De zaak betreft een verzoek van Jeugdbescherming Gelderland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds februari 2024 onder toezicht staat vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en zorgen over haar veiligheid.
De minderjarige woont bij de moeder, en er bestaat een langdurige, heftige echtscheidingsproblematiek tussen de ouders. De vader is onderwerp van een strafrechtelijk onderzoek, waarvan de uitkomst nog onduidelijk is. De hulpverlening en school signaleren ernstige zorgen over het gedrag en welzijn van de minderjarige.
De GI benadrukt dat zonder ondertoezichtstelling veel procedures over omgang en verblijf dreigen te ontstaan en dat eerst duidelijkheid over de strafzaak en een persoonlijkheidsonderzoek van de vader nodig zijn voordat omgang kan worden gestart.
De moeder stemt in met verlenging, terwijl de vader via zijn advocaat bezwaar maakt tegen de rapportage van de GI, stellende dat deze onjuist en eenzijdig is. De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan, gezien de voortdurende bedreiging van de ontwikkeling, de verstoorde communicatie tussen ouders en de noodzaak van regie door de GI.
De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 23 februari 2027 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam.