Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de conclusie na enquête van Boerhaave met bijlagen 1-2
- de antwoordconclusie na enquête van [eiseres] .
[eiseres] heeft van het houden van een contra-enquête afgezien.
“Volgens mij heb ik zelf tussen het telefoongesprek in februari en de dag van de operatie op 5 maart 2020 geen contact meer gehad met [eiseres] . Een consulent van de kliniek heeft wel contact met haar gehad. De vaste structuur binnen de kliniek is dat consulenten na consulten nabellen. (…) De consulent is ondersteunend personeel, een secretaresse. De consulent gaat niet over het medische deel en bespreekt dus geen risico’s met de patiënt en geeft daarover geen adviezen. Voor de offerte haalt de consulent informatie uit het dossier.”
“U vraagt mij wat de functie van consulente inhoudt. Een patiënt komt op een spreekuur bij de plastische chirurg voor een consult. Daarna heeft de patiënt gesprekken met de consulente over alles wat er speelt rond een operatie. De consulent houdt zich niet bezig met de medisch inhoudelijke kant van een behandeling.”[voormalig consulente] heeft tijdens het getuigenverhoor verder verklaard dat zij contact met [eiseres] heeft gehad, dat zij in een telefonisch gesprek of in een gesprek daarna de operatie heeft ingepland en dat zij bij een dergelijk gesprek met een patiënt altijd tevoren het medisch dossier doorneemt, waarin alleen de artsen schrijven en waarover zij gaat bellen.
“U vraagt mij of [eiseres] die dag zenuwachtig was. Dat weet ik niet meer, de meesten zijn dat wel. Er zijn geen spiegels aanwezig in de ruimte waar wordt afgetekend. Het is een zaaltje met gordijnen. Tijdens het aftekenen noem ik wat ik afteken; niet wat daar precies gaat gebeuren. De hele operatie is al eerder besproken.”
categorie 10 (c) ‘minder ernstige littekenvorming’. Daarvoor geldt een bandbreedte van € 1.500 tot € 5.500. De rechtbank vindt in dit geval een bedrag bovenaan deze bandbreedte passend. Dit licht zij hierna toe.
daartoegemaakte kosten als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 onder Pro b BW voor toewijzing in aanmerking komen. Het is in dit geval echter slechts mogelijk om te schatten in hoeverre deze kosten aan de dubbele redelijkheidstoets voldoen. Het onderzoek van MAB richtte zich namelijk maar voor een beperkt deel op het vraagstuk van ‘informed consent’. De rechtbank vindt een bedrag van € 750,00 redelijk voor de kosten van MAB in verband met dit werk. Waar de andere onderzoekswerkzaamheden van MAB hun weerslag vinden in de gevorderde kosten, strandt toewijzing daarvan op artikel 6:96 lid 2 onder Pro b BW, omdat deze kosten de dubbele redelijkheidstoets niet kunnen doorstaan.