 RvArt. 194 RvArt. 195 RvArt. 195a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verstrekking transportdocumenten Mercedes Benz SLR McLaren in kort geding

Eiser, een rechtspersoon naar buitenlands recht, vordert in kort geding dat Cars Europe B.V. afschriften verstrekt van diverse transportdocumenten met betrekking tot een Mercedes Benz SLR McLaren Stirling Moss. Eiser stelt eigenaar te zijn van de auto en vermoedt dat Cars betrokken is bij onrechtmatig transport van het voertuig, dat mogelijk verduisterd is.

De auto werd via een online veiling verkocht, maar de koopprijs is niet volledig voldaan. Cars had de auto in opslag en vervoerde deze mogelijk naar de Verenigde Staten. Eiser heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde informatie om haar eigendomsrechten te kunnen handhaven en strafrechtelijke stappen te onderbouwen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. Hoewel eiser een spoedeisend belang heeft, is onvoldoende aannemelijk dat Cars onrechtmatig heeft gehandeld. Het strafrechtelijk beslag op de auto is opgeheven en Cars mocht vrij beschikken over het voertuig. Er is geen bewijs dat Cars wist van een eigendomsrecht van eiser of dat zij strafrechtelijk verwijtbaar handelde.

De vordering tot verstrekking van documenten wordt daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en uitgesproken op 2 februari 2026.

Uitkomst: De vordering tot verstrekking van transportdocumenten wordt afgewezen wegens onvoldoende grond voor een rechtsbetrekking met de transporteur.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/374042 / KG ZA 26-34
Vonnis in kort geding van 2 februari 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[eiser] GMBH,
te [plaats] (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. R.W. Lagerwaard,
tegen
CARS EUROPE B.V.,
te Nieuw-Vennep,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Cars,
advocaten: mrs. E.H.M. Bieleveld en W.F. van der Ven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 januari 2026 met producties 1 t/m 9
- de akte overlegging producties van Cars met producties 1 t/m 8
- productie 10 van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 30 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiser]
- de spreekaantekeningen van Cars.
1.2.
Aan het einde van de mondelinge behandeling is partijen meegedeeld dat op 2 februari 2026 uitspraak zal worden gedaan.

2.De feiten

2.1.
[eiser] heeft op 23 januari 2025 met DS Motoren GmbH (hierna: DS Motoren) een ‘Kfz [Vzr: personenauto]-Leasingvertrag Teilamortisation mit Andieningsrecht’ gesloten over het gebruik door DS Motoren van een Mercedes Benz SLR McLaren Stirling Moss met chassisnummer WDD1999761M900063 (hierna: de auto). Op de overeenkomst staat: ‘
sale-and-lease-back’.
2.2.
De auto is op 23 oktober 2025 via een online veiling van RM Sotheby’s geveild. De auto bevond zich op dat moment nog in Duitsland.
2.3.
Het aan RM Sotheby’s gelieerde RM Auctions Netherlands (hierna RM Auctions) heeft Cars opdracht gegeven de auto in Duitsland op te halen. Cars heeft dat gedaan. De auto is vervolgens bij haar in (voorlopige) opslag gestald.
2.4.
[eiser] heeft op of omstreeks 21 november 2025 de auto (terug)verkocht aan DS Motoren voor een bedrag van € 3.689.431,01 inclusief btw. In de daarvan opgemaakte ‘
Verkaufsbestätigung und Rechnung’ staat onder meer:

Eigentum
Mit vollständiger Bezahlung des Kaufpreises einschießlich etwaiger Nebenforderungen wird das Eigentum bzw. die Nutzungsrechte übertragen.
De koopsom is niet volledig betaald.
2.5.
Op 16 december 2025 is onder Cars strafrechtelijk beslag gelegd op de auto. Cars is aangesteld als bewaarder en de auto is bij Cars blijven staan. Op 19 december 2025 zijn de sleutels van de auto in strafrechtelijke bewaring genomen.
2.6.
Bij brief van 15 januari 2026 heeft de verantwoordelijke officier van justitie Cars bericht dat het strafrechtelijk (internationaal) beslag van de auto en de sleutels is opgeheven. De sleutels zijn teruggegeven aan Cars. In de brief staat verder:

Door de Officier van Justitie is beslist bovengenoemd(e) goed(eren) aan Cars B.V. (cq. RM Sotheby’s/J&L Leasing LLC) terug te geven. Over het goed kunt u weer vrijelijk beschikken. Het beslag is hiermee afgedaan.
2.7.
De auto is op 16 januari 2026 uit de opslag van Cars gehaald.
2.8.
Op 19 januari 2026 heeft [eiser] aangifte gedaan van verduistering tegen RM Auctions.
2.9.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft bij mondeling vonnis van 21 januari 2026 RM Auctions in kort geding (zaaknummer 781912 / KG ZA 26-39) veroordeeld om op straffe van een dwangsom binnen vier uur na betekening van het vonnis aan [eiser] de contactgegevens te verstrekken van de transporteur aan wie op 16 januari 2026 de auto in handen is gegeven.
2.10.
Op 22 januari 2026 heeft de advocaat van RM Auctions [eiser] bericht:

De naam van de transporteur aan wie de auto is overgedragen betreft CARS Europe B.V.
2.11.
[eiser] heeft zich hierna in contact gesteld met Cars en onder meer om informatie verzocht over het transport van de auto op/na 16 januari 2026 en Cars ook aansprakelijk gesteld voor ‘medewerkend handelen aan verhandeling en transport van gestolen motorvoertuig’.
2.12.
Cars heeft [eiser] op 28 januari 2026 meegedeeld dat de auto op 16 januari 2026 per vliegtuig naar de Verenigde Staten is getransporteerd en een kopie van een Air Waybill (luchtvrachtbrief) meegestuurd.
2.13
[eiser] heeft de statutair bestuurder van Cars aansprakelijk gesteld op grond van bestuurdersaansprakelijkheid omdat hij er volgens haar voor verantwoordelijk is dat de auto inmiddels in de Verenigde Staten is.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert na vermindering van eis – samengevat – Cars bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen tot het aan [eiser] verstrekken van afschriften van:
alle CMR-vrachtbrieven (internationale vrachtbrieven) met betrekking tot het transport van de auto op of na 16 januari 2026;
alle transportbewijzen, orderstaten, pakbonnen of andere documenten waaruit blijkt wie opdracht heeft gegeven tot het transport, wanneer de auto is opgehaald, waar de auto is opgehaald, en waar de auto is of zal worden afgeleverd;
alle douanedocumenten met betrekking tot de export of import van de auto, waaronder maar niet beperkt tot uitvoerverklaringen, invoerverklaringen, en begeleidende documenten;
alle correspondentie (e-mails, brieven, WhatsApp-berichten of andere communicatie tussen Cars en RM Auctions of tussen Cars en derden over het transport van de auto;
alle facturen, kwitanties of andere financiële documenten met betrekking tot het transport van de auto;
alle overige documenten die kunnen bijdragen aan het achterhalen van de huidige locatie van de auto;
op straffe van een dwangsom met veroordeling van Cars in de kosten van deze procedure inclusief nakosten en te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering – verkort weergegeven – het volgende ten grondslag.
[eiser] heeft de auto onder voorbehoud van eigendom (terug)verkocht aan DS Motoren. DS Motoren heeft de koopprijs niet (volledig) voldaan. [eiser] is nog steeds eigenaar van de auto. DS Motoren heeft de auto zonder toestemming of medeweten van [eiser] bij RM Sotheby’s laten veilen. Het is van essentieel belang dat [eiser] spoedig duidelijkheid verkrijgt over de rol van Cars bij het transport van de auto op of na 16 januari 2026. Deze informatie is noodzakelijk om de huidige locatie van de auto te achterhalen, de auto te revindiceren als eigenaar, de strafrechtelijke procedure te onderbouwen, vast te stellen wie aansprakelijk is voor de verduistering en het transport van gestolen goederen. Cars weigert de informatie te verstrekken. Tussen Schmitt en Cars kan een rechtsbetrekking van onrechtmatige daad bestaan, indien Cars op of na 16 januari 2026 betrokken is geweest bij het transport van de auto wetende of behorende te weten dat deze zonder toestemming van de eigenaar was verwijderd. Deze onrechtmatige daad kan bestaan in verduistering van de auto (artikel 321 Wetboek Pro van Strafrecht; hierna: Sr), heling van de auto als een gestolen goed (artikel 416 Sr Pro) en/of witwassen van de opbrengst van een misdrijf (artikel 420bis Sr).
De auto ter waarde van € 3.950.000,-- netto bevindt zich op een onbekende locatie en dreigt te worden vervoerd naar de Verenigde Staten, waardoor [eiser] haar eigendomsrecht niet meer kan handhaven, althans zal dat in dat geval praktisch onmogelijk zijn. Elk tijdverlies vermindert de kans dat Schmitt de auto terugkrijgt en vergroot de schade die [eiser] lijdt.
3.3.
Cars voert verweer. Cars concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
De zaak heeft een internationaal karakter omdat [eiser] (statutair) in Duitsland is gevestigd. Daarom moet worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en zo ja, welk recht van toepassing is.
4.2.
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe. Beide partijen zijn gevestigd in lidstaten van de Europese Unie. Het gaat om een burgerlijke of handelszaak in de zin van EEX-Vo (Verordening nr. 1215/2012). Cars, de gedaagde partij, is (statutair) in Nederland gevestigd. Op grond van artikel 4 van Pro deze verordening is de rechter van de lidstaat van de gedaagde partij bevoegd.
4.3.
Nederlands (proces)recht is van toepassing. Het gaat in deze procedure om een vordering tot het verstrekken van afschriften van stukken op grond van het Nederlandse procesrecht (artikel 196 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel 197 lid 1 Rv Pro kan het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens ook worden gedaan aan de voorzieningenrechter. Dit behoort tot procesvoering. Daarop is Nederlands recht van toepassing (artikel 10:3 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)). Ook partijen zijn hiervan uitgegaan.
Spoedeisend belang
4.4.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige bewijsverrichting. Voor toewijzing is onder meer nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft.
4.5.
Anders dan Cars bepleit heeft [eiser] naar het oordeel van de voorzieningen rechter een (voldoende) spoedeisend belang bij de door haar gevraagde voorlopige voorziening. [eiser] vermoedt dat de auto zich nog in Nederland, althans Europa bevindt. Zij heeft op de mondelinge behandeling toegelicht telefonisch contact te hebben gehad met de douane op Schiphol en daaruit zou blijken dat de auto niet in de systemen van de douane voorkomt. Ook wijst zij erop dat de auto (nog steeds) internationaal geregistreerd staat en bij een goede werking van dat systeem de auto niet van een luchthaven zal kunnen vertrekken naar de Verenigde Staten. Cars blijft bij haar stelling dat de auto inmiddels in de Verenigde Staten is en verwijst naar de Air Waybill.
4.6.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er  anders dan [eiser] doet  geen reden om te twijfelen aan de authenticiteit van de Airway Bill, ook al is deze niet heel goed leesbaar. Het gaat hier om een doorslag van een voorgedrukt formulier. Echter, een Airway Bill is in de eerste plaats een bewijs dat de luchtvaartmaatschappij de te vervoeren goederen van de verzender heeft ontvangen. Het bewijst nog niet dat de goederen ook op de plaats van bestemming zijn aangekomen. Op de overgelegde Airway Bill is niet te zien dat door of namens de geadresseerde, RM Auctions Inc. te Auburn (VS), voor ontvangst van de auto is getekend. Cars heeft geen verdere bewijsstukken over de vlucht naar de Verenigde Staten overgelegd. Kortom, de voorzieningenrechter ziet onvoldoende grond om aan te nemen dat de auto al in de Verenigde Staten is. [eiser] heeft daarom een voldoende spoedeisend belang bij haar vordering, ook al houdt zij blijkens haar aansprakelijkstelling van de bestuurder van Cars zelf stevig rekening met de mogelijkheid dat de auto inmiddels is gevlogen.
Voorlopige bewijsverrichting: afschrift van gegevens
4.7.
Het recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens voorafgaande aan een procedure is geregeld de artikelen 196 - 204 Rv. Op grond van artikel 196 Rv Pro kan de rechter op verzoek van een belanghebbende een of meer voorlopige bewijsverrichtingen bevelen. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat de rechter het verzoek toewijst, tenzij hij van oordeel is dat: a. de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is, b. onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat, c. het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde, d. er misbruik van bevoegdheid wordt gemaakt, of e. andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
