ECLI:NL:RBNHO:2026:205

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
C/15/367818 / FA RK 25-3760
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank gelast raadsonderzoek naar omgang en gezag na detentie vader

De rechtbank Noord-Holland behandelt een geschil tussen ouders over het gezag en de omgang met hun minderjarige kinderen. De moeder verzoekt eenhoofdig gezag en ontzegging van omgang vanwege een reëel dreigingsniveau vanuit de vader, die recentelijk uit detentie is vrijgekomen. De vader verzet zich tegen deze verzoeken en vraagt om een omgangsregeling.

Tijdens de procedure blijkt dat er tegenstrijdige verhalen zijn over de omgang en de veiligheidssituatie. De rechtbank constateert dat er tijdens de detentie van de vader wel omgang was, maar dat de moeder na zijn vrijlating het contact heeft beëindigd uit vrees voor geweld. De vader ontkent de dreiging en benadrukt zijn herstel en goede relatie met de kinderen.

Gezien de onduidelijkheid en het ontbreken van een Raad op de zitting, gelast de rechtbank een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar het belang van de kinderen bij omgang en gezag. De beslissing over de verzoeken wordt aangehouden tot 15 juli 2026. De rechtbank benadrukt dat er geen ontzegging van omgang is en dat begeleide omgang mogelijk is, mits de verblijfplaats van de moeder en kinderen geheim blijft en er geen contact tussen ouders is.

De rechtbank vraagt de Raad ook te onderzoeken of wijziging van het gezag in het belang van het kind is en of er sprake is van een reële dreiging vanuit de vader. Het rapport moet uiterlijk 7 juli 2026 worden ingediend, waarna de rechtbank zal beslissen over de verdere procedure.

Uitkomst: De rechtbank gelast een raadsonderzoek naar omgang en gezag en houdt de beslissing aan tot 15 juli 2026.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
gezag en omgang
zaak-/rekestnr.: C/15/367818 / FA RK 25-3760
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 15 januari 2026.
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. M.D. Balesar, kantoorhoudende te Heerhugowaard,
tegen
[de vader],
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. P.J.M. Bruin, kantoorhoudende te Bloemendaal.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek, met bijlagen, van de moeder van 22 juli 2025;
- het gewijzigde verzoek, met bijlagen, van de moeder van 20 november 2025;
- het verweer, tevens zelfstandig verzoek, met bijlage, van de vader van 3 december 2025;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de moeder van 7 december 2025;
- het F-formulier, met bijlage, van de advocaat van de moeder van 8 december 2025.
1.2.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 december 2025 in aanwezigheid van partijen, de vader bijgestaan door mr. P.J.M. Bruin en de advocaat van de moeder mr. M.D. Balesar. De moeder was via een beeld- en geluidsverbinding aanwezig.
1.3.
Mr. P.J.M. Bruin heeft ter zitting mede het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben van een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
-
[de minderjarige 1] ,geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;
-
[de minderjarige 2] ,geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
De vader heeft de minderjarigen erkend.
De ouders hebben gezamenlijk het gezag over [de minderjarige 1] .
De moeder heeft het gezag over [de minderjarige 2] .
De kinderen wonen bij de moeder.

