Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] N.V. c.s., eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
.Hiervan ziet een bedrag van € 220.687 op vergoedingen die aan [bedrijf 1] (het Pensioenfonds) in rekening zijn gebracht voor beheersdiensten verleend door [bedrijf 2] B.V., onderdeel van eiseres.
.De deelnemers in het Pensioenfonds hebben een juridisch afdwingbaar recht op een vooraf vastgestelde uitkering. Bij de DC’s uit de brief van de staatsecretaris hebben de deelnemers geen aanspraak op een bepaalde uitkering maar is enkel de hoogte van de premie overeengekomen. Die premie wordt belegd en de uiteindelijke aanspraak is vrijwel geheel afhankelijk van de resultaten van die belegging. De hoogte van de aanspraak is pas bekend op de pensioendatum en de deelnemer zal zelf een pensioenuitkering moeten aankopen. Ook de financiële positie van de deelnemers verschilt wezenlijk omdat de deelnemer in een DC-regeling pensioen opbouwt door middel van premie-inleg, die belegd wordt op een individuele rekening. De deelnemer draagt het volledige beleggingsrisico, maar profiteert ook volledig van de beleggingsopbrengsten. De uiteindelijke hoogte van de aanspraak hangt volledig af van het vermogen dat aldus is opgebouwd op pensioendatum.