4.8.
Op het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens zijn op grond van artikel 204 Rv Pro de artikelen 194, 195 en 195a Rv van overeenkomstige toepassing. In deze artikelen is geregeld dat een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. Degene die over de gegevens beschikt, ook als dit een derde is die geen partij is bij de rechtsbetrekking waarop de gegevens betrekking hebben, is verplicht daarvan inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken, tenzij hem een verschoningsrecht toekomt of gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
4.9.
[eiser] stelt dat Cars tegenover [eiser] (mogelijk) onrechtmatig heeft gehandeld door de auto op 16 januari 2026 mee te geven aan RM Auctions dan wel de auto zelf verder te vervoeren – partijen twisten erover wat er precies is gebeurd. [eiser] stelt dat Cars zich in strafrechtelijke zin schuldig heeft, dan wel kan hebben, gemaakt aan verduistering van de auto, heling van de auto als een gestolen goed en/of witwassen van de opbrengst van een misdrijf en in dat geval onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser]. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] toegelicht een afspraak te hebben gemaakt met de politie om diezelfde dag hiervan tegen Cars aangifte te doen.
4.10.
Met Cars is de voorzieningenrechter van oordeel dat, gelet op de door partijen verstrekte informatie en de stukken in het dossier, onvoldoende grond is om aan te nemen dat sprake is van een rechtsbetrekking in de door [eiser] gestelde zin, gelet op het volgende.
4.11.
Het strafrechtelijk beslag van de auto is op 16 januari 2026 opgeheven en de officier van justitie heeft Cars bericht dat Cars met ingang van die dag weer vrijelijk over de auto kon beschikken. Tegen deze achtergrond ziet de voorzieningenrechter niet in waarom Cars zich in strafrechtelijke zin schuldig kan hebben gemaakt aan verduistering van de auto, heling en/of witwassen door de auto verder te transporteren naar Schiphol dan wel aan RM Auctions af te geven. Dat oordeel wordt niet anders als moet worden aangenomen dat Cars al in december 2025 door (de Duitse advocaat van) [eiser] schriftelijk op het door haar gestelde eigendomsrecht is gewezen en het geschil daarover met RM Auctions of de opheffing enkel gebeurde omdat de Duitse justitiële autoriteiten niet tijdig reageerden. Dat laatste is gesteld door [eiser], maar zij heeft niet gesteld dat Cars daarvan op de hoogte was. En wat er ook zij van het eerste – dat wordt betwist door Cars – die gestelde e-mail dateert van ruim een maand vóór opheffing van het beslag door het Openbaar Ministerie, de instantie die het vervolgingsmonopolie heeft als het gaat om strafbare gedragingen. Dat Cars, door af te gaan op die beslissing van de officier van justitie, desondanks in strafrechtelijke, en daarmee via de onrechtmatige daad ook in civielrechtelijke zin verwijtbaar heeft gehandeld, is zo onaannemelijk dat de vordering zal worden afgewezen voor zover die daarop is gebaseerd. Het stond Cars vrij af te gaan op die beslissing.
4.12.
Schmitt heeft haar vordering niet gegrond op de stelling dat Cars moet worden gezien als een derde in de onder 4.8 bedoelde zin en zij daarom met Cars ook geen rechtsbetrekking hoeft te hebben. Op grond van artikel 196 Rv Pro e.v. kan de vordering dus niet worden toegewezen.
4.13.
[eiser] heeft aan haar vordering ook artikel 22 Rv Pro ten grondslag gelegd, kort gezegd de processuele bevoegdheid van een rechter een procespartij te bevelen tot het verstrekken van nadere informatie. Dat biedt artikel biedt echter in het kader van deze procedure geen juridische grondslag voor de toewijzing van haar vordering.
4.14.
Conclusie is dat de vordering zal worden afgewezen.
Proceskosten
4.15.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Cars worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vordering van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.