3.De verzoeken

3.1.
Het verzoek van de moeder strekt tot wijziging van het gezag over [de minderjarige 1] , in die zin dat zij voortaan wordt belast met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige 1] .
3.2.
De moeder verzoekt daarnaast te bepalen dat de omgang tussen de vader en de kinderen per direct en voor onbepaalde tijd zal worden opgeschort, totdat er sprake is van aantoonbare, duurzame gedragsverandering bij de vader en het dreigingsniveau door de betrokken instanties als laag wordt ingeschat.
Ter zitting heeft de advocaat van de moeder haar verzoek gewijzigd, in die zin dat de moeder ontzegging van de omgang tussen de vader en de kinderen verzoekt. Een opschorting is niet aan de orde omdat er geen sprake is van een vastgestelde of overeengekomen vaste omgangs-/zorgregeling.
gezag
3.3.
De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek tot wijziging van het gezag over [de minderjarige 1] aangevoerd dat partijen niet in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijk gezagsuitoefening. Hoewel de vader geen enkele bemoeienis heeft met de zorg en opvoeding van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] , werkt hij toch steeds belangrijke beslissingen over de minderjarigen tegen. De vader geeft geen reactie op verzoeken van de moeder om medewerking in gezagskwesties of hij weigert zijn medewerking zonder enige onderbouwing, zoals bij de aanvraag van een paspoort voor [de minderjarige 1] . Hieruit kan worden geconcludeerd dat de vader de belangen van [de minderjarige 1] niet voorop lijkt te willen dan wel te kunnen stellen. Partijen communiceren sinds enige tijd op geen enkele wijze meer met elkaar en het is niet te verwachten dat hierin op termijn verandering zal komen. De moeder meent tevens dat het niet in het geestelijk belang van [de minderjarige 1] kan worden geacht dat de vader nog betrokken zou dienen te worden bij het nemen van belangrijke beslissingen. Zij vreest dat [de minderjarige 1] , indien de vader wederom zou besluiten zich in het leven van de minderjarigen te mengen, klem of verloren zou raken tussen partijen.
Door en namens de moeder is op de zitting toegevoegd dat vanwege de dreiging die momenteel van de vader uitgaat, er ook niet van haar kan worden verwacht dat zij in overleg treedt met de vader over gezamenlijke gezagsbeslissingen met betrekking tot [de minderjarige 1] .
ontzegging omgang
3.4.
De vader is onlangs uit detentie vrijgekomen. Vanaf het moment dat hij vrij is, zoekt de vader steeds contact met de moeder en haar familie. In het verleden is sprake geweest van ernstig huiselijk geweld. De gemeente [gemeente] heeft geconstateerd dat de vader hoog scoort op de femicide-ladder, hetgeen momenteel duidt op een reëel risico op dodelijk geweld richting de moeder. Om die reden verblijft de moeder op dit moment met haar kinderen op een schuiladres. Vanuit de gemeente en het Oranjehuis is met klem geadviseerd om de omgang tussen vader en de kinderen per direct en voor onbepaalde tijd te schorsen, gezien het acute dreigingsniveau en de onvoorspelbaarheid van vader. De moeder acht de omgang tussen de vader en de kinderen momenteel niet in het belang van de kinderen.

4.Verweer en zelfstandig verzoek

4.1.
De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
gezag
4.2.
De vader betwist de stelling van de moeder dat hij niet betrokken is bij de opvoeding van de kinderen. Hij heeft gedurende een langere tijd meerdere perioden vastgezeten, maar heeft de kinderen regelmatig gezien en het contact is altijd in stand gebleven. De kinderen verbleven tot voor kort ook iedere maandag bij de oma (vz). De vader betwist nadrukkelijk dat hij geen uitvoering meer wil geven aan het gezag over [de minderjarige 1] . De moeder heeft dit ook niet onderbouwd. De vader heeft eenmalig in een brief aan de moeder aangegeven dat hij afstand deed van zijn gezag, maar dit was omdat de moeder hem voorhield dat de kinderen anders uit huis zouden worden geplaatst. Daarnaast stelt de moeder dat de vader misbruik maakt van zijn gezag door zijn toestemming voor een paspoort voor [de minderjarige 1] te weigeren. De vader betwist dit; hij heeft zijn toestemming niet geweigerd, maar eerst gevraagd naar de reisplannen van de moeder. Nadat zij vertelde naar welk land zij met de kinderen op vakantie wilde gaan, heeft de vader zijn toestemming verleend. Er spelen momenteel geen geschillen over de gezagsuitoefening. Op geen enkele wijze is gebleken dat het in het belang van [de minderjarige 1] zou zijn als het gezamenlijk gezag wordt gewijzigd in eenhoofdig gezag van de moeder.
ontzegging omgang
4.3.
De moeder heeft het contact tussen de vader en de kinderen van de ene op de andere dag beëindigd. De kinderen mogen ook niet meer bij de oma (vz.) verblijven. De vader betwist de bewering van de moeder dat hij haar en haar familie lastigvalt. De moeder heeft ter onderbouwing van haar stelling een aantal whatsapp-berichten overgelegd, maar deze stammen uit een ver verleden, een periode waarin het niet goed ging met de vader. Het gaat momenteel erg goed met de vader en er is geen enkele reden waarom de vader geen omgang kan hebben met de kinderen. Hij is behandeld voor zijn verslaving, is reeds zeventien maanden clean en heeft een eigen woonruimte en een baan. De vader heeft de kinderen toen hij in detentie en in de kliniek zat regelmatig gezien en hij mist zijn kinderen enorm.
De moeder heeft een niet gedateerd geschrift van de gemeente [gemeente] overgelegd dat volgens haar aangeeft dat er sprake is van een risico op femicide. De vader vindt dit erg kwalijk en ontkent dit nadrukkelijk. Hij zou de moeder van zijn kinderen nooit iets aandoen. Het geschrift is eenzijdig en zonder enige toetsing opgesteld, gebeurtenissen zijn herschreven en stellingen zijn hierin opgenomen als vaststaande feiten.
zelfstandig verzoek
4.4.
De vader heeft bij wijze van zelfstandig verzoek verzocht te bepalen dat er een omgangs-/zorgregeling wordt vastgesteld waarbij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] eens in de twee weken van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader zijn.
De vader stelt dat de kinderen dol zijn op hun vader en dat de band tussen hen zeer hecht is. Er is geen enkele reden om geen reguliere omgangs-/zorgregeling te treffen waarbij de kinderen eens per twee weken een weekend bij hem verblijven. De vader is bereid voor het vervoer te zorgen. De vader heeft de afgelopen periode herhaaldelijk geprobeerd tot afspraken met de moeder te komen om de kinderen te zien, maar de moeder werkt hier niet aan mee.

5.Het verweer op zelfstandig verzoek

5.1.
De moeder erkent het belang van contact tussen de kinderen en de vader, maar stelt dat dit onder de huidige omstandigheden niet verantwoord is. De door de vader verzochte regeling is niet in het belang van de kinderen, noch kan hiermee hun veiligheid worden gewaarborgd. De vader heeft nimmer onbegeleid contact met hen gehad en er is reeds lange tijd geen sprake van structurele omgang. Daarnaast is er ook geen bewijs overlegd waaruit blijkt dat de vader zijn behandeltrajecten succesvol heeft afgerond.
5.2.
Op de zitting is door en namens de moeder aangevuld dat zij rust wenst voor zichzelf en de kinderen en dat zij nu geen omgang tussen de vader en de kinderen wil, uit vrees dat de vader haar of haar familie iets aandoet. Zij kan niet instemmen met onbegeleid contact zonder enige opbouw. Het is van belang dat er gekeken wordt naar de weerstand van de kinderen. Op termijn ziet de moeder wel mogelijkheden tot (begeleide) omgang, omdat zij het belang inziet van contact tussen de kinderen en de vader, mits de vader zich houdt aan de voorwaarde dat hij haar en haar familie niet lastigvalt.
Het document dat is opgesteld door de gemeente [gemeente] is een officieel document en is opgesteld door een Jeugdhulpmedewerker. Er is sprake van een serieuze dreiging vanuit de vader.

6.De beoordeling

Raadsonderzoek
6.1.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling op de zitting is gebleken dat er sprake is van twee compleet tegenstrijdige verhalen en standpunten. Vaststaat dat er gedurende de detentie van de vader en toen hij in de kliniek zat regelmatig omgang is geweest tussen de vader en kinderen en dat de omgang door de moeder is beëindigd nadat de vader in vrijheid is gesteld. De moeder stelt dat zij dit op advies van de gemeente en het Oranjehuis heeft gedaan en dat de omgang momenteel niet in het belang van de kinderen is vanwege de dreiging die van de vader uitgaat. De vader erkent dat hij in het verleden verkeerde keuzes heeft gemaakt, maar ontkent de beweringen van de moeder dat hij haar en haar familie lastig zou vallen. Het gaat volgens de vader juist goed met hem en hij heeft zijn leven weer op de rit.
6.2.
Gelet op deze tegenstrijdige verhalen, en door de afwezigheid van de Raad op de zitting, acht de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen op de verzoeken van de moeder en het zelfstandige verzoek van de vader. De rechtbank is daarom van oordeel dat een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) nodig is. Het onderzoek moet gaan over de vraag of het belang van de kinderen zich tegen een omgangs-/zorgregeling verzet en zo dit niet het geval is, met welke regeling de kinderen het beste af zijn. Indien door de Raad begeleiding noodzakelijk wordt geacht, wordt de Raad verzocht te adviseren wie aan die begeleiding uitvoering zal kunnen geven, voor welke periode, met welke frequentie en op welke locatie.
De rechtbank acht zich tevens onvoldoende voorgelicht om een beslissing te nemen over een wijziging in het gezag. Uit de overgelegde stukken en op de zitting is enerzijds gebleken dat de verstandhouding tussen partijen ernstig verstoord is, maar anderzijds dat er nog niet is getracht om door middel van hulpverlening de verstandhouding te verbeteren. De rechtbank vraagt de Raad daarom te adviseren over de vraag of een wijziging van het gezag - in die zin dat de moeder alleen met het gezag over [de minderjarige 1] wordt belast - in het belang van [de minderjarige 1] is. In dat kader dient de Raad ook te onderzoeken in hoeverre er sprake is van een reële dreiging vanuit de vader in de richting van de moeder en haar familie.
6.3.
In afwachting van de resultaten van dit onderzoek zal de rechtbank de beslissing op de verzoeken van partijen over de omgang en het gezag pro forma aanhouden voor de duur van zes maanden, te weten tot 15 juli 2026.
omgang
6.4.
Ter voorlichting van partijen en de Raad overweegt de rechtbank dat het aanhouden van de beslissing op de verzoeken over de omgang betekent dat er geen omgangs-/zorgregeling geldt. Ook is er geen ontzegging van de omgang uitgesproken. Dit betekent dat er geen juridisch beletsel is voor het tot stand brengen van begeleide omgangsmomenten tussen de vader en de kinderen.
De vader heeft op de zitting naar voren gebracht dat hij open staat voor begeleid contact. De rechtbank ziet geen absoluut beletsel om begeleid contact tussen de vader en de kinderen te laten plaatsvinden. Vaststaat dat er tijdens de detentie van de vader wel contact was tussen hem en de kinderen en het is voor de kinderen vermoedelijk niet te begrijpen waarom er ineens geen contact meer kan zijn. Ook in het kader van het te verrichten Raadsonderzoek lijkt het wenselijk dat er begeleide omgang op gang komt. Alleen dan kan er gekeken worden naar de interactie tussen de vader en de kinderen en kan deze informatie worden meegenomen in het onderzoek. Het is aan partijen zelf om, mogelijk via de gemeente of hulpverlening, te onderzoeken wat hiervoor de mogelijkheden zijn.
Daarbij gaat de rechtbank er op dit moment vanuit dat wel moet worden gewaarborgd dat de verblijfplaats van de kinderen en de moeder niet bekend raakt bij de vader en dat er geen contact tussen de vader en de moeder is.

7.De beslissing

De rechtbank:
7.1.
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming ten aanzien van de omgangsregeling en het gezag een onderzoek te verrichten ter beantwoording van de hierboven onder 6.2. vermelde vragen en de rechtbank ter zake te adviseren;
7.2.
houdt de beslissing op de verzoeken over het gezag en de omgang aan tot
15 juli 2026PRO FORMA;
7.3.
bepaalt dat het rapport uiterlijk op 7 juli 2026 door de rechtbank ontvangen dient te zijn;
7.4.
wijst erop dat de rechtbank daarna zal beslissen over de verdere voortgang van de procedure.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. van Koningsbruggen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.